Uw zoekacties: Stichting Groninger Culturele Gemeenschap, 1957 - 1984
x677 Stichting Groninger Culturele Gemeenschap, 1957 - 1984 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiƫrarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiƫrarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

677 Stichting Groninger Culturele Gemeenschap, 1957 - 1984 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
1. Korte geschiedenis van de Culturele Raad
sluiten
677 Stichting Groninger Culturele Gemeenschap, 1957 - 1984
Inleiding
1. Korte geschiedenis van de Culturele Raad
Organisatie: Groninger Archieven
Op 22 januari 1957 namen Provinciale Staten van Groningen het besluit de Stichting Groninger Culturele Gemeenschap in het leven te roepen. Volgens art. 6 van de stichtingsakte van 13 maart 1957 hebben Gedeputeerde Staten de leden van het stichtingsbestuur voor de eerste maal benoemd uit personen ten nauwste betrokken bij het culturele leven in de provincie in zijn verschillende aspecten. Twee leden werden benoemd op voordracht van de afdeling Groningen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Het bestuur van de stichting bestond uit een algemeen bestuur van tenminste 17 leden en een dagelijks bestuur of Centraal Orgaan van 7 leden.
Een van de eerste werkzaamheden van de Culturele Gemeenschap bestond uit het voorbereiden van de uitgave van het culturele maandblad 'Groningen', waarvan het eerste nummer verscheen in 1959.
Verder stelden diverse commissies van de Gemeenschap nota's en rapporten op ter bevordering van het culturele leven in de provincie.
In het kader van een landelijke tendens tot herziening van het welzijnsbeleid werd in 1972 een commissie benoemd om de structuur van de Stichting tegen het licht te houden.
Het rapport van deze commissie leidde tot een statutenwijziging in 1975, waarbij de grootste verandering bestond uit het instellen van secties, te weten de Sectie Vormings- en Ontwikkelingswerk, de Sectie Massamedia, de Sectie Theater en Letteren, de Sectie Cultuurbeleid, de Sectie Cultuurconservering, de Sectie Beeldende Kunst, de Sectie Muziek en de Sectie Gewestelijke Cultuur. Binnen de verschillende secties ontstonden op deelterreinen werkgroepen en commissies.
Het beleid van de stichting werd bepaald door het algemeen bestuur in overleg met de secties.
Verder werd een bureau aan de stichting toegevoegd, bestaande uit een directeur, een of meer stafleden en verdere medewerkers.
Al vrij snel ontstond verschil van mening over het functioneren van de Sectie Cultuurbeleid.
Statutair was immers bepaald dat het beleid een zaak van het bestuur was, zodat onduidelijkheid ontstond over de taak van de Sectie.
Dit leidde er toe dat de werkzaamheden van de Sectie in 1978 werden overgenomen door het dagelijks bestuur.
Vanaf 1977 begon echter het provinciaal bestuur zijn activiteiten op welzijnsgebied te herzien, wat resulteerde in een analyse van het functioneren van de provinciale raden op dat terrein, waaronder de Culturele Raad.
Gedeputeerde Staten kwamen tot de conclusie dat het provinciaal bestuur kon beschikken over zoveel ambtelijke deskundigheid dat een adviserende rol voor de Raad niet meer nodig was, wat resulteerde in een vermindering van de subsidie.
De hierdoor gewijzigde positie van de Raad leidde tot een herbezinning op het functioneren, waarover een commissie onder leiding van mevr. Chr. Kooistra, lid van het dagelijks bestuur, in 1981 een rapport uitbracht. De voornaamste conclusies uit dat rapport waren de noodzaak van versterking van de relatie met het 'werkveld', versterking van de dienstverlenende functie van het bureau en de werkgroepen en verbetering van de relatie met het provinciaal bestuur.
Stopzetting van de provinciale subsidie leidde echter tot opheffing van de Raad per 1- 1-1985.
2. Samenstelling van het archief en verantwoording van de inventarisatie
Inventaris
01. Algemeen bestuur
02. Dagelijks bestuur
03. Bureau
05. Sectie massamedia
06. Sectie Theater en Letteren
07. Sectie cultuurbeleid
08. Sectie cultuurconservering
09. Sectie beeldende kunst
10. Sectie muziek
11. Sectie gewestelijke cultuur
Kenmerken
Beschrijving:
Inventaris van het archief van de Stichting Groninger Culturele Gemeenschap, vanaf 1975 Stichting Culturele Raad voor de provincie Groningen
Bewerker:
A. Beuse
Behoort tot collectie:
Provincie Groningen
Laatste Publicatie:
1991
Licentie:
Omvang:
0,9 m standaardarchiefberging
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS