Artikelen ( Heemkundevereniging Houthem-St.Gerlach )
Artikelen Collectie artikelen

Charles Eyck wil een molen restaureren : Eén flinke storm en hij stort in : Maar zijn nieuw atelier wordt in elk geval op dinsdag 20 september in gebruik genomen
Datering:
1960
Titel:
Charles Eyck wil een molen restaureren : Eén flinke storm en hij stort in : Maar zijn nieuw atelier wordt in elk geval op dinsdag 20 september in gebruik genomen
Titel tijdschrift:
Limburgsch Dagblad
Afleveringsnummer:
Limburgsch Dagblad, 25/8/1960
Samenvatting:
Foto: .... bureaucratische molen in Schimmert.
CHARLES EYCK ZAG DE molen welhaast dagelijks als hij met zijn wagen over de weg van Aalbeek naar Nuth reed. Hij begon de schilder te boeien en tenslotte besloot deze er op af te stappen. Je kunt die SCHIMMERTSE molen maar moeilijk vinden, ook al weet je waar hij ongeveer ligt. Boomgaarden onttrekken hem tot het laatste toe aan het gezicht. Eindelijk ben je er vlak bij. Je volgt een lang, smal pad en staat dan plotseling stil bij ’n ruïneus en zwaart gevaarte.
„Die molen moet gered worden”, dacht Charles Eyck. Waarom? Wel, omdat hij een deel is van het landschap, omdat het een oude, Limburgse molen is, en omdat er ook nog iemand in wonen kan, als hij eenmaal gerestaureerd is. Vanaf dat ogenblik zwierf de schilder van instantie naar instantie en van kantoor naar kantoor. Maar nog steeds is geen definitieve toezegging gedaan die de molen van de ondergang kan redden.
Langzaam
„BUREAUCRATISCHE molens malen langzaam”, zegt de Ravensbosse schilder. „Monumentenzorg moet de restauratie aanpakken. Ik alleen kan ook niks doen”. Hij is geteisterd door de storm, ouderdom heeft hem verbrokkeld. Hij staat nog wel overeind, maar in zijn romp zijn grote, zware gaten en een flinke storm in een najaarsnacht is voldoende om hem te vellen. „Ik heb al een architect verzocht ’n tekening te maken”, vertelt peinzende Charles Eyck, „maar iedereen zit op het ogenblik tot over zijn oren in het werk”
En dan kijkt hij glimlachend op en zegt een beetje verbitterd: „Aesthetiek wordt niet als sport bedreven!”
1882
DE MOLEN IS VAN vóór 1882. Dat althans kunnen de mensen zich herinneren, die er vlak tegenover wonen. In 1946 is de laatste molenaar (Verhaagh) weggetrokken. Van toen af heeft hij leeg gestaan. Langzaam brokkelde hij af, maar de fundamenten zijn nog stevig. Beneden op de grond hebben de mensen hun aardappeloogst opgeslagen.
CHARLES EYCK ZAG DE molen welhaast dagelijks als hij met zijn wagen over de weg van Aalbeek naar Nuth reed. Hij begon de schilder te boeien en tenslotte besloot deze er op af te stappen. Je kunt die SCHIMMERTSE molen maar moeilijk vinden, ook al weet je waar hij ongeveer ligt. Boomgaarden onttrekken hem tot het laatste toe aan het gezicht. Eindelijk ben je er vlak bij. Je volgt een lang, smal pad en staat dan plotseling stil bij ’n ruïneus en zwaart gevaarte.
„Die molen moet gered worden”, dacht Charles Eyck. Waarom? Wel, omdat hij een deel is van het landschap, omdat het een oude, Limburgse molen is, en omdat er ook nog iemand in wonen kan, als hij eenmaal gerestaureerd is. Vanaf dat ogenblik zwierf de schilder van instantie naar instantie en van kantoor naar kantoor. Maar nog steeds is geen definitieve toezegging gedaan die de molen van de ondergang kan redden.
Langzaam
„BUREAUCRATISCHE molens malen langzaam”, zegt de Ravensbosse schilder. „Monumentenzorg moet de restauratie aanpakken. Ik alleen kan ook niks doen”. Hij is geteisterd door de storm, ouderdom heeft hem verbrokkeld. Hij staat nog wel overeind, maar in zijn romp zijn grote, zware gaten en een flinke storm in een najaarsnacht is voldoende om hem te vellen. „Ik heb al een architect verzocht ’n tekening te maken”, vertelt peinzende Charles Eyck, „maar iedereen zit op het ogenblik tot over zijn oren in het werk”
En dan kijkt hij glimlachend op en zegt een beetje verbitterd: „Aesthetiek wordt niet als sport bedreven!”
1882
DE MOLEN IS VAN vóór 1882. Dat althans kunnen de mensen zich herinneren, die er vlak tegenover wonen. In 1946 is de laatste molenaar (Verhaagh) weggetrokken. Van toen af heeft hij leeg gestaan. Langzaam brokkelde hij af, maar de fundamenten zijn nog stevig. Beneden op de grond hebben de mensen hun aardappeloogst opgeslagen.
Samenvatting2:
Van binnen kun je door de gaten in de romp de wolken aan de hemel zien voorbij zeilen. Maar nog altijd staan de wieken imposant in het ruim alsof ze elk ogenblik kunnen beginnen met de ruimte af te tasten. Achter de molen bevindt zich een oude waterput. Rondom kweken de mensen hun groenten. Het uitzicht naar alle kanten is heerlijk.
Atelier
NEEN, MET DIE molen schiet het niet ze erg op. Charles Eyck kan met meer trots wijzen op de staag vorderende bouw van zijn nieuw atelier nabij zijn woning in Ravensbos. Timmerlieden, schilders en tuinlieden zijn er de laatste hand aan het leggen. Dinsdag 20 september wordt het geopend. Dan komen de muziekgezelschappen van Houthem en Schimmert en blazen feestmuziek tussen de bomen van Ravensbos. „Het wordt een Breugheliaans feest” zegt de nu reeds met binnenpret rondlopende schilder. Hij laat me de vloer zien, waarop de korpsen zullen plaatsnemen: z’n latere beeldhouwwerkplaats. „Maar je kunt er ook dansen”, haast Charles Eyck zich te zeggen. Of er op dinsdag 20 september ook gedanst wordt?
Molensteen
AAN DE INGANG van het atelier ligt een grote molensteen, die dienst doet als vloermat. Midden in het atelier staat ’n „beeldhouwersboom”: op de afgeknotte takken zie je beelden van Limburgse kunstenaars en zelfs is er nog iets bij een van Zweedse kunstenaar uit de vorige eeuw: een erfstuk van zijn vrouw. Grote, feestelijke doeken staan op de grond. Je ziet er Limburgse mensen op in een Limburgs landschap processiegewijs opgesteld, of zomaar met hun blauwe gezichten opduikend achter een kerktoren of een struik. Het is altijd feest op de doeken van Charles Eyck: alsof er gebeier van klokken in de lucht is. En uit de overstelpend rijke bomen druipt paarse uitbundigheid.
Atelier
NEEN, MET DIE molen schiet het niet ze erg op. Charles Eyck kan met meer trots wijzen op de staag vorderende bouw van zijn nieuw atelier nabij zijn woning in Ravensbos. Timmerlieden, schilders en tuinlieden zijn er de laatste hand aan het leggen. Dinsdag 20 september wordt het geopend. Dan komen de muziekgezelschappen van Houthem en Schimmert en blazen feestmuziek tussen de bomen van Ravensbos. „Het wordt een Breugheliaans feest” zegt de nu reeds met binnenpret rondlopende schilder. Hij laat me de vloer zien, waarop de korpsen zullen plaatsnemen: z’n latere beeldhouwwerkplaats. „Maar je kunt er ook dansen”, haast Charles Eyck zich te zeggen. Of er op dinsdag 20 september ook gedanst wordt?
Molensteen
AAN DE INGANG van het atelier ligt een grote molensteen, die dienst doet als vloermat. Midden in het atelier staat ’n „beeldhouwersboom”: op de afgeknotte takken zie je beelden van Limburgse kunstenaars en zelfs is er nog iets bij een van Zweedse kunstenaar uit de vorige eeuw: een erfstuk van zijn vrouw. Grote, feestelijke doeken staan op de grond. Je ziet er Limburgse mensen op in een Limburgs landschap processiegewijs opgesteld, of zomaar met hun blauwe gezichten opduikend achter een kerktoren of een struik. Het is altijd feest op de doeken van Charles Eyck: alsof er gebeier van klokken in de lucht is. En uit de overstelpend rijke bomen druipt paarse uitbundigheid.
Samenvatting3:
Wanneer dinsdag 20 september in het langzaam naar de diepte vloeiende licht de muzikanten de berg beklimmen om naar de woning van de schilder op te trekken zal er iets tot leven gewekt worden in dit stuk Limburgse land: ’n rijkdom van kleuren, van klanken en van bomen komt tesamen: schilder en dorpeling vieren het feest van de eeuwige overdaad, waarvan beiden, én kunstenaar én boer, in het Limburgse land leven.
Trefwoorden:
Organisatie: Heemkundevereniging Houthem-St.Gerlach
laatste wijziging 15-11-2024
Mijn Studiezaal (inloggen)