Uw zoekacties: Hervormde gemeente Noordbroek, 1600 - 1973
x275 Hervormde gemeente Noordbroek, 1600 - 1973 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

275 Hervormde gemeente Noordbroek, 1600 - 1973 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1. Voorgeschiedenis
Menko, de derde abt van het klooster Bloemhof te Wittewierum en voortzetter van Emo's kroniek, schrijft dat in 1272 "Astawalda" en "Broke" door een hongersnood getroffen werden *  .
In zijn "Groninger Plaatsnamen" bekritiseert De Vries de traditionele interpretatie die dit "Broke" altijd als een samenvoegende aanduiding voor Noord- en Zuidbroek heeft uitgelegd. Van Astawalda en Broke zegt Menko dat het laaggelegen plaatsen zijn. Noordbroek daarentegen ligt juist hoog. De aanduiding "broek" (= drassig, laaggelegen land) slaat niet op de bodemgesteldheid van het dorp zelf maar geeft de ligging ten opzichte van het broek aan. De oude vorm in "North da brôk", hetgeen "ten noorden van het broek" betekent *  .
Het staat vast dat de parochie Zuidbroek in 1283 bestond. Joosting concludeert uit dit gegeven hetzelfde voor Noordbroek, waarbij hij zich baseert op de door de Vries aangevochten interpretatie van "Broke" = Noordbroek en Zuidbroek *  . De stichtingsdatum van de parochie Noordbroek kan slecht zeer globaal worden geschat aan de hand van het kerkgebouw dat van omstreeks 1300 dateert. De eerste vermelding in de geschreven bronnem is van veel latere datum. De parochie komt als "Nordabrock" voor op het, door Von Ledebur in de tweede helft van de 15e eeuw geplaatste "Registrum curarum terre Frisie Monateriensis dioecesis ex saeculo XV", een lijst van de dekanaten en parochies in het aartsdekanaat Frisia *  .
In de Middeleeuwen maakte Noordbroek deel uit van het dekanaat Farmsum, dat op zijn beurt weer ressorteerde onder het aartsdekanaat Frisia. Beklimmen we de twee volgende sporten van de ladder der kerkelijke hiërarchie. Het aartsdekanaat Frisia behoorde tot het bisdom Munster, dat een suffrafaan was van het aartsbisdom Keulen *  . De kerkelijke herindeling uit de jaren 1559-1561 zou aan deze "buitenlandse" invloedssferen een eind maken door de creatie van een, aan Utrecht ondergeschikt, bisdom Groningen.
275 Hervormde gemeente Noordbroek, 1600 - 1973
Inleiding
1. Voorgeschiedenis
In de Middeleeuwen maakte Noordbroek deel uit van het dekanaat Farmsum, dat op zijn beurt weer ressorteerde onder het aartsdekanaat Frisia. Beklimmen we de twee volgende sporten van de ladder der kerkelijke hiërarchie. Het aartsdekanaat Frisia behoorde tot het bisdom Munster, dat een suffrafaan was van het aartsbisdom Keulen *  . De kerkelijke herindeling uit de jaren 1559-1561 zou aan deze "buitenlandse" invloedssferen een eind maken door de creatie van een, aan Utrecht ondergeschikt, bisdom Groningen.
Organisatie: Groninger Archieven
Na de reduktie (1594) werd Noordbroek ingedeeld bij de klassis Oldambt en Westerwolde, sinds 1816 klassis Winschoten genaamd *  .
Omstreeks 1440 nam de stad Groningen van de geslachten Gockinga en Houwerda de rechten in het Oldambt over. Het gebied is voortaan een stadsjurisdiktie *  . De stedelijke zeggenschap strekt zich ook uit tot kerkelijke aangelegenheden.
Op 2 maart 1555 trad de stad op als scheidsrechter in een twist tussen "Peter ten Bussche sampt de ghemeente tho Noortbroecke contra de karckvoegeden daerselffst". Pastoor en kerkvoogden waren in konflikt gekomen met de vicarius ten Bussche "ende wolden denselven heer Peter aldaer ter stede langer niet dulden noch lijden". Zij zetten hem daarom af en kozen de pastoor van Engelbert als nieuwe vicarius. Ten Bussche, die zich verzekerd wist van de steun der gemeente, weigerde echter te vertrekken. Burgemeester en raden gaven Ten Bussche het bevel de vicarie onmiddellijk te verlaten en verbande hem bovendien uit hun jurisdiktie. Verder droegen zij aan gemeenteleden en kerkvoogden op vrede te sluiten. Onwilligen stond een boete van 100 oude Franse schilden te wachten. Ten Bussche kreeg op 26 maart 1555 nog een maand respijt om zijn goederen te gelde te maken *  .
Burgemeester en raden hadden de supervisie op het beheer van de kerkelijke goederen, een taak die in de 19e eeuw aan het Provinciaal College van Toezicht zou komen.
Het stadsbestuur hoorde de rekeningen van de kerkvoogdij af. Bij vervreemding van kerkegoederen moest haar toestemming worden gevraagd. Het sluiten van pachtcontracten gebeurde in overeenstemming met het stadsmeierrecht.
In de jaren 1657-1664 splitsten Noordbroeksterhamrik, Korengast en Stootshorn zich van Noordbroek af en gingen een afzonderlijk kerspel vormen. "Hier heeft men dus een eigenaardig geval van een kerspel zonder kerk, want kerkelijk bleven de beide kerspelen verenigd" (Formsma) *  . De kerspelvergaderingen werden gehouden in een lokaliteit van de kerk: de Zuiderschool. Zitting in het kerspelbestuur ging vaak samen met lidmaatschap van kerkeraad of kerkvoogdij. Bij de verkiezingen van kerspel-volmachten en collectuers der meenteschattingen verzamelden predikant of kerkvoogden de stemmen *  . Meer dan eens fungeerde de kerkvoogdij als geldschieter van het kerspel. De verstrengeling van wereldlijke en kerkelijke funkties blijkt ook uit het verlijden van akten door predikant en kerkvoogden, vaak samen met de "geëligeerde kerspelman" *  .
Sinds het laatste kwart van de 17e eeuw heerste er tussen kerspel- en kerkbesturen een vreedzame coëxistentie. De strubbelingen over de bevoegdheid tot verkiezing van kerkedienaren, die beide partijen elkaar hadden betwist, behoorden tot het verleden.
De predikantenlijst voorin het kerkeboek over de jaren 1624-1703 begint met de namen van Dorpius, Jurlink en Dickmannus die volgens de overlevering-"soo veel ins daer van bekent sijn"-in Noordbroek werkzaam waren geweest "ten tijde des pausdooms", vóór de reduktie dus *  .
De laatste pastoor van Noordbroek, Henricus Dijckmannus was niet bereid om de verre van ongebruikelijke metamorfose tot dominee te ondergaan, hetgeen hem er niet toe belette nog ruim twee jaar aan te blijven *  . Pas in april 1597 gaf de Groningse raad "de olde priester toe Noortbroeck" opdracht om op korte termijn zijn post te verlaten, overigens niet dan na aan twee raadsgecommitteerden financiële verantwoording te hebben afgelegd *  . Dijckmannus werd op verzoek van het kerspel tot schatbeurder aangesteld. Toen de stadsregering hem in 1602 uit dit ambt ontzette, sprongen 41 van zijn ex- parochianen voor hem in de bres. Zij hadden het besluit "mit grooten droeffenisse" vernomen en poogden de raad "uuijt Christelijcke compassie" te vermurwen *  . Vergelijken we de namen van de ondertekenaren van dit rekest met de lijst die Johannes Lolingius omstreeks 1624 vervaardigde van hem die zich "uterlick (...) tot des H. Avontmaal holden", dan valt het op dat deze twee reeksen namen niet corresponderen *  .
Ten dele is dit te verklaren doordat er tussen de data van opstelling ruim 20 jaar ligt: een aantal rekestanten zal zijn overleden toen Lolingius zijn 74 schapen telde. Niettemin bewijst de lijst van 1602 dat de gemeente niet en masse overging tot het nieuwe geloof, hetgeen ook blijkt uit de grote aantallen van hen die na 1625 voor het eerst aan de avondmaalsviering deelnemen. De dominee en zijn vrouw, tijdelijk vertrokken en teruggekeerden alsmede uit andere plaatsen afkomstige lidmaten niet meegerekend zijn dat er in 1629 29 en het jaar daarop 18. Deze getallen kunnen, vergeleken met die van de volgende jaren, niet alleen als normale aanwas worden geïnterpreteerd maar wijzen op een golf van bekeerlingen omstreeks 1627.
De eerste "officiële" predikant, Johannes Sprenger (1597-1599), behoorde tot de pioniers van de hervorming in Groningen. Hij had in de jaren '70 de wijk moeten nemen naar Duitsland. In 1578 werd hij van Bingum naar Leer beroepen. De twee jaar voor zijn komst naar Noordbroek was Sprenger predikant te Huizinge *  .
De verhouding tussen Sprengers opvolger Johannes Lolingius (1600-1624) en zijn gemeente is jarenlang vertroebeld geweest door een ruzie waarvan de precieze achtergronden onbekend zijn, maar die mogelijk in verband heeft gestaan met een al dan niet bewuste weerstand van een deel der dorpelingen tegen de introductie van de heersende godsdienst. Op 25 april 1608 hoort de synode beide partijen "Uppet klagelicke angevent der gemeinte van Nordtbroick wegen ehres itzigen pastorn Johannis Lolingii *  . Uit de naburige klasses worden twee bemiddelaars benoemd, die "in bijwesen so moglick eniger heren des E. Rades" moeten proberen een verzoening te bewerkstelligen *  . Deze poging mislukte. Op 7 mei 1613 vroeg de synode zich af: "Oft niet noodigh, dat men den ergerlicken strijdt ende onenicheyt, so sich naer veler luiden seggen nu eenige jaeren herwaerts tusschen den pastoor te Noortbroeck ende den caspelluden solle verholden, door eenige deputerten des synodi sich onderstaen wegh te nemen unde door eenige deputerten des synodi sich onderstaen wegh te nemen unde tho dempen *  . Het jaar daarop komt het conflict in de synodale vergadering nogmaals aan de orde maar wordt dan "affgedaen" *  .
2. Organisatie
3. Personeel
4. De charitas
5. Censura morum
6. Noordbroek in de gouden eeuw
7. Bezittingen en hun beheer
8. Inleiding tot de inventaris
Bijlage
Lijst van predikanten
Kenmerken
Beschrijving:
Inventaris van het archief van de hervormde gemeente te Noordbroek
Bewerker:
I. Matthey
Behoort tot collectie:
Rijk
Laatste Publicatie:
1997
Omvang:
4,15 m standaardarchiefberging
Bijzonderheden:
Deze inventaris van de hand van I. Matthey verscheen in 1978 in druk. In 1997 werden aanvullende beschrijvingen - door A. Beuse en mw. J. van Keulen - toegevoegd (nrs. 220-240). In 2017 volgde nog een aanvulling (nrs. 241-248).
Licentie:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS