Uw zoekacties: Hervormde Gemeente Huissen
x0528 Hervormde Gemeente Huissen ( Gelders Archief )

Archieftoegang

Hier vindt u de inventaris van een archieftoegang. Hierin staat beschreven welke stukken zich in dit archief bevinden. 
 
Het nummer dat voor de titel van het archief staat is het toegangsnummer van dit archief. Het nummer dat voor de beschrijving van een stuk staat is het inventarisnummer. 
  • Bij ‘Kenmerken’ vindt u algemene informatie over dit archief
  • Bij ‘Inleiding’ vindt u achtergrondinformatie over dit archief, denk hierbij aan de openbaarheid, de archiefvormer en de oorsprong en opbouw van het archief.
  • Bij ‘Inventaris’ vindt u de lijst met beschrijvingen van stukken die zich in dit archief bevinden. 

Hoe zoekt u door een archieftoegang?

Klik op de zoekbalk links bovenin en voer uw zoekterm(en) in. Klik vervolgens op ‘zoek’.
Onder ‘Gevonden archiefstukken’ verschijnen de beschrijvingen van stukken uit dit archief waar deze term in voorkomt. Om te zien in welk deel van het archief deze stukken zitten klikt u op ‘Inventaris’. Dor telkens te klikken op het woord/de woorden die vetgedrukt worden weergegeven komt u uit bij de (met geel gemarkeerde) zoektermen. 

Welke archieftoegangen heeft het Gelders Archief?

Bekijk het Archievenoverzicht  om te zien welke archieven zich in het Gelders Archief bevinden. Deze zijn niet allemaal geïnventariseerd en beschikbaar voor inzage. Als er geen inventarislijst beschikbaar is, is dit archief helaas nog niet in te zien. 
 

 

0528 Hervormde Gemeente Huissen ( Gelders Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1. Openbaarheid en citeren
2. Geschiedenis van de archiefvormer
N.B. De gegevens zijn alle verzameld uit de acta van den kerkeraad en andere bestanddelen van het kerkelijk archief.
sluiten
0528 Hervormde Gemeente Huissen
Inleiding
2. Geschiedenis van de archiefvormer
N.B. De gegevens zijn alle verzameld uit de acta van den kerkeraad en andere bestanddelen van het kerkelijk archief.
Organisatie: Gelders Archief
Wanneer de Gereformeerde (later Hervormde) gemeente te Huissen werd opgericht, is niet met zekerheid te zeggen. Uit de acta der Kleefsche classis van 24 mei 1611 zou men kunnen opmaken, dat dit feit niet veel vroeger dan dit jaartal is te stellen. De gemeente telde toen niet meer dan 15 of 16 lidmaten. Petrus Wassenborch, in deze acta genoemd als predikant van de Huissensche gemeente, is waarschijnlijk de eerste geweest. Een eigen vergaderplaats bezat de gemeente toen nog niet; de godsdienstoefeningen werden tot 1660 in het raadhuis gehouden.
Het jaar 1657 betekent een keerpunt in de geschiedenis van de gemeente. De predikant Wilhelmus Hachinus, die meer dan 30 jaren de gemeente had gediend, maar van wien weinig kracht blijkt te zijn uitgegaan, kreeg in genoemd jaar zijn emeritaat en in zijn plaats werd op 27 feb. 1657 beroepen Engelbertus Curtenius, een energiek man, die, krachtig gesteund door den ouderling Stephen van Herwaarden, richter en dijkgraaf van Huissen en Malburgen, de gemeente op doeltreffende wijze organiseerde. In het door Curtenius aangelegde kerkeboek vinden wij aan het begin der acta van het consistorium of kerkeraad de volgende aantekening, die wij hier letterlijk laten volgen: "Na dat d'Eerwaarde classis van Cleve ter herten genomen hadde de stichtinge ende opbouwinge van de Gereformeerde gemeynte tot Huissen, die 34 à 35 jaren onder d'opsichte van de Eerwaarden Godtgeleerden Heer Wilhelmus Hachinus (niet tot vergenoegen der Lidtmaten desselfs gemeynte, eensdeels door den hoogen ouderdom des voorgemelten Heer Hachin, anderdeels, omdat de Huissensche gemeynte, in 't midden van Nederlant liggende, haar moedertaal niet en hoorde, maar gedurich een seer hooge spraack, ende noch eenige andere reden) geweest is. So heeft gemelte classis, na dat uyt kracht van een decretaal van Zijn Keurvorst. Doorluchticheyt van Brandenburch van dato den 10 Octob. 1656 Heer Hachin tot een Emeritatum ex Aerario Ecclesiastico toegeleydt is 120 Rixd. met voorweten ende toestemminge van Syn Genade Van Lottum, drossaart tot Huyssen, onder directie van den Eerwaarden Godtsaligen ende Godtgeleerden Heer Wesselus Praetorius, dienaar Jesu Christi in de Gereformeerde gemeynte tot Emmeryck ende p.t.assessor ende inspector classis Clivensis, na gewoonlycke ende behoorlycke manieren, in onse gemeynte gebruyckelyck, my Engelbertum Curtenium beroepen tot ordinaris herder ende leeraar in de meergemelte gemeynte tott Huyssen op den 27 Februarii 1657"
Over Curtenius heb ik maar weinig biografische bijzonder heden kunnen vinden. Hij schijnt niet in Nederland te hebben gestudeerd, zijn naam komt tenminste niet voor in de naamlijsten der studenten van de verschillende Nederlandse universiteiten. Hij was een zoon van Johannes Theobaldus Curtenius, moderator der scholen te Elberfeld, Harderwijk en Arnhem, 10 Oct. 1668 te Huissen overleden. Engelbertus C. was de eerste maal gehuwd met Geesken van Wieringen, overleden te Huissen 20 Juni 1668, bij wie hij verscheiden kinderen had. Hij hertrouwde 23 Feb. 1670 met Elisabeth Bonen, uit welk huwelijk, tenminste in Huissen, geen kinderen zijn geboren. Vader en echtgenote zijn in de Huissensche kerk begraven. Op hun zerken, de enige, die wij met zekerheid kennen, plaatste C. de volgende opschriften:
1.Requiescit hic Geeskena à Wieringen, Dni.Ingelberti Curtenii Reform.Eccles.Huiss.pastoris uxor dilectissima: quae XX Jun.MDLXVIII piam a(n)i(m)am in puerperio Deo reddidit relicto viduo moestissimo filiis quator totidemq(ue) filiabus orphanis.
2. Depositus hic Johannes Theobaldus Curtenius dum viveret et videret Elberfeld., Hardervic.et Arnhemiens.scholar.Moderator.Obiit ult.Sept.Anno Christi MDLXVIII, Aetat.quiet.IV, coecitat.XII post labor.XLV.
C. werd te Huissen bevestigd 8 April 1657 (O.S.) en deed 's namiddags zijn intrede met een predikatie naar den tekst I Tess. 5. p. 25. Hierna bevestigde hij den kerkeraad, bestaande uit 2 ouderlingen, te weten Stephen van Herwaarden, richter, en Bernt van Gheyn, en 2 diakenen, als Coendert Pieck en Geurt van Boetbergen.
Dadelijk bij zijn optreden te Huissen had C. met moeilijkheden te kampen van de zijde van zijn voorganger, die zich zo makkelijk niet ter zijde liet stellen. Nadat H. zijn emeritaat had gekregen, intrigeerde hij bij de regering, om dit ongedaan te maken en in den dienst bevestigd te worden, waarbij dan C. als hulpprediker zou optreden tegen het aan H. toegekende emeritaats-tractement. Dit mislukte weliswaar, maar daarmede was de tegenwerking van H. nog niet ten einde. Op 30 Mei 1659 delibereerde de kerkeraad over een verzoek van H. "dat hy nu off dan wanneer 't hem luste ende geliefde soude mogen prediken" doch besliste, dat H. geduld zou hebben tot de synode te Wesel, waarop de Huissensche geschillen zouden afgedaan worden. Op 1 Juni 1659 tekent C. in de acta aan: "des morgens omtrent 9 uren, so als ick gereedt stonde om te gaan prediken ende 't Avontmaal te bedienen, quam bovengen. Hachin by my, my aanseggende dat hy van sins was een reys off twee in dat Hoogtydt (Pinksteren) te preken als oock ten Avontmaal te gaan; hetwelck ick hem beydegaar afgeslagen hebbe. Het prediken uit reden, in 't voorgaande § gemelt, ende het Avontmaal omdat hy noch noyt ten tyde myner bedieninge in 't gehoor was geweest, maar 't selve altyt veracht ende smadelyck daarvan gesproken. Oock darenboven omdat hy dien selvigen morgen ten huise van den Heer richter, ouderling der kercke, die toenmaals met het gehele huisgesin gereet en wel gemoet was tot het H. Avontmaal te gaan, oorsaack tot ontroernis der gemoederen gegeven hadde".
Op 29 Juni 1659 vermeldt C. in de acta: "is gemelte Hachin het eerste maal in 't gehoor geweest". En verder: "In Augusto is door last van de Heer Van Lottum (de drost) 'de kercken-raedt vergadert geworden ten huyse van D. Wilhelmus Hachinus, welcke met de gemeynte begeerde te reeckenen. Na veel nodelose disputen is de saak door middel van de voorn. vryheer bygeleyt, ende malkanderen quytscheldende, aan beyde canten met vriendtschap gescheyden. Doe heeft Hachinus het lang verlangde kercken-zegel willich overgegeven alsmede 2 kercken-boecken ende 2 collecte-boecken ende enige papieren. In de kerckenboecken had hy tot onser verwonderinge niet een woort opgeteyckent, noch van ledematen, noch gedoopte kinderen, noch getroude personen, maar so gelaten als hy 't van zijn voorsaat ontvangen hadde. De collecte-boecken waren met kennisse des kerckenraadts in zynen tyt gesticht tot onderhout des Ministerii in de jaren 1627 ende 1644".
Hierna is de rust in de gemeente niet meer verstoord.
Bij zijn reorganisatie-arbeid heeft C. niet te klagen gehad over gebrek aan medewerking van de zijde der keurvorstelijke regering. Zo wees deze laatste bijvoorbeeld de bezittingen van de voormalige Malburgsche parochie toe aan de Huissensche gemeente. Daar deze laatste dus tot zekere hoogte als opvolgster van de eerste is te beschouwen, mogen de volgende opmerkingen hier een plaats vinden:
Malburgen was oorspronkelijk een zelfstandige parochie. Zij wordt als zodanig vermeld in de Geschiedkundige atlas van Nederland *  . De grenzen der parochie zijn bekend en te vinden in de kaarten der commissie voor het inrichten van het kadaster onder koning Louis in de verzameling van het Rijksarchief te Arnhem. De mededeling bij v.d.Aa, Aardrijkskundig woordenboek dl.VII blz. 614, dat de kerk, misschien reeds vóór de Hervorming, door den Rijn is verzwolgen, is kennelijk onjuist. Zij staat nog aangegeven op een kaart van 1558 of 1559 van Gelderland, vervaardigd door Ch. 's Grooten in een van deze beide jaren, en op die van Jacob van Deventer van 1556, beide ten dele gereproduceerd in dl. XXXVIII van de Bijdr. en Meded. der Ver. "Gelre", blz.149 en 156. Volgens een mondelinge mededeling van wijlen Dr. J.S. van Veen moet zij gestaan hebben dicht bij den linker Rijnoever, ter plaatse van de boerderij, die men, via het Malburgsche veer den Steenoven gepasseerd zijnde, links, dicht bij den Rijksstraatweg naar Huissen ziet. Dat zij niet door den Rijn is verzwolgen, blijkt uit een charter van 1691 (inv.nr. 67), waarbij deze gemeente van de kinderen Van Mook aankoopt een huis, schuur en bakoven, staande op het Malburgsche kerkhof. In dorso van deze akte staat: "koopbrief van het Pastorihuys tot Malburgen". Dit was dus de oude Malburgsche pastorie, die in particuliere handen was gekomen en later door de Huissensche gemeente werd aangekocht. De kerk zal natuurlijk in de onmiddelijke nabijheid hebben gestaan. Blijkbaar is de Malburgsche parochie, vermoedelijk door het te geringe zielenaantal, verlopen en de kerk ingevallen of afgebroken. In 1534 (Inv.nr. 53) wordt nog vermeld Heer Willem van Hailderen, pastoor tot Malburgen.
In de acta van 8 Nov. 1682 vinden wij nog een opdracht aan den landschrijver om onderzoek te doen naar den zogenaamde Malburgschen klok, in de stadskerktoren hangende, en den Ossenkamp, tot de pastorie van Malburgen behoord hebbende. Hij zou ook de schrifturen vorderen betreffende die pastorie van de kinderen van "den Ouden Will". Van de uitkomst van dit onderzoek is mij niets gebleken.
Onder de bezittingen van de Malburgsche parochie, die in het bezit van de Gereformeerde gemeente overgingen, bevond zich ook het zilverwerk, dat tot dien tijd in de zogenaamde Malburgsche kist in het Huissensche raadhuis bewaard werd, bestaande uit een monstrans, 2 vergulde kelken, 2 zilveren pullen en 2 zilveren kelkdeksels, samen wegende 5 pond 2½ lood. Hieruit heeft de Arnhemsche zilversmid Engel Bongardt voor de gemeente ten gebruike bij het avondmaal vervaardigd een zilveren beker en schotel, wegende 57 lood. De rest van het zilver werd aan Bongardt ver kocht voor ƒ 163:10½:-, waaruit voor het maken van beker en schotel werd betaald ƒ 10:-.Van het restant werd onder andere aangeschaft een bijbel voor ƒ 19:8:- en een kerken-psalmboek in Spaans leder voor ƒ 3:10:-,
In mei 1657 zijn Curtenius en v. Herwaarden begonnen met een collecte voor den bouw ener kerk. Door de gunstige uitkomst er van werd v. Herwaarden in staat gesteld, op 16 Jan.1659 van de erven van Jacob Bouman voor ƒ 3000.- voor de gemeente aan te kopen een huis en schuur in de Langstraat. De schuur werd bestemd voor het maken van een kerk, het huis voor pastorie. "Eerste vruchten van onse collecte", tekent C. niet zonder enigen trots in de acta hierbij aan. Reeds in Juli van dat jaar werd met den bouw van de kerk begonnen. De eerste steen werd gelegd door v. Herwaarden, de tweede door Curtenius, de derde door den rentmeester Ophoff. In het begin van 1660 was de kerk reeds zover gevorderd, dat de godsdienstoefeningen daarin konden worden gehouden. Zij is door C. ingewijd op 21 Juni 1660. Reeds op 16 Feb.1660 werd de eerste dode in de kerk begraven.
De kerk had een torentje, dat 10 Juni 1664 werd voorzien van een klok, door Peter van Trier gegoten. De kosten bedroegen in totaal ƒ 250.-. Op 2 Nov.1666 werd aan een leidekker te Arnhem ƒ 86:13:- betaald voor het dekken van den toren met lood en leien, die dus omstreeks dezen tijd voltooid moet zijn. In of kort voor 1672 is de consistoriekamer gebouwd.
Bij de kerk behoorde volgens de opvattingen van die dagen een school. Op 1 mei 1665 vestigde zich te Huissen Abraham van Nieukerken, in maart uit Schenkenschans beroepen als schoolmeester, voorlezer, voorzanger en koster. Op 25 Feb. 1678 kocht de kerkeraad ten behoeve der gemeente van Goossen Gerrits en Gertjen Boumans, echtelieden, voor een school en woning van den schoolmeester een erf "allernaest onse kerk naast de Markt" voor ƒ 900.-. Op 20 Feb. 1682 is vastgesteld de "order voor de Needer-duytse Gereformeerde schooll alhier binnen Huissen". * 
Op 14 Aug. 1674 werd Curtenius naar Kuinre beroepen, welkberoep door hem werd aangenomen. Hij hield 16 Sept. van dat jaar zijn afscheidspredikatie. In zijn plaats werd 4 Jan. 1675 beroepen Caspar van Leeuwen, die op 3 maart d.a.v. in den dienst is bevestigd. Voor de verdere predikanten verwijs ik naar den naamlijst, welke achter deze inleiding is opgenomen.
In de acta vinden wij nog verschillende gegevens, waarvan de voornaamste hier volgen: In Nov. 1682 werd de preekstoel verzet naar den gevel onder "des keurvorsten glas". In 1771 schonk de toenmalige predikant Georgius Jacobus Laurillard dictus Fallot aan de kerk een tweeden klok, vervaardigd door de geelgietersfirma Wed. Otto Bakker en Zoon te Rotterdam, zwaar 201 pond, met de inscriptie "Deo et Ecclesiae Sacr. Fecit G.J.L.D. Fallot V.D.M.", welke klok de eerste maal gebruikt is op 1 Jan. 1772, wordende daarmede het eerste, met de oude het tweede, en met beide het derde gelui verricht. In 1794 zijn aan de zijde van den preekstoel de kleine ronde vensters vergroot voor een betere toevoer van licht. In 1803 zijn grote reparaties aan den toren verricht. Bij die gelegenheid is daarop een kruis aangebracht en is de engel, die op den stang voor windvaan diende, door een haan vervangen.
Bij besluit van Z.M. den koning van 11 Oct. 1823/76 werden de gebouwen en de daarbij behorende tuinen van het St. Elisabethsconvent te Huissen aan de Ned. Hervormde gemeente geschonken met het recht om de gebouwen voor afbraak te verkopen. Dit laatste heeft kort daarna plaats gehad *  . Hierdoor was men in staat, de kerk te verfraaien, de oude pastorie af te breken en het huis, vroeger door den ambtman Rooyaards bewoond en later gehuurd als woning voor den predikant, aan te kopen en als pastorie in te richten. De tuin van den koster werd vergroot met dien van de oude pastorie. In 1837 of 1836 is de oude klok verkocht; de opbrengst strekte ten dele om de kosten van herstel der kerk te dragen. In die jaren zijn een plafond en een nieuwe vloer aangebracht, het orgel is hersteld en de banken zijn geverfd. In Aug. 1849 is de kerk nog eenmaal schoongemaakt en de preekstoel bekleed. Op 26 Aug. van dat jaar werd een nieuw zilveren doopbekken aan de gemeente geschonken door baron de Salis en zijn echtgenote bij gelegenheid van den doop van hun zoon Emile Jean Baptiste, voorzien van diens naam en wapen.
In de vergadering van den kerkeraad van 30 April 1868 werd met het oog op den slechten toestand van de kerk en de onmogelijkheid om haar te herstellen, besloten tot het bouwen van een nieuw kerkgebouw. Het bestek daarvan is van 26 Aug. 1869. Het voorzag in het geheel afbreken van de oude - en het bouwen van een nieuwe kerk. De aanbesteding had plaats op 8 Jan. 1870. Laagste inschrijver was A. Beuning te Nijmegen voor een bedrag van ƒ6600.-, aan wien het werk is gegund. Het stond onder de directie van den Heer S.A. Fijnebuik, opzichter van den Rijkswaterstaat, en was in 1871 voltooid. Deze kerk is bij de jongste oorlogshandelingen zodanig beschadigd dat herstel onmogelijk is. Zij zal door een nieuwe moeten worden vervangen.
Nog dient hier vermeld te worden, dat Huissen in 1816 door Pruisen aan Nederland werd afgestaan; de Hervormde gemeente, welke tot dien tijd tot de classis van kleef had behoord, werd toen gebracht onder de classis Nijmegen, ring Elst.
3. Archief en inventarisatie
4. Lijst van predikanten
N.B. Verbeterde opgaaf in Bijlage U in het Nieuw Kerkelijk Handboek, jaargang 1903.
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1534-1970
Auteur:
H.L. Driessen
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS