Uw zoekacties: Confessionele vereniging
x66-2 Confessionele vereniging ( Het Utrechts Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

66-2 Confessionele vereniging ( Het Utrechts Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Historische achtergrond in de 19e eeuw
66-2 Confessionele vereniging
Inleiding
Historische achtergrond in de 19e eeuw
Organisatie: Het Utrechts Archief
In 1816 werd door koning Willem I het Algemeen Reglement op de kerkelijke organisatie ingevoerd. Hiermee werd aan de Nederlandse Hervormde Kerk-zoals deze voortaan zou heten-een nieuwe, hiërarchische bestuursinrichting gegeven. Krachtens deze organisatie werd aan de synode opgedragen de leer van de kerk te handhaven. Tegelijkertijd echter mocht de synode slechts besturen en werd zij niet geacht zich bezig te houden met het beslissen van leergeschillen. Vóór alles moesten rust en eenheid bewaard blijven. Aan het ondertekeningsformulier voor aanstaande predikanten werd een meer vrijblijvende en ruimere interpretatie gegeven. De verplichting voor predikanten om wekelijks uit de Heidelbergse Catechismus te spreken verviel. De drie Formulieren van Enigheid, het uitgangspunt van de geloofsbelijdenis, bleven weliswaar gehandhaafd, maar tegelijkertijd was de synode niet bevoegd aan te geven wat precies hiertoe behoorde. Dit alles leidde in de praktijk tot een toenemende leervrijheid. De synode zag zich voor het dilemma geplaatst dat zij om de eenheid in de kerk te bewaren de leer moest handhaven, maar handhaafde zij de leer, dan kon de eenheid in onrust ten onder gaan *  .
Tegen deze halfslachtige situatie rees van verschillende kanten verzet. In 1834 voltrok zich de Afscheiding, waarbij een groot aantal orthodoxe mensen onder leiding van De Cock en Scholte de kerk verliet. In 1886 vond een tweede aderlating plaats, bekend geworden als de Doleantie van Kuyper. Sinds 1862 was een uittocht begonnen van vrijzinnigen naar het voorbeeld van Busken Huet en Pierson *  . Binnen de kerk was er in toenemende mate sprake van een richtingenstrijd die zich toespitste op de geldigheid van de belijdenis; de invoering van het Algemeen Reglement van 1852 had geen belangrijke veranderingen gebracht. Van links naar rechts zijn vier richtingen te onderscheiden: de vrijzinnigen, de ethischen, de confessionelen en de Gereformeerde Bonders. Ter linkerzijde was men fel tegen het opnieuw verplicht stellen van de oude belijdenisgeschriften en verdedigde men de leervrijheid. Aan de rechterzijde wilde men hier juist van af en eiste men handhaving van de oude belijdenisgeschriften. Deze protesten kwamen-vooral van rechtzinnige zijde-tot uiting in de grote aantallen adressen, waarmee de synode jaarlijks werd overspoeld. De synode weigerde een uitspraak te doen. Zij hulde zich in stilzwijgen of wees de verzoeken zonder meer van de hand. De synode achtte zich niet bevoegd om een uitspraak te doen *  . Bij velen nam nu de neiging toe om op andere wijze hun doel te bereiken.
De Confessionele Vereniging
De provinciale commissie voor Zuid-Holland
Archief
Bewerkingsgeschiedenis
thumbnail
Kenmerken
Datering:
1864-1986
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van de Confessionele Vereniging 1864-1986
Auteur:
F.E. Brouwer
Datering toegang:
1987
Datering bewerking:
2012
Notabene:
Vanwege ruimtegebrek bewaren wij dit archief niet in ons eigen depot. U kunt dit archief inzien door het aan te vragen via ons aanvraagformulier: https://hetutrechtsarchief.nl/aanvragen
Openbaarheid:
Stukken jonger dan 50 jaar slechts ter inzage na toestemming inbewaargever
Rechtstitel:
Opneming in beheer van een particulier, niet in eigendom verkregen
Omvang:
6 m zuurvrije dozen
Bijzonderheden:
Vanwege ruimtegebrek bewaren wij dit archief niet in ons eigen depot. U kunt dit archief inzien door het aan te vragen via ons aanvraagformulier: https://hetutrechtsarchief.nl/aanvragen
Rubrieken:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS