Uw zoekacties: Lieve Vrouwe Broederschap te Houten
x123 Lieve Vrouwe Broederschap te Houten ( Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiƫrarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiƫrarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

123 Lieve Vrouwe Broederschap te Houten ( Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De Lieve Vrouwe Broederschap werd in 1479 gesticht door inwoners van Houten en het aangrenzende Schonauwen. Een broederschap was een kerkelijk goedgekeurde instelling die missen liet opdragen op een eigen altaar in een eigen kapel in de parorchiekerk, onder andere voor overleden broeders en zusters waarvan de begrafenissen door alle leden werden bijgewoond. Daarnaast werd de onderlinge band tussen de leden versterkt door het regelmatig aanrichten van maaltijden, terwijl naastenliefde werd bedreven door het doen van uitdelingen aan de armen. De leden, mannen en vrouwen, waren afkomstig uit de maatschappelijke bovenlaag. De middelen om bovengenoemde activiteiten te financieren kwamen uit de opbrengsten van onroerend goed of uit renten, die meestal door de eigen leden werden geschonken. Namens de broeders werd het beheer van de bezittingen gevoerd door twee oudermannen of procurators. Zij waren het ook die op de jaarlijkse vergadering in de Lieve Vrouwe kapel middels een rekening verantwoording van hun beheer moesten afleggen.
Het verbod op de openbare uitoefening van de Katholieke godsdienst in 1580 betekende doorgaans het einde van de broederschappen. Die van Houten bleef echter bestaan, zij het ontdaan van haar religieuze karakter doch met behoud van haar sociale aspect. Leden en bestuur werden nu, naast welgestelden, gevormd door schouten en schepenen van Houten en aanpalende ambachtsheerlijkheden. Tegen het einde van de zeventiende eeuw stierf de broederschap evenwel uit. Dit werd onder andere in de hand gewerkt door de zware beschadiging en daaropvolgende sloop van de eigen kapel ten gevolge van de orkaan van 1674, waardoor het centrale ontmoetingspunt van de instelling wegviel. Het beheer van de goederen kwam nu in handen van de plaatselijke schout die daarover verantwoording aflegde aan de ambachtsheer. De uitdelingen aan de armen werden gestaakt waardoor het kapitaal van de broederschap door rente-inkomsten jaarlijks toenam.
In de periode 1795-1813 kwam er een einde aan de achterstelling van Rooms-Katholieken door de overheid. Deze gelijkstelling had ook gevolgen voor de verdeling van de opbrengst van de broederschapsgoederen. De burgemeester, die nu het beheer van de bezittingen waarnam, keerde aan zowel het Rooms-Katholieke- als het Hervormde Armbestuur ieder de helft van de jaarlijkse inkomsten uit, een en ander ter bedeling van de behoeftigen die tot hun kerkgenootschappen behoorden. In 1928 werd bij Koninklijk Besluit het beheer aan het college van B. en W. opgedragen. De inkomsten uit de broederschapsgoederen werden nu door het gemeentebestuur besteed, en wel aan inwoners van Houten die daar naar zijn oordeel behoefte aan hadden. Door het tot stand komen van de Algemene Bijstandswet ontviel de zin aan bovengenoemde vorm van geldelijke steun. Op 8 maart 1967 werd besloten de inkomsten van de Lieve Vrouwe Broederschap te bestemmen voor het jeugdwerk in de gemeente Houten .
Bron: L.J.M. de Keijzer en R.J. Butterman, De Lieve Vrouwe Broederschap van Houten 1479-1987, in Tussen Rijn en Lek jrg. 21 (1987) nr. 2, p. 13-36.
1. Aanwijzingen voorde gebruiker
2. Bijzonderheden
Inventaris
2 Resolutie van de Gedeputeerden der Staten van Utrecht van 19 maart 1631, waarbij de door de L.V. Broederschap opgestelde regels inzake werkzaamheden, bestuur, beheer en lidmaatschap worden goedgekeurd en vastgesteld, 1903 : kopie
sluiten
123 Lieve Vrouwe Broederschap te Houten
Inventaris
2 Resolutie van de Gedeputeerden der Staten van Utrecht van 19 maart 1631, waarbij de door de L.V. Broederschap opgestelde regels inzake werkzaamheden, bestuur, beheer en lidmaatschap worden goedgekeurd en vastgesteld, 1903 : kopie
Datering:
1903 : kopie
NB:
Extract uit het Derde Memoriaal van de Geestelijke Goederen van Utrecht, berustend in het Rijksarchief te Utrecht.
Omvang:
1 stuk
14-23 Bijlagen bij de rekening
Kenmerken
Datering:
1732-2010
Plaatsnaam:
Houten
Omvang:
1.25
Toegang:
ja
Nadere toegangen:
nee
Openbaarheid:
Volledig
Soort archief:
Archieven van verenigingen, stichtingen en genootschappen
Herkomst:
Schenking (deels)
Auteur:
D. Ruiter
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld.Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
RHC Zuidoost Utrecht, Wijk bij Duurstede. Toegang 123 Lieve Vrouwe Broederschap te Houten 1732-2010
VERKORT:
NL-WbdRHCZOU. 123
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS