Uw zoekacties: Kantongerecht Venlo, 1970-1979
x08.053 Kantongerecht Venlo, 1970-1979 ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

08.053 Kantongerecht Venlo, 1970-1979 ( Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1.1. Kantongerecht Venlo
1.2. Toelichting op de inventaris
1.3. Algemene informatie inzake procedures
sluiten
08.053 Kantongerecht Venlo, 1970-1979
1. Inleiding
1.3. Algemene informatie inzake procedures
Het strafproces: Indien er een strafbaar feit is ontdekt, volgt er een onderzoek door de politie of een andere opsporingsinstantie. De resultaten daarvan worden vastgelegd in een proces-verbaal, dat wordt voorgelegd aan het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie beslist of het de zaak laat rusten (seponeren) dan wel de verdachte zal vervolgen. In het laatste geval kan het de verdachte een schikking (transactie) aanbieden. Als de verdachte hierop ingaat, ontloopt hij een rechtszaak. Het OM kan de verdachte ook dagvaarden. Indien de officier van justitie het opsporingsonderzoek onvoldoende vindt, kan hij een gerechtelijk vooronderzoek vorderen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de rechter-commissaris in strafzaken. Naar aanleiding van het gerechtelijk vooronderzoek beslist het OM al dan niet tot dagvaarding. Bij dagvaarding wordt de aanhangig gemaakte zaak op de rol geplaatst. Als de gedaagde niet verschijnt, kan bij verstek worden geprocedeerd. De voorzitter begint het onderzoek ter terechtzitting door het doen uitroepen van de zaak tegen de verdachte. Hij ondervraagt de getuigen, de deskundigen en de verdachte. Ook de andere rechters, de officier van justitie en de advocaat (raadsman) van de verdachte mogen vragen stellen. Vervolgens voert de officier van justitie het woord en legt zijn vordering, na voorlezing, aan de rechtbank over. De vordering omschrijft de straf of de maatregel, indien oplegging daarvan wordt geëist, en vermeldt in dat geval tevens, welk bepaald strafbaar feit zou zijn begaan. Hierop kan de verdachte antwoorden. Indien aanwezig kan de raadsman zijn pleidooi houden. De officier van justitie kan daarna andermaal het woord voeren. De verdachte heeft echter het recht als laatste te spreken. Tenslotte verklaart de voorzitter het onderzoek ter terechtzitting voor gesloten
Door de griffier wordt van de gehele terechtzitting proces-verbaal opgemaakt, dat door de president en de griffier vastgesteld wordt en zo spoedig mogelijk na de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting wordt ondertekend. Het vonnis wordt vastgesteld in de raadkamer. Door de rechtbank wordt het vonnis uitgesproken in een openbare zitting. Ook daarvan wordt een proces-verbaal opgemaakt. In door de wet toegelaten gevallen kan tegen het vonnis hoger beroep op het gerechtshof of cassatie bij de Hoge Raad worden ingesteld. Ook hiervan worden registers bijgehouden. Het strafproces bij de kantonrechter, waar overtredingen berecht worden, vindt volgens een vereenvoudigde procedure plaats. De kantonrechter is alleen sprekend rechter en behandelt alleen overtredingen. De kantonrechter doet meestal op de terechtzitting onmiddellijk mondeling uitspraak. Hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter kan ingesteld worden bij de arrondissementsrechtbank. Soms is alleen cassatie bij de Hoge Raad mogelijk. Ook het strafproces voor de politie- en kinderrechter (enkelvoudige kamer) vindt volgens een vereenvoudigde procedure plaats. Na het opsporingsonderzoek wordt ook hier de zaak aanhangig gemaakt door dagvaarding van de verdachte. Mocht de politie- of kinderrechter van mening zijn dat de zaak te gecompliceerd is, dan verwijst hij naar de meervoudige kamer. Bij verwijzing door de kinderrechter naar de meervoudige kamer, dient er altijd een kinderrechter aan het onderzoek deel te nemen. Kinder strafzaken worden ook door de meervoudige kamer behandeld ingeval van appèl van kanton gerecht zaken en indien er gelijktijdig terecht staande medeverdachten zijn van 18 jaar of ouder. De terechtzitting is bij de kinderrechter niet openbaar. De verdachte is in het algemeen verplicht om te verschijnen. Zowel de politie- als de kinderrechter wijzen meestal mondeling vonnis. In het proces-verbaal der terechtzitting worden de belangrijkste gedeelten van het mondelinge vonnis vastgelegd
Dat geldt dan als vonnis. Hoger beroep tegen het vonnis van de politie- en kinderrechter staat open bij het gerechtshof, cassatie bij de Hoge Raad. Het bestuur rechtelijk proces: Het bestuursrecht regelt de verhoudingen tussen de overheid en haar burgers en tussen bestuur organen onderling. De overheid voert wetten uit op allerlei rechts terreinen, zoals onderwijs, sociale verzekeringen en milieu. In deze wetten staat welk overheidsorgaan de plicht of bevoegdheid heeft om hiervoor te zorgen. Bij de uitvoering nemen overheidsorganen veel besluiten, soms op verzoek van een burger, soms uit eigen beweging. Bij deze besluiten moeten ze bepaalde regels in acht nemen. Burgers maar ook andere bestuursorganen kunnen tegen de overheidsbesluiten in het verweer komen bij de administratieve rechter. De beroep schrift procedure volgens de Algemene Wet Bestuursrecht: Volgens het systeem van de Algemene Wet Bestuursrecht kan men tegen een overheidsbesluit niet direct in beroep gaan bij een onafhankelijke rechter (doorgaans de sector bestuursrecht van de arrondissementsrechtbank), maar moet men eerst een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen dan wel administratief beroep instellen bij een ander bestuursorgaan. Hoofdstuk 6 en 7 van de AWB beschrijven deze fase van bezwaar en administratief beroep. Hoofdstuk 8 van de AWB beschrijft de procedure die gevolgd moet worden bij beroep bij de rechtbank. Wanneer iemand een beroep schrift heeft ingediend, stelt de rechtbank een vooronderzoek in. Het bestuursorgaan dat het omstreden besluit heeft genomen wordt zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht van de indiening van het beroep schrift. Het bestuursorgaan moet binnen vier weken de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift insturen. Eventuele andere partijen krijgen eveneens minstens één keer de gelegenheid schriftelijk hun mening kenbaar te maken. Dit zijn de verplichte elementen van het vooronderzoek
De rechter kan nu al beslissen een zitting te beleggen. Hij kan eerst ook nog tot enkele aanvullende acties overgaan, zoal s het inwinnen van schriftelijke of mondelinge inlichtingen bij de partijen. Hij kan ook getuigen en deskundigen horen, of een onderzoek ter plaatse verrichten. Tijdens de zitting kan de rechter partijen, en eventuele getuigen en deskundigen ondervragen. De rechter bepaalt wanneer het onderzoek is voltooid. Na afsluiting van het onderzoek kan de rechter uitspraak doen. Niet altijd vindt er een zitting plaats. Met instemming van de partijen kan de zitting worden overgeslagen. Daarnaast is er nog de vereenvoudigde behandeling. Deze houdt in, dat de rechtbank, ook zonder instemming van partijen, de zaak zonder zitting kan afdoen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk gegrond of kennelijk ongegrond, dan wel als de rechtbank kennelijk onbevoegd is. De belanghebbende kan wel tegen zo'n uitspraak verzet aantekenen bij de rechtbank. Als dat verzet gegrond wordt bevonden, volgt alsnog een zitting. Wordt het verzet niet-ontvankelijk of niet-gegrond verklaard, dan blijft de uitspraak in stand. De rechter kan mondeling uitspraak doen (tijdens de zitting) of schriftelijk. Daarbij baseert hij zich op het beroep schrift, de overlegde stukken en het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. Als hij het beroep gegrond verklaart, wordt het oorspronkelijke besluit (geheel of gedeeltelijk) vernietigd. De rechtbank kan het bestuursorgaan opdragen een nieuw besluit te nemen, dan wel bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tegen een uitspraak van de rechtbank is in veel gevallen hoger beroep mogelijk. In de uitspraak staat op welke wijze en bij wie dit kan. Voorlopige voorziening: Zowel tijdens de bezwaarschriftenprocedure als tijdens het beroep bij de administratieve rechter, kan door de belanghebbende een voorlopige voorziening van de rechter gevraagd worden
Een voorlopige voorziening kan worden gegeven als 'onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist'. Bezwaar en beroep hebben namelijk geen schorsende werking: het bestreden besluit blijft van kracht. Indien de uitvoering onomkeerbare gevolgen of schade zou opleveren voor de belanghebbende, zou de beslissing op bezwaar en beroep voor hem dus te laat kunnen komen. Een voorlopige voorziening kan inhouden, dat het besluit wordt geschorst (voorbeeld: een gemeente mag een woning die zonder bouwvergunning is gebouwd nog niet afbreken), of dat de eiser voorlopig behandeld moet worden alsof hij een vergunning heeft. In de procedure ligt het accent op de zitting. De partijen worden zo spoedig mogelijk uitgenodigd op een zitting te verschijnen. De president van de rechtbank doet zo spoedig mogelijk mondeling of schriftelijk uitspraak. Indien de voorlopige voorziening is aangevraagd in de fase van beroep bij de rechtbank, kan de president meteen uitspraak doen in de hoofdzaak, als hij van mening is dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Het burgerlijk proces: In het burgerlijk proces kunnen twee hoofd vormen onderscheiden worden, die verband houden met de wijze waarop de zaak aanhangig gemaakt wordt: de dagvaardingsprocedure en de verzoekschrift procedure. In burgerlijke zaken is rechtsbijstand (proces vertegenwoordiging) verplicht bij de rechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad. Bij het kantongerecht is rechtsbijstand niet verplicht. Partijen kunnen voor de kantonrechter in persoon verschijnen en hun zaak zelf behandelen. Men kan dit ook laten doen door een gemachtigde, hetgeen meestal het geval is (deurwaarder, zaakwaarnemer). Dagvaardingsprocedure: De dagvaardingsprocedure is hoofdzakelijk een schriftelijke procedure. Deze start met het uitbrengen van de dagvaarding door een deurwaarder aan de gedaagde. De dagvaarding wordt bij de griffie op de 'rol' geschreven. De zaak krijgt een rol nummer
Op de dienende dag wordt de zaak door de dienstdoende deurwaarder uitgeroepen. Als er niemand voor de gedaagde verschijnt, vraagt de procureur verstek, dat wil zeggen vaststelling door de rechtbank dat de gedaagde, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen. Na het verlenen van het verstek neemt de procureur van de eiser conclusie van eis (meestal een herhaling van het standpunt in de dagvaarding). De procureur van de eiser verzoekt de rechtbank, door middel van eis, vonnis te wijzen. De stukken van de procureur worden hierbij overgedragen aan de rechtbank. Als de procureur van de gedaagde wel verschijnt, zal hij een conclusie van antwoord nemen. De conclusie van antwoord kan worden gevolgd door een conclusie van repliek namens de eiser, met daarop namens de gedaagde een conclusie van dupliek en eventuele nadere conclusies. Na het nemen van de conclusies kunnen pleidooien volgen of kan het recht op stukken, dat wil zeggen zonder mondelinge toelichting, gevraagd worden. Meestal wordt het pleidooi door een advocaat gehouden, maar een partij mag ook zelf pleiten. Een samenvatting van het pleidooi kan als pleitnota worden overlegd. Alvorens eindvonnis te wijzen kan de rechtbank bij een interlocutoir vonnis (tussenvonnis) bewijsvoering opleggen, door middel van verhoor van getuigen (enquête), bericht van deskundigen, gerechtelijke plaatsopneming (descente), het opleggen van een eed, verhoor op vraagpunten, boeken onderzoek, dwang uitgifte van akten en onderzoek naar de echtheid van een geschrift. Voorlopig getuigenverhoor (valetudinaire enquête) vindt plaats als er gevaar bestaat dat een getuige door omstandigheden niet beschikbaar kan zijn of het strijdpunt niet geheel duidelijk is. Een rogatoire commissie kan te pas komen als een getuige in het buitenland woont. De rechtbank bepaalt het vonnis, dat ter openbare terechtzitting wordt uitgesproken
Van het eindvonnis wordt de door de rechters en de griffier ondertekende minuut (dit is het originele) in het archief bewaard. De partijen ontvangen een gewaarmerkt afschrift, de grosse. In door de wet toegelaten gevallen kan tegen het vonnis hoger beroep worden ingesteld of (indien het een verstek vonnis betreft) verzet worden aangetekend. Hoger beroep wordt behandeld door de hogere rechter, maar de verzet procedure dient bij de rechter, die het verstek vonnis heeft gewezen. Beroep in cassatie kan worden ingesteld bij de Hoge Raad. Verzoekschrift procedure: De verzoekschrift procedure (vaak rekest procedure genoemd) is een minder formele rechtsgang dan de dagvaardingsprocedure. Bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, het Wetboek van Koophandel of een bijzondere wet (Faillissementswet, Krankzinnigen wet) schrijven deze rechtsgang voor. De rekest zaak begint met de inschrijving van het rekest in de registers van rekesten. Andere belanghebbenden kunnen een verweerschrift indienen. De behandeling van het verzoek- en het verweerschrift vindt plaats in de raadkamer. Getuigenverhoor is ook in deze procedure mogelijk. De uitspraak van de rechter wordt schriftelijk vastgelegd en heet beschikking. Tegen de beschikking staat hoger beroep open bij de arrondissementsrechtbank of het gerechtshof. Kort geding procedure: Het doel van het kort geding is het op korte termijn verkrijgen van een (eventueel voorlopige) uitspraak in spoedeisende zaken. Het wordt gevoerd voor de president van de rechtbank. De zaak kan aanhangig gemaakt worden bij de rechtbank door dagvaarding van een der partijen, of door vrijwillige verschijning van partijen. Er kan mondeling worden geprocedeerd. Tegen het vonnis kan hoger beroep aangetekend worden bij het gerechtshof. Ook bij de kantonrechter is een spoed procedure mogelijk
Faillissement procedures: In tegenstelling tot de andere procedures waarbij het vonnis de eindfase is, wordt bij onvermogen van kooplieden en ook particulieren juist door het vonnis de procedure in gang gezet. De rechtbank is verplicht de faillissementsaanvragen met spoed te behandelen. Zij wijst vonnis ter openbare terechtzitting en benoemt een rechter-commissaris, die een curator aanwijst. De curator handelt vervolgens het faillissement af onder toezicht van de rechter-commissaris
1.4. Verklarende woordenlijst
1.5. Geraadpleegde literatuur en andere bronnen
Inventaris
2.1. Strafzaken
2.2. Burgerlijke zaken
Kenmerken
Datering:
1970-1979
Inventaris:
Inventaris van het kantongerecht Venlo
Omvang:
24,40 meter
Opmerking:
24,40 meter
Openbaar:
Bescheiden jonger dan 75 jaar zijn alleen openbaar voor wetenschappelijk onderzoek na schriftelijke toestemming van de Rijksarchivaris in Limburg
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS