Uw zoekacties: Christelijke Industrie- en Nijverheidsschool 'Prinses Julian...
x1843 Christelijke Industrie- en Nijverheidsschool 'Prinses Juliana', 1927 - 1986 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1843 Christelijke Industrie- en Nijverheidsschool 'Prinses Juliana', 1927 - 1986 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inleiding
1. Geschiedenis
1843 Christelijke Industrie- en Nijverheidsschool 'Prinses Juliana', 1927 - 1986
Inleiding
1.
Geschiedenis
Organisatie: Groninger Archieven
Op donderdag 20 oktober 1927 kwamen een vijftal heren onder leiding van dominee J.J. Miedema in de woning van Sam Boelens aan de Ossenmarkt bijeen. Zij bespraken de problemen die zij ondervonden bij het vinden van een binnen hun levensovertuiging passende hogere vakopleiding voor hun dochters. Er waren weliswaar Christelijke instellingen, maar zo constateerden ze: "vaak ook zouden ouders die hunne meisjes naar deze instellingen laten gaan, liever hunne dochters zien onderwezen in die vakken, die meer het gezinsleven en met name het Christelijk gezinsleven raken en kunnen verrijken". Ze wilden daarom een Christelijke Industrie- en Huishoudschool in Groningen stichten. Als eerste stap daartoe werd op 16 februari 1928 in het Concerthuis aan de Poelestraat de "Vereeniging voor Christelijk Nijverheidsonderwijs te Groningen" opgericht.
De bekendmaking van de oprichting leidde tot een verontwaardigde reactie van de Hervormde predikant J.J. van de Wall in de Nieuwe Provinciale Groningen Courant van woensdag 4 juli 1928. Hij ergerde zich aan het gebruik van de naam Christelijk, terwijl men eigenlijk bedoelt Gereformeerd of Hervormd. "En zoo is 't nu als ik goed ben ingelicht, met de Chr. Industrie- en Huishoudschool, die hier staat opgericht te worden".
De subsidiëring door het gemeentebestuur ging niet geheel zonder discussie. Aanvankelijk werd de zogenaamde noodzakelijkheidsverklaring door het gemeentebestuur onthouden. Maar uiteindelijk viel deze, door het in 1917 in de grondwet opgenomen beginsel van de financiële gelijksteling tussen openbaar en bijzonder onderwijs, niet te kunnen worden tegengehouden.
De vereniging kon tegen een "zeer billyken prijs" een schoolgebouw aan het Sophiaplein van de gemeente huren. Daardoor konden al in het schooljaar 1928 - 1929 de eerste klassen aan de Christelijke Industrie- en Huishoudschool van start gaan. Bij de opening van de school wees voorzitter Boelens er op dat de school er van getuigde dat man en vrouw, krachtens scheppingsordinantie niet dezelfde zijn, niet gelijk zijn, maar hun gelijkwaardigheid vonden in het beelddrager Gods te zijn. Voorts stelde hij dat het beroep op de ouders om met alle krachten mede te werken aan de verwezenlijking van het ideaal, het vormen van huisvrouwen die haar dagelijks werk willen verrichten in afhankelijkheid van s' Heren zegen, was beantwoord. De school telde bij de opening 98 leerlingen, verdeeld over 35 voor de dagschool A, 10 voor de dagschool B en 53 (avond)cursisten.
Het jaarverslag over 1932 meldt: "Niettegenstaande de zorgvolle tijdsomstandigheden, is het ons vergund een nieuwe school te bouwen, niet als voorbeeld van verkwisting of overdaad, maar als een blijk van vertrouwen en bemoediging". Op 30 november 1933 werd in het bijzijn van onder andere de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Mr H.P. Marchant, het nieuwe gebouw aan de Hoendiepskade geopend. De nieuwe school kreeg als naam: "Prinses Juliana". Het leerlingenaantal was toen al gestegen naar 583. Aan de school was inmiddels ook een internaat verbonden. In 1939 kwam daar een tweede internaat aan de Grote Markt bij dat speciaal bedoeld was voor de opleiding tot huishoudelijke beroepen voor werkloze meisjes.
In 1940 bedroeg het leerlingenaantal 639. Binnen het bestuur van de Vereniging voor Christelijk Nijverheidsonderwijs werden in datzelfde jaar plannen ontwikkeld om te komen tot de stichting van een christelijke ambachtsschool. Dit leidde er toe dat op 6 maart 1940 "onder auspiciën" de "Vereeniging tot stichting en instandhouding van een Christelijke Ambachtsschool te Groningen" werd opgericht.
Tijdens de bezettingsjaren groeide de school door tot 780 leerlingen. Nadat al in het 1942 het internaat werd gevorderd en voor de leerlingen een ander onderkomen aan de Kraneweg moest worden ingericht, werd twee jaar later ook de school zelf gevorderd. Het jaarverslag over 1945 meldt: "Na de z.g. 'Dolle Dinsdag' bleek het niet verder mogelijk regelmatig onderwijs te geven. De kinderen, van elders op de school geplaatst, waren vertrokken, de gebouwen stonden niet meer ter beschikking en soms werden op niet minder dan acht plaatsen les gegeven". Tijdens de bevrijding door de Canadezen moesten vlammenwerpers worden ingezet om de bezetters uit het internaat aan de Kraneweg te verdrijven. Het gebouw brandde, als gevolg daarvan, tot de grond toe af.
Na de bezetting kreeg de school weer de beschikking over haar eigen gebouw met internaat aan de Hoendiepskade. In 1948 werd de school uitgebreid met de opleiding van leraressen voor de akten N VII (huishoudkunde en wasbehandeling) en N VIII (koken en voedingsleer). (inv. nr. 9). Het bestuur hoopte dat "vele meisjes zich aangetrokken zullen voelen tot dit bij uitstek vrouwelijk beroep en dat vooral uit eigen kring velen zich voor de opleidingen zullen aanmelden" (jaarverslag 1948, inv. nr. 133)
In 1949 werd besloten tot een forse uitbreiding van de school. En nadat enkele jaren later hiervoor de ministeriële toestemming was verkregen, werd begonnen met de bouw van een verdieping op het bestaande gebouw en de oprichting van een gymnastiek- en een overblijflokaal. Op 19 mei 1954 kon, tegelijk met het 25-jarige jubileum, de uitbreiding worden geopend.
Kort daarop werden er plannen gemaakt voor een tweede school in een andere stadswijk. Terwijl in noodlokalen de eerste lessen werden gegeven, werd in augustus 1959 de eerste paal geslagen van de tweede school aan het Damsterdiep. Uit eerbetoon aan de man vanaf de oprichting tot 1959 het voorzitterschap van de Vereniging voor Christelijk Nijverheidsonderwijs bekleedde, kreeg de school de naam: "Sam Boelensschool". In juni 1961 werd deze school geopend.
De maatschappelijke veranderingen die in de tweede helft van de jaren zestig plaatsvonden, gingen ook aan de Vereniging voor Christelijk Nijverheids-onderwijs niet voorbij. Het jaarverslag van 1966 schrijft: "Het nijverheids-onderwijs voor Meisjes was steeds georiënteerd in de richting van het gezin, maar de betekenis van de 3 k's: kamer, keuken, kinderen hebben aan betekenis ingeboet. ... Gewijzigde omstandigheden geven aan de concrete inhoud van de eis van het abstract beginsel een andere inhoud. Wel zijn mannen in het algemeen meer dan vrouwen geschikt voor vooraanstaande maatschappelijke en publieke functies maar daarop bestaan toch tal van uitzonderingen". De opleidingen gingen er niet meer vanuit dat de werkzame periode van de vrouw slechts een overbrugging van kinderjaren tot het huwelijk zouden zijn. Ook inhoudelijk had het zijn invloed; naast opleidingen voor verzorgende beroepen kwamen er ook opleidingen die gericht waren op een kantoorbaan.
In de praktijk richtte de Sam Boelensschool zich uitsluitend op het L.B.O., terwijl op de Prinses Julianaschool vooral M.B.O. en H.B.O.-opleidingen werden gegeven. In 1974 werd begonnen met de opleiding diëtetiek; in augustus 1979 ging de opleiding Toegepaste Huishoudwetenschappen (T.H.W.) van start.
Ondanks de komst van de nieuwe opleidingen kampten beide scholen met een terugloop van het leerlingenaantal als gevolg van de geringere belangstelling voor het christelijk onderwijs. Ook de belangstelling voor het wonen in een internaat verminderde gaandeweg in de loop der jaren. In 1975 sloot het de deuren.
In 1979 gingen verschillende christelijke LBO-opleidingen en de Bavinck MAVO in de stad Groningen samenwerken. Er werd een nieuwe vereniging opgericht. Tot de samenwerkende scholen behoorde ook de Sam Boelenschool. De nieuwe school kreeg als naam: De Hamrik.
Enkele jaren later zou ook de naam Prinses Juliana-school verdwijnen. In 1983 werd de naam Vereniging voor Christelijk Nijverheidsonderwijs veranderd in Vereniging voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs "Prinses Juliana". De MBO-opleidingen werden toen overgedragen aan de Stichting voor Christelijk M.D.G.O.
De hierna volgende jaren stonden in het teken van een grote herstructurering van het HBO-onderwijs, het S.T.C.- proces (Schaalvergroting, Taakverdeling en Concentratie). De Prinses Julianaschool zocht voor haar opleidingen Diëtetiek en THW aansluiting bij een "privaatrechtelijke HBO-cluster". Op 24 juni 1986 stemde de algemene ledenvergadering in met het voorstel om toe te treden tot de Hanze Hogeschool Groningen. "Het besluit om de Christelijke identiteit op te geven werd genomen na een zorgvuldig, intensief en langdurig besluitvormingsproces en is niet gemakkelijk geweest", zo meldt het laatste jaarverslag van de Prinses Julianaschool.
Op 1 januari 1987 opende de Hanze Hogeschool haar deuren.
2. Archiefvorming, inventarisatie en openbaarheid
Kenmerken
Beschrijving:
Inventaris van de archieven van de Christelijke Industrie- en Nijverheidsschool 'Prinses Juliana' en de Vereniging voor Christelijk Nijverheidsonderwijs te Groningen
Bewerker:
T. Flokstra
Behoort tot collectie:
Gemeente Groningen
Laatste Publicatie:
2000
Omvang:
8,5 m standaardarchiefberging
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS