Uw zoekacties: Kantongerecht te Doesburg
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
1. Openbaarheid en citeren
2. De geschiedenis van het kantongerecht
3. Het Kantongerecht in Doesburg
4. Overbrenging van de archieven
5. Verantwoording van de inventarisatie
sluiten
1053 Kantongerecht te Doesburg
Inleiding
5. Verantwoording van de inventarisatie
Organisatie: Gelders Archief
Van de kantongerechtsarchieven in Gelderland waren er maar een paar voorzien van een beschrijvende inventaris. De archieven van de kantongerechten van Nijmegen, Arnhem, Zaltbommel, Tiel, Geldermalsen, Harderwijk, Wijchen, Druten, Culemborg, Elburg, Doetinchem, Nijkerk, Doesburg, Zutphen en Zevenaar waren slechts voorzien van een globale depotlijst. Het Rijksarchief in Overijssel heeft in het kader van het onderling uitbesteden van inventarisatiewerkzaamheden binnen de Rijksarchiefdienst haar kennis op dit gebied aangeboden en de archieven alsnog voorzien van een beschrijvende inventaris. De archieven van de kantongerechten waren relatief eenvoudig van opzet: de series vormden de ruggegraat van deze archieven. Volgens het structuurbeginsel *  werden de series in tact gelaten en weerspiegelt de inventaris in grote lijnen de aangetroffen orde in de series strafzaken, burgerlijke zaken en buitengerechtelijke zaken. Ten aanzien van burgerlijke zaken bij dagvaarding betekende dit dat de ongezegelde audiëntiebladen (pro deo) die werden aangetroffen bij de series gezegelde audiëntiebladen, niet afzonderlijk zijn geordend.
De archiefordening van de kantongerechten is gebaseerd op een functioneel rubriekenstelsel met een chronologische ordening binnen elke rubriek. Een rubriekenstelsel, omdat de archieven onderwerpsgewijs zijn ingedeeld in drie hoofdrubrieken, waarbinnen weer subrubrieken zijn aangebracht. Een functioneel rubriekenstelsel, omdat het onderwerp overeenkomt met de drieledige jurisdictie van de kantongerechten, te weten strafzaken, burgerlijke zaken en buitengerechtelijke zaken. Een chronologische ordening binnen elke rubriek ten slotte, omdat per (sub)rubriek de stukken in tijdrekenkundige orde gerangschikt zijn in telkens weer omvattende series. Soms werd van de chronologische volgorde afgeweken en werd de praktijk van de procesgang gevolgd. De nadere toegangen zijn immers achteraf gemaakt en zijn hierom ook zo geplaatst.
Leidraad bij de bewerking van de archieven vormde het Werkboek Rechterlijke Archieven onder redaktie van Huijbrecht. Slechts op één punt werd duidelijk afgeweken van het aldaar gegeven indelingsschema. De serie minuten van akten en beschikkingen bestond voor het grootste deel uit buitengerechtelijke ambtshandelingen zoals ver- en ontzegelingen, beëdigingen van voogden of toeziend voogden en eedafleggingen en nauwelijks uit beschikkingen op rekest in burgerlijke zaken. Om deze reden is de serie niet onder burgerlijke zaken geplaatst, maar onder de rubriek buitengerechtelijke zaken.
De omvang van de archieven bedroeg voor bewerking circa 280 meter. Na bewerking en vernietiging bedroeg dit 299 meter. Er is, volgens het bestemmingsbeginsel *  , 2 meter afgescheiden naar de rechtsvoorgangers van de kantongerechten, in casu de vredegerechten, alsmede naar diverse andere archiefvormers. Circa 15 meter werd voorgedragen voor vernietiging ingevolge artikel 6 (Archiefwet 1995): het ging in hoofdzaak om financiële bescheiden, kladstukken of dubbelen, hulpregisters, statistische gegevens en gerechtelijke schrijvens ter griffie uitgereikt. Deze geselecteerde bescheiden stemden overeen met de opsomming van de te vernietigen categorieën bescheiden in
de ministeriële beschikkingen.
De kwaliteit van de toegangen op de kantongerechtsarchieven voor het tijdstip van inventarisatie was slecht. Onjuiste en summiere beschrijvingen kenmerkten de plaatsingslijsten, zodat deze niet als leidraad konden dienen bij de bewerking en bij het maken van een concordans.
De toename van het aantal meters is ontstaan als gevolg van herverpakking van de oorspronkelijke overvolle dozen. Om dezelfde inhoud te kunnen verpakken conform de richtlijnen Goede en Geordende staat van de Rijksarchiefdienst was een groter aantal dozen nodig. Naast het gebruik van de Amsterdamse dozen werden de stukken in zuurvrije omslagen verpakt en werden alle archiefbindsystemen verwijderd.
6. Aanwijzingen voor het gebruik
7. Overzicht van geraadpleegde literatuur
8. Bijlagen
Inventaris
1. Rechtspraak: strafzaken
2. Buitengerechtelijke zaken
Kenmerken
Datering:
1838-1930
Auteur:
R. de Jong, B. Veeningen
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS