Uw zoekacties: Stuurgroep Bejaarden
x1661 Stuurgroep Bejaarden ( Het Utrechts Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1661 Stuurgroep Bejaarden ( Het Utrechts Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Korte geschiedenis van de organisatie
sluiten
1661 Stuurgroep Bejaarden
Inleiding
Korte geschiedenis van de organisatie
Organisatie: Het Utrechts Archief
Sinds het begin van de jaren zeventig ontstonden her en der in Nederland projecten gecoördineerd bejaardenwerk. Doel van deze projecten was de bevordering van het welzijn van ouderen, met name in die zin dat ze in staat werden gesteld zo lang mogelijk in hun eigen omgeving te blijven wonen. Om een oudere goed te kunnen helpen kunnen er soms meerdere voorzieningen tegelijkertijd nodig zijn. Wanneer deze voorzieningen door verschillende organisaties moesten worden geleverd, was het de taak van het gecoördineerd bejaardenwerk om de voorzieningen op elkaar af te stemmen. "Projecten gecoördineerd bejaardenwerk doen dus niet zelf iets voor de ouderen, maar hebben te maken met alles wat voor de ouderen door anderen wordt gedaan of gedaan zou moeten worden". * 
In Nieuwegein begonnen in 1972 de gemeenteraadsfractie van Nieuwegein-Nu, de Sociaal-Medische Werkgroep Nieuwegein, de Stichting Huisvesting aan Bejaarden Jutphaas en de werkgroep Bejaarden en Alleenstaanden Jutphaas druk op het gemeentebestuur uit te oefenen om te komen tot het voeren van een ouderenbeleid. Dit leidde tot een vergadering vertegenwoordigers van de gemeente met G. Thoen, provinciaal bejaardenconsulent, op 10 juli 1972. Tijdens deze vergadering werd de afspraak gemaakt tot vorming van een stuurgroep die een nota bejaardenbeleid moest voorbereiden. Hierop volgde op 12 september een vergadering met belangenbehartigers van ouderen. Van deze vergadering zijn helaas geen notulen bewaard gebleven. * 
De eerste vergadering van de overleggroep inzake het ouderenbeleid waarvan de notulen bewaard zijn gebleven, werd gehouden op 3 oktober 1973. In 1975 had de Stuurgroep Bejaarden, zoals de overleggroep werd genoemd, de gemeentelijke nota bejaardenbeleid gereed. In de nota werd gepleit voor"(...) een organisatiestructuur (...) waarbinnen alle organisaties werkzaam op het gebied van het bejaardenwerk in de ruimste zin van het woord werkzaam zijn". De stuurgroep zou de basis vormen voor deze koepel, waarbij nadrukkelijk ook ouderen betrokken dienden te worden. *  Intussen waren taak en bevoegdheden van de Stuurgroep Bejaarden nooit vastgelegd. In een nota voor burgemeester en wethouders werd geadviseerd dat op korte termijn alsnog te doen. Als taken werden genoemd: tthet stimuleren en koördineren van alle aktiviteiten betreffende het open en gesloten bejaardenwerk in Nieuwegein; het ter diskussie stellen en beoordelen van plannen inzake het bejaardenwerk; het verstrekken van adviezen aan het kollege van b&w betreffende bovenbedoelde plannen en andere zaken; het verstrekken van adviezen aan andere instanties, werkzaam op het terrein van het bejaardenwerk". * 
Ook bij de stuurgroep zelf leidde de onduidelijkheid tot onvrede. Omdat zij zich door het gemeentebestuur gepasseerd voelde bij de realisering van ouderenwoningen, schortte de stuurgroep haar werkzaamheden in december 1975 op. Overleg leidde ertoe dat op 23 april 1976 overeenstemming met de gemeente werd bereikt. De stuurgroep, die tot dan toe geen rechtspersoonlijkheid bezat, zou in stichtingsvorm verdergaan. De wethouder zou niet langer voorzitter zijn, maar wel lid blijven. De gemeente bleef de ambtelijke ondersteuning leveren. *  Financiële middelen had men tot in 1976 ook niet. In de vergadering van de stuurgroep van 14 september 1976 kwam de vraag naar voren of het daar niet langzamerhand tijd voor werd, omdat het secretariaat zou overgaan van de gemeente naar het opbouwwerk. Men besloot een begroting op te stellen. In diezelfde vergadering werd ook de eerste beroepskracht van de nieuwe stichting voorgesteld. Per 1 oktober daaropvolgend was Lily Hartogs aangesteld als projectleidster. Haar werkgever was voorlopig de SHHBN. * 
De stuurgroep stelde in haar vergadering van 11 januari 1977 vast te streven naar één stichting voor beleid en beheer. Men wilde secties instellen, waarin de organisaties van de diverse aandachtsgebieden overleg konden voeren en hun beleid konden afstemmen. Om een en ander verder uit te werken werd een structuurcommissie ingesteld. Op 2 mei 1977 werd de naam van de toekomstige stichting vastgesteld: Stichting Gecoördineerd Bejaardenwerk Nieuwegein, kortweg GBN. Organisatievorm en naam werden mede gekozen in verband met de invoering van een Rijksbijdrageregeling Gecoördineerd Bejaardenwerk. Officieel werd de stichting in 1978 opgericht. *  Een poging om te komen tot samenwerking met het bejaardenwerk in de gemeente Usselstein liep intussen op niets uit. Op deze samenwerking was aangedrongen door het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. De financiële kant van de samenwerking toverde echter problemen op en de gemeente Nieuwegein schreef de stichting dat de projectleidster in 1977 haar werkzaamheden in IJsselstein moest staken. * 
Het GBN kende een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. In 1979 ontstond in de stichting onduidelijkheid over de samenstelling van het algemeen bestuur. Naast bestuursleden kenden de Stuurgroep Bejaarden en daarna het GBN adviseurs. Zo had het gemeentebestuur geen lid meer in het stichtingsbestuur, maar wel een adviseur. Ook bleek dat sommige organisaties twee vertegenwoordigers in het algemeen bestuur hadden. Als beleidslijn werd vastgelegd dat zou worden gestreefd naar één vertegenwoordiger van elke organisatie en ieder project. Toch groeide het bestuur dermate dat voorzitter W. Schults in 1981 moest constateren dat het tijd werd om invulling te gaan geven aan de secties die men volgens de statuten kon instellen. De vergaderingen van het algemeen bestuur zouden daardoor ontlast worden en meer de functie van algemeen overleg kunnen dragen. Het nieuwe algemeen bestuur zou 13 leden tellen. Het dagelijks bestuur zou uit vier personen bestaan, aangevuld met een vertegenwoordiger van het algemeen bestuur. Men wilde vier secties instellen, namelijk wijkactiviteiten, overwijkse activiteiten, zorg en wonen. *  De sectie wonen was in 1985 echter blijkbaar nog niet van de grond gekomen. * 
De overgang van GBN naar Stichting Welzijn Ouderen Nieuwegein, kortweg SWON, was vooral een naamswijziging. Doelstelling, taken en middelen van de nieuwe stichting waren gelijk aan die van de oude. Maar men vond de benaming 'bejaarde' uit de tijd. Op 3 november 1983 werd de wijziging middels een notariële akte gerealiseerd. *  Bij besluit van het algemeen bestuur van 20 mei 1985 werd de bestuursstructuur weer gewijzigd. Het algemeen bestuur zou voortaan bestaan uit 15 leden. Het werd samengesteld uit rechtstreekse vertegenwoordigers van de SHHBN en de woningcorporatie Onze Woning, twee onafhankelijke leden van het dagelijks bestuur en vertegenwoordigers van de secties. Het dagelijks bestuur zou bestaan uit 5 leden: een onafhankelijke voorzitter, een onafhankelijke penningmeester en drie vertegenwoordigers van de secties. * 
Met het vorderen van de jaren veranderde echter ook de visie van de deelnemers en belanghebbenden op wat de SWON zou moeten zijn en moeten doen. Rond het tienjarig bestaan van de stichtingen in 1988 werd een enquête georganiseerd naar het functioneren van de SWON. Daaruit bleek dat er nogal wat tegengestelde meningen heersten over deze materie. De enquête resulteerde in een nota over de doelstelling, taken en werkwijze van de SWON. Naar aanleiding van deze nota werd besloten tot een nieuwe bestuursherziening. Voortaan was deskundigheid het selectiecriterium voor een groot deel van het bestuur. * 
Niettemin was met name de gemeente ontevreden over de gang van zaken bij de SWON. De stichting was te veel bezig met uitvoerend werk en zou haar taakstelling meer moeten accentueren op coördinatie, advisering en het stimuleren van activiteiten. Zo was te weinig terechtgekomen van de advisering aan de gemeente. Bovendien zouden, doordat ouderen zelf en de SWON veel activiteiten ten behoeve van hun specifieke doelgroep organiseerden, de ouderen het risico lopen als groep geïsoleerd te raken in de Nieuwegeinse samenleving. De stichting zou voortaan meer moeten coördineren en ondersteunen, maar de uitvoering van de educatie en het sociaal-cultureel werk meer moeten overlaten aan de algemene educatieve en welzijnsinstellingen. Ook wilde de gemeente dat de SWON een huishoudelijk reglement zou vaststellen, waarin de organisatievorm en de bestuurssamenstelling zouden worden vastgelegd, om zo te komen tot een duidelijke organisatie. *  Nu was de organisatie zich langzamerhand ook met veel zaken gaan bezighouden. Zo werd bijvoorbeeld deelgenomen in de opnamecommissie van de Nieuwegeinse verzorgingshuizen, ondersteunde men bewonerscommissies van de SHHBN en de zogenaamde telefooncirkels van het Rode Kruis, beheerde men enkele clubgebouwen en recreatieruimten, voerde men het secretariaat van de projectgroep Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO), gaf men het Nieuwsbulletin voor Ouderen uit en was men betrokken bij de maaltijdvoorziening voor ouderen, Tafeltje-dek-je.
Volgens de gemeente zou de SWON de volgende taken moeten overhouden: het signaleren van leemten in de voorzieningen voor ouderen, de bevordering van deskundigheid bij beroepskrachten en vrijwilligers, informatie en advisering van ouderen, ondersteuning en begeleiding zelforganisaties van ouderen en het initiëren van nieuwe activiteiten. Ook zou men het secretariaat moeten voeren van een overlegplatform van organisaties en instellingen die met of voor ouderen werkten en van de projectgroep MBvO. *  In de periode 1989-1991 droeg de SWON de zorgtaken over aan het project Geïntegreerde Ouderenzorg Nieuwegein (GON). Dit project was een opvolger van de stichting Wijkvoorzieningen Nieuwegein, waarin de SWON eveneens had deelgenomen. Lily Hartogs werd in 1987 gedetacheerd bij het project en ging in 1990 geheel over naar de GON.
Ook het bestuur werd in 1990 nogmaals gewijzigd. Het algemeen bestuur vergaderde op 11 januari van dat jaar voor het laatst, daarna was er één bestuur. De dagelijkse zaken werden afgehandeld door het bestuursoverleg. Maar ook deze verandering kon het tij niet meer keren. Per 1 januari 1991 zat de SWON zonder personeel. De gemeente weigerde de opvulling van de vacature toe te staan, zolang er geen duidelijkheid over rol en functie van de stichting bestond. Van gemeentezijde werd tijdens een overleg op 25 februari 1991 de vraag opgeworpen of de SWON zichzelf niet had overleefd. Er was een hoge coördinatiegraad in het welzijnswerk bereikt en de gemeente zag in de verdere coördinatie eerder een taak voor zichzelf weggelegd. De afvaardiging van de SWON dreigde daarop met onmiddellijke opheffing van de stichting. In een bestuursvergadering op 4 april 1991 werd vastgesteld dat de ideeën van de wethouder zouden ingaan tegen het beleid dat door de gemeenteraad was vastgesteld. Ook vond het bestuur het beleid van de wethouder paternalistisch, omdat ouderen zelf niet meer bij de coördinatie betrokken zouden zijn. Men besloot de opheffingsprocedure in gang te zetten. Niettemin was de reactie van het bestuur verontwaardigd toen bleek, dat de gemeente instemde met de opheffing.
De gemeente zelf beargumenteerde haar beleid als volgt:
1. De SWON geeft geen invulling aan het platform ouderenbeleid, waardoor de beleidsadvisering aan de gemeente niet van de grond komt;
2. Er is onder de Nieuwegeinse instellingen onvoldoende draagvlak voor de SWON als de aangewezen coördinerende instantie;
3. Er is een landelijke discussie gaande over het bestaansrecht van het gecoördineerd ouderenwerk;
4. De gemeente zelf is de aangewezen instantie voor beleidsontwikkeling, niet de SWON. Als dan de uitvoerende werkzaamheden zouden zijn overgedragen aan algemene instellingen zou de SWON slechts informatie en advisering, voorlichting en ondersteuning van zelforganisaties tot taak hebben. Die werkzaamheden werden echter ook al door het COSBO uitgevoerd. Het secretariaat van de projectgroep MBvO zou gemakkelijk bij een andere instantie onder te brengen zijn. *  Op 7 november 1991 viel het formele besluit tot opheffing van de stichting per 31 december daaraanvolgend. *  De heer F. Wuthrich schreef vervolgens, overigens op persoonlijke titel, "Door het onthouden van ambtelijke goedkeuring voor de aanstelling van een nieuwe coördinator werd de SWON het werken onmogelijk gemaakt. De Swon bloede (!) dood". * 
De taken van de SWON werden overgenomen door de SKWN voor zover het de sociaal-culturele activiteiten, informatie- en adviesfunctie, de ondersteuning van organisaties van ouderen en het secretariaat van de projectgroep MBvO betrof. De zorg- en verzorgingsfuncties werden in het vervolg uitgevoerd door de Stichting GON, terwijl een seniorenraad voor de advisering aan de gemeente moest gaan zorgen. Nadat de gemeente Nieuwegein tot in 1976 de ambtelijke ondersteuning had geleverd en daarmee ook de secretariële werkzaamheden, werd het de taak van de projectleidster om deze taken uit te voeren. Samen met een aantal andere welzijnsinstellingen in Nieuwegein werd eind december van dat jaar een samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarbij de Centrale Administratieve Voorziening werd opgericht. In 1978 leverde dat wel problemen op: het GBN had de indruk dat de CAV nauwelijks werk voor de stichting verrichtte. *  De boekhouding en de financiële administratie werden dan ook in eigen hand gehouden.
Het secretariaat van de stuurgroep was in 1976 aanvankelijk gevestigd aan de Richterslaan 8a. Ook in 1977 werd dit adres nog gebruikt als nevenvestiging. De hoofdvestiging was toen in het voormalige raadhuis van Vreeswijk aan het Raadhuisplein 5, samen met de SKWN. In verband met een bestemmingsplanwijziging moest dit pand echter ook weer verlaten worden, waarna de beide stichtingen vanaf 1986 in het kantorenpand Raadstede 19 ruimte huurden. Eind januari 1990 verhuisde de SWON voor het laatst: de nieuwe huisvesting werd gevonden aan de Herenstraat 106. Nadat in 1976 Lily Hartogs in dienst was gekomen van het GBN, volgden nog enkele anderen, waardoor tenslotte in de periode 1985-1989 drie functionarissen effectief in dienst van het SWON waren. Per 1 januari 1991 was dit aantal, zoals gezegd op pagina 7, weer teruggelopen tot nul.
Geschiedenis van het archief
Verantwoording van de inventarisatie
Aanwijzingen voor het gebruik
Literatuur
Inventaris
Bijlagen
Leden van de stuurgroep bejaarden en van het bestuur van de QBN en Swon
Lijst van afkortingen
thumbnail
Kenmerken
Datering:
1975-1992
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van de Stuurgroep Bejaarden, het Gecoördineerd Bejaardenwerk en de Stichting Welzijn Ouderen Nieuwegein (1964) 1975-1992
Auteur:
P.G.J. Huismans
Datering toegang:
1996
Datering bewerking:
2011
Openbaarheid:
De persoonsdossiers in inv.nrs. 50-54 zijn slechts openbaar 100 jaar na geboorte van de betrokkene
Rechtstitel:
Overbrenging van een overheidsarchief
Fonds:
Gemeente Nieuwegein (oorspr. toegangsnr. 36)
Plaatsnaam:
Nieuwegein
Omvang:
4,69 m
Rubrieken:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS