Uw zoekacties: Archieven, bewaard bij het stadsbestuur van Utrecht, behoren...
x708 Archieven, bewaard bij het stadsbestuur van Utrecht, behorend aan de stad ('Bewaarde archieven I') ( Het Utrechts Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

708 Archieven, bewaard bij het stadsbestuur van Utrecht, behorend aan de stad ('Bewaarde archieven I') ( Het Utrechts Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Oorspronkelijke inleiding
Bewerkingsgeschiedenis
Inventaris
4. Archieven van kloosters, 1284-1803
4.1. Toelichting
4.2. Mannenkloosters
4.3. Vrouwenkloosters
4.3.01. Begijnhof
4.3.02. Convent van St. Cecilia
4.3.03. Convent van St. Nicolaas
N.B. Het begijnhuis van St. Nicolaas is de oudste fundatie van dergelijken aard, die wij te Utrecht kennen *  : reeds in 1337 werd de grondslag daarvan gelegd door den priester Heynrick van der Stove, die een huis met den grond, dien hij in erfpacht bezat, bestemde voor de huisvesting van 'goede arme jonc-frouwen,' die God dienden, den armen behulpzaam waren en zich ook met zieken verplegen belastten. Klein bleef het gestichtje; maar toch, de raad der stad keurde goed, dat de grond gemortificeerd en voor geestelijk verklaard zou worden, hetgeen met de (talrijke) jongere conventen niet meer geschiedde.
Intusschen scheen het toch wenschelijk, dat eenige orde gesteld werd op het gesticht, en zoo hebben in 1394 de stedelijke begijnmeesters aan de 'arme meechden' eenige regels gesteld, om daarnaar haar leven in te richten. Zonder eigen vermogen en in een gezamenlijk huishouden zouden zij niet bedelen, maar haren kost winnen met spinnen en naaien; personen, die niet met de anderen in vrede leefden, zouden de begijnmeesters uitzetten.
Van eene geestelijke orde is in deze regeling nog geen sprake; maar spoedig sloten de vrouwen zich aan bij de stichtingen der moderne devotie. Eerlang stelden de zusters zich onder toezicht van de mater van het St. Cecilia-convent en van haren biechtvader Wermbout van Buscop; in 1396 namen zij eene moeder uit het convent der Elfduizend maagden. In 1399 namen toen de drie conventen te zamen den derden regel van St. Franciscus aan; maar alleen de zusters van St. Cecilia lieten zich tevens besluiten.
In 1422 verkregen de zusters van de pastoors van St. Nicolaas het recht, om een biechtvader en een eigen altaar met sacramentshuis te hebben; in hetzelfde jaar namen ook zij (tegelijk met de zusters van St. Agnes) de clausuur aan. In 1448 werd de kapel van het gesticht gewijd, waarin sedert 1460 de doode zusters begraven mochten worden. In 1474-1476 eindelijk werd door den Dombouwmeester Jacob van der Borch eene nieuwe, ruimere kapel gebouwd, waar de pastoors van St. Nicolaas in 1477 vergunden, dat ook vreemden hunne laatste rustplaats mochten kiezen.
De kloostergebouwen zijn in 1614 ingericht tot tuchthuis; ook het werkhuis van Evert van de Poll (eerst in 1604 in het Karmelieten-klooster gevestigd) werd in 1615 daarheen overgebracht. De kapel is in 1632 verkocht *  .
986 Register van het begijnhuis, z.j. i
708 Archieven, bewaard bij het stadsbestuur van Utrecht, behorend aan de stad ('Bewaarde archieven I')
Inventaris
4. Archieven van kloosters, 1284-1803
4.3. Vrouwenkloosters
4.3.03. Convent van St. Nicolaas
986 Register van het begijnhuis, z.j.
Datering:
z.j.
Omvang:
1 deel
Nadere toegang:

Ga
Organisatie: Het Utrechts Archief
4.3.04. Brigittijnenklooster
4.3.05. Convent van St. Ursula
4.3.06. Convent van St. Agnes
4.3.07. Convent Jeruzalem
4.3.08. Convent Bethlehem
4.3.10. Convent van St. Anna
Bijlage
Regesten
thumbnail
Kenmerken
Datering:
1284-1813
Toegangstitel:
Inventaris van de bij de archieven van het stadsbestuur van Utrecht bewaarde archieven, behorend aan de stad, 1284-1813 (1885)
Auteur:
S. Muller Fz.
Datering toegang:
1913
Datering bewerking:
1996, 2006, 2013
Openbaarheid:
Volledig openbaar
Rechtstitel:
Overbrenging van een overheidsarchief
Omvang:
38,5 m
Rubrieken:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS