Uw zoekacties: Huizen Waardenburg en Neerijnen
x0439 Huizen Waardenburg en Neerijnen ( Gelders Archief )

Archieftoegang

Hier vindt u de inventaris van een archieftoegang. Hierin staat beschreven welke stukken zich in dit archief bevinden. 
 
Het nummer dat voor de titel van het archief staat is het toegangsnummer van dit archief. Het nummer dat voor de beschrijving van een stuk staat is het inventarisnummer. 
  • Bij ‘Kenmerken’ vindt u algemene informatie over dit archief
  • Bij ‘Inleiding’ vindt u achtergrondinformatie over dit archief, denk hierbij aan de openbaarheid, de archiefvormer en de oorsprong en opbouw van het archief.
  • Bij ‘Inventaris’ vindt u de lijst met beschrijvingen van stukken die zich in dit archief bevinden. 

Hoe zoekt u door een archieftoegang?

Klik op de zoekbalk links bovenin en voer uw zoekterm(en) in. Klik vervolgens op ‘zoek’.
Onder ‘Gevonden archiefstukken’ verschijnen de beschrijvingen van stukken uit dit archief waar deze term in voorkomt. Om te zien in welk deel van het archief deze stukken zitten klikt u op ‘Inventaris’. Dor telkens te klikken op het woord/de woorden die vetgedrukt worden weergegeven komt u uit bij de (met geel gemarkeerde) zoektermen. 

Welke archieftoegangen heeft het Gelders Archief?

Bekijk het Archievenoverzicht  om te zien welke archieven zich in het Gelders Archief bevinden. Deze zijn niet allemaal geïnventariseerd en beschikbaar voor inzage. Als er geen inventarislijst beschikbaar is, is dit archief helaas nog niet in te zien. 
 

 

0439 Huizen Waardenburg en Neerijnen ( Gelders Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1. Openbaarheid en citeren
2. 1288 - ca. 1800
sluiten
0439 Huizen Waardenburg en Neerijnen
Inleiding
2. 1288 - ca. 1800
Organisatie: Gelders Archief
In 1891 gaf de familie Van Pallandt van Waardenburg en Neerijnen haar huisarchief aan het Rijksarchief in Gelderland "ter inventarisatie over, zich de voorwaarden voorbehoudend, waaronder zij haar archief, na inventarisatie, zou willen afstaan". In 1897 volgde wederom een grote collectie stukken, die in het Rijksarchief gedeponeerd werd. In 1929, 1932 en 1942 werd het archief aangevuld door later te voorschijn gekomen stukken, alle in bewaring gegeven door de huidige eigenaresse, J.Th. baronesse van Hardenbroeck, douairière van H.W. baron van Pallandt van Waardenburg en Neerijnen. In 1918 ontving het Rijksarchief van de Algemeen Rijksarchivaris te 's-Gravenhage een collectie van circa 500 charters, welke voor het overgrote deel bleken te behoren tot de archivalia, omstreeks 1800 door de toenmalige eigenaar van Waardenburg en Neerijnen, H.W. baron van Aylva († 1827), aan de bekende historicus-genealoog W.A. baron van Spaen geschonken. Zoals bekend, is de nalatenschap van Van Spaen in 1819 door koning Willem I aangekocht, waarna de charters aan het Algemeen Rijksarchief en de overige stukken aan de Hoge Raad van Adel zijn toegewezen. *  Het hier beschreven archief is dus ten dele in bewaring, ten dele rijkseigendom. Het archief van na 1827 is op het huis Neerijnen achtergebleven.
Het archief bestaat uit twee duidelijk te onderscheiden gedeelten, nl. een, afkomstig van het kasteel Waardenburg en zijn bezitters en een ander, afkomstig van het huis Neerijnen. Beide huizen, en daarmede de archieven, kwamen in één hand doordat Cornelis van Aylva, in 1701 (na koop) met Waardenburg beleend, dit in 1707 overdroeg aan zijn moeder Margaretha van Gent, weduwe van Tjaard van Aylva, die de Clyngelenborch had geërfd van haar vader Cornelis van Gent, op zijn beurt zoon van Bartold van Gent en Elisabeth van Ghiessen, welke laatste de testamentaire erfgename was van Gijsbert de Cock van Neerijnen, laatste van zijn geslacht († ca. 1595).
Een uit elkander houden van de persoonlijke stukken, afkomstig van de families, die deze huizen bezeten hebben vóór het uitsterven van het geslacht De Cock van Neerijnen, was gemakkelijk genoeg. Het bleek echter ongewenst de eigendomsbewijzen en dergelijke te splitsen naar de herkomst. De latere bezitters immers administreerden hun goederen naar de ligging en niet naar de herkomst, en het door elkander gelegen zijn van landerijen van de verschillende partijen afkomstig maakte het wenselijk om het zakelijke gedeelte als één geheel te beschouwen. De reconstructie van het archief van Neerijnen van vóór ca. 1595 zou enkel theoretisch nut gehad hebben en het gebruik van de inventaris zeer verzwaard hebben.
Waardenburg, waarbij sedert 1534 annex de gerichten van Hier (Hiern) en Neerijnen, is het slot, dat in 1265 door Rudolph de Cock, ridder, op voormalig grafelijke grond in het kerkdorp Hier gesticht werd. Zijn betachterkleinzoon heer Gerit de Cock liet slechts één dochter na, Agnes, in 1401 vrouwe van Waardenburg, die gehuwd was met heer Willem van Broeckhuysen. Hun achterkleindochter Walraven van Broeckhuysen, in 1496 vrouwe van Waardenburg, huwde in 1495 met Otto van Arckel, heer van Heukelom. Thomas van Thiennes, zoon van hun kleindochter Elisabeth van Arckel, verkocht in 1618 Waardenburg aan Johan Vijgh, wiens weduwe, Margriet van Bronckhorst (erfgename van haar kinderloze zoon Gerrit Vijgh, 1633), het kasteel en de heerlijkheid in 1634 overdroeg aan haar broeder Gerard van Bronckhorst. Diens kinderen bezaten Waardenburg in gemeenschap, en zijn beide dochters verkochten dit in 1701 aan Cornelis van Aylva, die het in 1707 aan zijn moeder Margaretha van Gent, vrouwe van de Clingelenborch, overdroeg, en het in 1743 weder met dit laatst genoemde huis van haar erfde. Via zijn zonder kinderen overleden zoon Tjaard kwam Waardenburg aan zijn broeder en zusters. Door testamentaire beschikking van een dezer, Hobbe, ontving Hans Willem van Aylva (kleinzoon zijner zuster Agatha Wilhelmina, gehuwd met haar verre neef Hans Willem van Aylva) tenslotte Waardenburg en Neerijnen. Deze Hans Willem baron van Aylva overleed in 1827 als laatste mansoir van zijn geslacht. Waardenburg en Neerijnen vererfden over zijn enige vooroverleden dochter Anna Jacoba Wilhelmina van Aylva (1778-1814), op haar derde kind, Hans Willem baron van Pallandt, die de toenaam van Aylva ontvangen had. De weduwe van zijn kleinzoon is thans vrouwe van Waardenburg en Neerijnen en eigenaresse van het archief.
Het huis te Neerijnen, van oudsher de Clyngelenburch genaamd, behoorde reeds in de 14de eeuw aan een der takken van het zeer verbreide geslacht De Cock, dat zich, hoewel het de heerlijkheid niet bezat, Van Neerijnen noemde. Het geslacht stierf uit met Gijsbert de Cock van Neerijnen, die bij zijn in 1594 gemaakt testament zijn betachterneef Joachim van Ghiessen (c.q. diens zusters Maria of Elisabeth) zoon van zijn achternicht (die een kleindochter was van zijn tante) tot universeel erfgenaam aanstelde, met voorbehoud van enige legaten. Joachim is jong gestorven en zijn beide zusters en erfgenamen huwden met de beide gebroeders Godefroy en Bartolt van Gent, waarvan het eerstgenoemde echtpaar kinderloos overleed. Na de dood van Elisabeth († 1668) werd haar oudste zoon Cornelis eigenaar van de Clyngelenborch, opgevolgd door zijn jongste dochter Margriet, in 1682 gehuwd met Tjaard van Aylva, die boven reeds genoemd is als vrouwe van Waardenburg.
Het archief bevat, zoals elk rechtgeaard huis- of familiearchief betaamt, naast bescheiden betreffende de rechten en bezittingen der opeenvolgende eigenaren en hun voorgeslacht *  een groot aantal persoonlijke stukken van deze families en hun aanverwanten. In het onderhavige archief is dit op zeer grote schaal 't geval. Door het uitsterven van vele dier families zijn de van hen afkomstige stukken op zeer grote schaal in het Waardenburg-Neerijnense archief beland, in groter verscheidenheid dan ik het ooit ergens anders aantrof.
In de hier volgende inventaris zijn eerst de persoonlijke stukken van de geslachten, die Waardenburg bezeten hebben, beschreven, gevolgd, in chronologische volgorde van aanhuwelijking, door de stukken, afkomstig van aangehuwde geslachten of met deze weder verwante geslachten. Daarna volgen in een zelfde volgorde de stukken, afkomstig van de bezitters van het huis Clyngelenborch. Hierna komen de archieven der leenkamers van beide huizen, gevolgd door de stukken betreffende het bestuur en het goederenbeheer met de eigendomsbewijzen van gronden, huizen, tynsen, tienden en renten, waarbij een topografische volgorde in acht is genomen. Het is mij vaak niet gelukt vast te stellen, op welke wijze stukken in het archief zijn gekomen. Ten dele is dit hieraan te wijten, dat Van Spaen van de hem geschonken stukken er "ver over de honderd, als van geen belang" vernietigd heeft. Daarbij kunnen aankomsttitels van de heer van Waardenburg verloren zijn gegaan, die bij het inventariseren goede diensten hadden kunnen bewijzen.
(Korte tijd na de voltooiing van de inventarisatie van dit archief bleek bij de inventarisatie van het archief van het huis Keppel, dat zich bij dat arahief een groot aantal stukken bevonden die feitelijk behoorden tot het archief van Waardenburg en Neerijnen. Deze stukken werden in 1950 door R.A.D. Renting beschreven in een supplement behorende bij de door de heer Van Schilfgaarde vervaardigde inventaris, bevattende 324 nummers. Hieronder volgt, op de laatste paar regels na, de inleiding op dit supplement; de samensteller hiervan zet hierin o.a. uiteen waardoor stukken uit het archief van Waardenburg en Neerijnen op het huis Keppel terecht zijn gekomen).
Mr. A.P. van Schilfgaarde beschreef in 1948 het huisarchief Waardenburg en Neerijnen. Korte tijd daarna bleek het, dat er zich in het huisarchief Keppel een collectie bescheiden bevond, welke vrij willekeurig was afgescheiden van het huisarchief Waardenburg en Neerijnen. Zij omvat in hoofdzaak persoonlijke stukken betreffende Hobbe van Aylva (1696-1772) en Hans Willem van Aylva (1751-1827).
Anna Jacoba Wilhelmina van Aylva, enige dochter van Hans Willem van Aylva, huwde in 1800 met Frederik Willem Floris Theodoor van Pallandt-van Keppel, op wiens geslacht Waardenburg en Neerijnen vererfden. Langs deze weg is het verklaarbaar, dat er een kist met familiestukken te Keppel beland is.
Deze stukken zijn van dezelfde aard als die, welke door mr. Van Schilfgaarde beschreven zijn; in vele gevallen is de inhoud niet anders dan een supplement van die der overeenkomstige stukken uit Waardenburg en Neerijnen.
De inventaris is daarom geheel ingepast in het kader van die van het archief Waardenburg en Neerijnen, waarvan dit archief afgesplitst is. De indeling heb ik overgenomen. Onder de doorlopende nummers heb ik telkens tussen haakjes het nummer opgenomen, dat het betreffende stuk in de inventaris van mr. Van Schilfgaarde gekregen zou hebben.
Ter verklaring van de aanwezigheid van een aantal stukken die afkomstig zijn van de familie Van Merode, wijs ik er op, dat de grootmoeder van moederszijde van Hobbe van Aylva, Judith van Merode was, dochter van Floris van Merode en kleindochter van Bernard van Merode.
Het Rijksarchief kreeg in 1967 van J.E. barones van Pallandt van Waardenburg en Neerijnen een omvangrijke aanvulling op het hier al aanwezige archief in bewaring, in hoofdzaak het gedeelte van het archief van na 1827 bevattend. De laatste aanwinst van het Rijksarchief, in 1972, was afkomstig van jhr. C.L.H, van Vredenburch te Velp, de erfgenaam van J.E. barones van Pallandt (overleden 1971). In 1977 gaf deze alle tot dusver door de familie Van Pallandt en hem in bewaring gegeven bestanddelen van het archief aan de Staat ten geschenke. * 
De aanwinsten uit 1967 en 1972 werden, voor zover zij tot het gedeelte van het archief van voor 1828 behoorden, beschreven door de derde op het titelblad genoemde bewerker: ongeveer vijftien nummers konden worden gevoegd in reeds bestaande nummers in de inventaris van Van Schilfgaarde, eventueel met een kleine aanpassing van diens beschrijving; de stukken waarbij dit niet mogelijk was (ca. 75 nummers) werden aanvankelijk afzonderlijk beschreven, eveneens, zoals door Renting was gedaan, met vermelding van het nummer (een zg. a-nummer) dat zij in de inventaris van Van Schilfgaarde zouden hebben gekregen.
Ten gevolge van al deze invoegingen dreigde een soms zeer gecompliceerde nummering te ontstaan zoals bv. 58, 58a, 58aa en 58aaa; 72 semel, 72 bis, 72 terties. Omdat het werken met een hoofdinventaris met twee supplementen bovendien zeer onpraktisch zou zijn, werd besloten de beide supplementen te liquideren, de daarin beschreven nummers effectief in te voegen in de inventaris van Van Schilfgaarde en het geheel te voorzien van een nieuwe, nu doorlopende, nummering. Bij deze werkzaamheden zijn tevens een aantal nummers uitgesplitst die in de inventaris van Van Schilfgaarde zeer beknopt waren beschreven. Deze inventaris telde aanvankelijk 1518 nummers (aangevuld met ca. 30 zg. a-nummers wegens invoeging van tussen 1948 en 1965 verkregen aanwinsten). Door de toegepaste verfijning en uitsplitsing en de invoeging van de beide supplementen is het aantal inventarisnummers gestegen tot 2140. De omvang van het archief van voor 1828 is ruim 30 m, waaronder ca. 10 m met dozen charters.
De beschrijvingen in de inventaris zijn dus afkomstig van drie bewerkers; daardoor is er nauwelijks sprake van eenheid in de redactie van de beschrijvingen. Slechts in incidentele gevallen zijn aanvullingen of verbeteringen aangebracht in de beschrijvingen van Van Schilfgaarde en Renting. In principe zijn die gelaten zoals ze door genoemde bewerkers waren geformuleerd, aangezien het een te omvangrijk en te tijdrovend werk zou worden al die beschrijvingen te herzien. De onderzoeker moet er daarom bv. op attent zijn dat de term "brief", overeenkomstig de in oude inventarissen gebruikte terminologie, ook "akte" kan betekenen, zoals bv. koopbrief, leenbrief, rentebrief, schadeloosbrief e.d. Er is wel getracht de gebruikte spellingen zo consequent mogelijk te "stroomlijnen" en aan te passen aan de thans gangbare spelling.
Zoals al gezegd bevat deze inventaris het gedeelte van het archief tot 1827, het jaar waarin de laatste mannelijke telg uit het geslacht Van Aylva overleed (op 29 december). In enkele gevallen zal men stukken van na 1827 aantreffen; deze zijn uit overwegingen van doelmatigheid in deze inventaris gelaten. Anderzijds zal men in de inventaris van het gedeelte van het archief van na 1827 enige stukken aantreffen van voor genoemd jaar.
Een regestenlijst ontbreekt. Om onderzoekers toch enigszins van dienst te kunnen zijn is een chronologische lijst van charters samengesteld. Hierin zijn alleen verwerkt de in het archief aanwezige oorspronkelijke perkamenten charters; akten die in andere vorm aanwezig zijn zoals bv. akten op papier en afschriften van akten in cartularia zijn niet opgenomen. Aan de samenstelling van deze lijst heeft de medewerker J.S. van der Sleesen een zeer groot aandeel gehad.
De index is voornamelijk het werk van een der medewerksters van het Rijksarchief, evenals de concondantie op het bestanddeel van het archief afkomstig van het huis Keppel.
Er bestaat een concordantie in handschrift op de vervallen inventaris van Van Schilfgaarde met verwijzing naar de huidige nummers. Opneming van deze concordantie als een bijlage achter de inventaris zou de omvang van dit werk teveel hebben doen toenemen.
Wat het gedeelte van het archief over de periode 1828-1975 aangaat, deel uitmakend van de aanwinsten uit 1967 en 1972 met een omvang van ca. 71/2 m, zij nog opgemerkt dat hiervan in het Rijksarchief een inventaris in machineschrift aanwezig is.
Literatuur:
Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen. Verslag over de jaren 1965-1975, Arnhem 1976, p. 82-89 (met afb.) (zie voor verdere literatuur p. 10 en 11).
Kastelen en huizen in de Betuwe. De Gelderse Bloem IV, 's-Gravenhage-Rotterdam z.j. (ca. 1960), p. 100 en 104 (met afb.).
3. Ca. 1800 - 1970
Inventaris
1. 1288 - ca. 1800
2. Ca. 1800 - 1999
Kenmerken
Datering:
1288-1999
Auteur:
A.P. van Schilfgaarde, R.A.D. Renting, J. den Draak
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS