Uw zoekacties: Butterpolder
x2.3.6.3.1 Butterpolder ( Hoogheemraadschap van Rijnland )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

2.3.6.3.1 Butterpolder ( Hoogheemraadschap van Rijnland )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1 Stichting, gebied en opheffing
sluiten
2.3.6.3.1 Butterpolder
Inleiding
1 Stichting, gebied en opheffing
Wanneer de Butterpolder, ook wel Boterpolder geheten, is ontstaan, is niet bekend. Op de kaart van Rijnland van Floris Balthasars uit 1615 is de polder in ieder geval ingetekend. De polder werd doorsneden door de Voorweg, de weg die vanuit de dorpskern van Hazerswoude richting Boskoop liep. Deze weg verdeelde de polder in een noordelijk en zuidelijk deel. De kaart van Rijnland van Melchior Bolstra uit 1746 laat zien dat het deel ten zuiden van de Voorweg, in tegenstelling tot het noordelijk deel, voor een groot gedeelte uit een veenplas bestaat. In het begin van de achttiende eeuw blijkt er wat animositeit te zijn gerezen tussen het zuidelijk en noordelijk deel. Ingelanden en molenmeesters van het noordelijk deel wensten zich in 1726 af te scheiden van het zuidelijk deel. Het onderhoud van de Voorweg zou geheel voor rekening van die van de zuidzijde komen, terwijl het eigendom van de poldermolen alleen bij ingelanden en molenmeesters van de noordzijde zou berusten. Molenmeesters en ingelanden van de zuidzijde gingen hier niet mee akkoord. De geschillen liepen zo hoog op dat de hulp werd ingeroepen van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland. Dit college oordeelde dat de gemeenschap in één polder nog vijf jaar stand moest houden, mits de polderkade ten zuiden van de polder, de Achterweg, jaarlijks door middel van publieke aanbesteding zou worden onderhouden. Na die vijf jaar mochten die van de noordzijde beslissen of de gemeenschap stand zou houden of niet. * 
In 1757 sloten de ingelanden van de Butterpolder een overeenkomst met schout en ambachtsbewaarders van Hazerswoude waarin werd opgenomen dat de polder deel zou uitmaken van de droogmaking van de Noordplassen. Voor het zuidelijk deel van de polder was deelneming in de droogmaking geen probleem; de kaart van Bolstra liet zien dat dit deel van de polder al uitgeveend was. In het noordelijk deel vond nog turfwinning plaats. dit kon dus pas worden drooggemaakt als het geheel was uitgeveend. In 1758 werden daarom voorwaarden gesteld volgens welke het noordelijk deel in de droogmaking kon participeren. Zo zouden de kosten voor de ringdijk om dit polderdeel geheel voor rekening van de ingelanden komen en hoefden zij daarentegen niet mee te betalen aan de ringdijk die om de Noordplas zou worden aangelegd. De ingelanden draaiden ook zelf op voor het aanleggen en onderhouden van een duiker voor de afwatering van hun veenlanden op de droogmakerij, maar na droogmaking zou deze duiker voor rekening van de gemeenschap komen. * 
Op 12 mei 1759 kregen de gezamenlijke ambachten octrooi van de Staten van Holland en West-Friesland tot het bedijken en droogmaken van de Noordplassen. Het zuidelijk deel van de Butterpolder werd in de omdijking meegenomen. Het noordelijk deel ging als zelfstandige polder verder. Artikel 9 van dit octrooi schreef voor dat de polder binnen veertig jaar (dus uiterlijk in 1799) moest zijn uitgeveend en drooggemaakt. Hiervoor moest een afzonderlijk reglement worden opgesteld, dat werd vastgesteld in de ingelandenvergadering van 14 maart 1768 (goedgekeurd door dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland op 10 oktober 1768). Deze voorwaarde werd niet gehaald, waarna de Staten van Holland en West-Friesland de termijn op 3 maart 1790 nog eens met vijftien jaar verlengde. Uiteindelijk kwam de droogmaking gereed in 1815. Het beheer van de ringdijk ging over naar het bestuur van het waterschap De Omringdijk van de Drooggemaakte Noordplas. De polder werd, volgens artikel 16 van het reglement van vervening en droogmaking, bestuurlijk opgenomen in de Hazerswoudsche Droogmakerij. Het reglement van de Hazerswoudsche Droogmakerij bleek geen specifieke bepalingen te bevatten voor de Butterpolder, reden waarom dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland in 1825 een reglement voor de Butterpolder vaststelden. * 
2 Bestuur
3 Bemaling
4 Archief
Inventaris
Algemeen
Bijzonder
Kenmerken
Datering:
1655 - 1825
Licentie:
CC BY-SA 4.0
Inventaris:
G.A. Koese, 2010
Openbaarheid:
Volledig openbaar
Omvang:
0,50 meter
Licentie:
Geografische namen:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS