Uw zoekacties: Generaal College voor de Behandeling van Bezwaren en Geschillen
x1501 Generaal College voor de Behandeling van Bezwaren en Geschillen ( Het Utrechts Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiƫrarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiƫrarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1501 Generaal College voor de Behandeling van Bezwaren en Geschillen ( Het Utrechts Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Generale Commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen in de Nederlandse Hervormde Kerk
1501 Generaal College voor de Behandeling van Bezwaren en Geschillen
Inleiding
Generale Commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen in de Nederlandse Hervormde Kerk
Organisatie: Het Utrechts Archief
Ingevolge ordinantie 19 van de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk uit 1951 dienden kerkelijke lichamen of personen bij onderlinge geschillen eerst de weg van de kerkelijke rechtsgang te volgen. De achtergrond hiervan was om geschillen in eerste instantie zoveel mogelijk binnen de eigen kerkelijke kring te beslechten.
Artikel XXIV van de kerkorde gaf aan dat bezwaren en geschillen in eerste instantie moesten worden voorgelegd aan provinciale commissies voor de behandeling van bezwaren en geschillen. In de kerkelijke provincies waren daartoe afzonderlijke commissies van bezwaren en geschillen ingesteld.
Zo nodig kon vervolgens in beroep gegaan worden bij de Generale Commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen. Deze commissie, in 1951 door de Generale Synode ingesteld, was binnen de kerkelijke rechtspraak het hoogste orgaan en de beslissingen van dit orgaan waren in principe eindbeslissingen. Dat betekende niet dat de burgerlijke rechter buiten spel werd gezet: nadat de kerkelijke rechtsgang was gevolgd kon desgewenst de weg naar de burgerlijke rechter ingeslagen worden.
Zoals de naam van de commissie al aangeeft werd onderscheid gemaakt in bezwaren en geschillen, respectievelijk ordinantie 19-1 en 19-2. Een bezwaar richtte zich tegen een besluit van een kerkelijk lichaam zoals een kerkenraad of een kerkelijke commissie. Bij een geschil ging het om een zaak tussen twee of meer kerkelijke lichamen of ambtsdragers. Het geschil kon betrekking hebben op de vervulling van hun taak, de begrenzing van hun arbeidsvelden of de omvang van hun bevoegdheden.
De leden van de commissie werden op 3 juli 1951 door de Generale Synode benoemd. De onafhankelijkheid en zelfstandigheid van de commissie bleek onder andere uit het gegeven dat het voor leden van het breed moderamen (het dagelijks bestuur van de Generale Synode) verboden was tot lid van deze commissie te worden gekozen. Deze bepaling, destijds 19-3-3, is echter in 1955 vervallen. De commissie bestond uit zeven leden, waaronder tenminste vier ambtsdragers. Opvallend is dat er geen verplichting was om juristen in de commissie op te nemen. Wel bestond de mogelijkheid een toegevoegd secretaris te benoemen (ordinantie 19-7-2). De commissie vergaderde tot 1984 meestal te Rotterdam, vanaf 1985 te Leidschendam en vanaf 1 oktober 1999 te Utrecht.
Per 1 mei 2004 is de commissie opgeheven in verband met de oprichting van de Protestantse Kerk in Nederland. De commissie werd daarna onder dezelfde naam voortgezet binnen de Protestantse Kerk in Nederland.
Taak, werkwijze, ontwikkeling en (voorbeelden van) jurisprudentie van de commissie in de context van de kerkorde worden uitgebreid behandeld in het hoofdstuk 'De kerkelijke rechtspraak' door dr. P. van den Heuvel in De kerk op orde? Vijftig jaar hervormd leven met de kerkorde van 1951, p. 241-264 (Zoetermeer 2001). Ook onder hoofdstuk 19 van De Hervormde kerkorde door P. van den Heuvel (Zoetermeer 2001) zijn diverse relevante gegevens terug te vinden.
Archief en inventarisatie
Addendum
thumbnail
Kenmerken
Datering:
1951-2004
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van de Generale Commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen in de Nederlandse Hervormde Kerk 1951-2004
Auteur:
F. Schoonheim
Datering toegang:
2012
Datering bewerking:
2013
Notabene:
Vanwege ruimtegebrek bewaren wij dit archief niet in ons eigen depot. U kunt dit archief inzien door het aan te vragen via ons aanvraagformulier: https://hetutrechtsarchief.nl/aanvragen
Openbaarheid:
Op het archief is een openbaarheidsbeperking van 50 jaar van toepassing
Rechtstitel:
Opneming in beheer van een particulier, niet in eigendom verkregen
Omvang:
11,6 m
Bijzonderheden:
Vanwege ruimtegebrek bewaren wij dit archief niet in ons eigen depot. U kunt dit archief inzien door het aan te vragen via ons aanvraagformulier: https://hetutrechtsarchief.nl/aanvragen
Rubrieken:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS