Uw zoekacties: Gemeentebestuur Groenlo, (1793) 1811 - 1932 (1952)
x0139 Gemeentebestuur Groenlo, (1793) 1811 - 1932 (1952) ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de datering, omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere. Als de datering jaartallen tussen haakjes bevat, betekent dat dat er zich stukken in het archief bevinden die buiten de datering van het 'archiefblok' vallen.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0139 Gemeentebestuur Groenlo, (1793) 1811 - 1932 (1952) ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Organisatie
0139 Gemeentebestuur Groenlo, (1793) 1811 - 1932 (1952)
Inleiding
Organisatie
In de grondwetten van 1814 en 1815 werd de bepaling opgenomen dat iedere provincie afzonderlijk nieuwe regels moest vaststellen voor de lokale bestuurlijke inrichting. Hierbij werd een onderscheid gemaakt tussen "steden" en "gemeenten ten plattenlande". Groenlo behoorde reeds eeuwen tot de stemhebbende steden in de graafschap Zutphen. Het bestuursreglement voor de steden in de provincie Gelderland werd op 5 november 1815 bij Koninklijk Besluit vastgesteld. Met ingang van 1 januari 1816 trad het in werking.
Voor Groenlo betekende het nieuwe reglement dat het bestuur werd opgedragen aan zeven raadsleden waaronder twee burgemeesters. Per 1 januari 1816 werden benoemd: J.A. Hummelink, E. Huiskes, G. Dieperink, J.F. Knikkink, B.H. Egberts, H.G. Santvoort en ene Hofman. De beide eersten werden benoemd tot burgemeesters.
De koning benoemde de burgemeesters, de eerste keer zonder tussenkomst van de raad, daarna uit een voordracht van drie personen door de raad. Zij werden benoemd voor twee jaar. Jaarlijks trad één burgemeester af, die echter onmiddellijk herkiesbaar was. Ieder jaar werd bij loting bepaald wie als president-burgemeester optrad met een "concluderende" stem.
Het dagelijks bestuur van de gemeente lag in handen van beide burgemeesters. Daarnaast hadden zij onder andere het toezicht op alle sociale instellingen in de stad. De president-burgemeester was tevens ambtenaar van de burgerlijke stand.
De raadsleden werden voor het leven benoemd. De eerste maal na de inwerkingtreding van het reglement benoemde de koning de leden, vervolgens werden zij gekozen door een plaatselijk kiescollege bestaande uit 12 personen. De verkiezing van de raad geschiedde in een besloten vergadering. De gegoede burgerij van de stad koos op haar beurt de leden van het kiescollege. Jaarlijks traden vier leden van het kiescollege af.
thumbnail
Raadsvergaderingen vonden plaats al naar gelang de burgemeesters dat nodig vonden, met dien verstande, dat vergaderingen voor de vaststelling van de begroting en de jaarrekening verplicht waren.
De raad benoemde de gemeentesecretaris en de gemeente-ontvanger. Andere vacatures ("mindere bedieningen") werden beurtelings door de raad en de burgemeesters begeven.

Het stadsreglement van 1815 bleef slechts acht jaar van kracht. Bij Koninklijk Besluit van 8 januari 1824 werd een nieuw reglement vastgesteld. Het stadsbestuur bestond voortaan uit twee wethouders en negen raadsleden waaronder één burgemeester. Wethouders en burgemeester werden door de koning uit de raad benoemd. De benoeming van de raadsleden was, gelijk in het oude reglement, voor het leven. De wethouders namen voor twee jaar plaats en de burgemeester voor zes jaar. Behoudens de eerste maal koos een kiescollege bestaande uit 18 personen de raad. De eerste keer gebeurde dit door de koning.
Burgemeester en wethouders vormden het dagelijks bestuur van de stad.
Vergaderingen van de raad werden bijeen geroepen door de burgemeester. De benoeming van de gemeentesecretaris en de gemeente-ontvanger geschiedde ook in deze periode door de raad.

Het stadsreglement van 1824 is van kracht geweest tot aan de invoering van de door Thorbecke ontworpen gemeentewet van 1851 (Staatsblad 85). Vanaf die tijd is de organisatie van alle gemeentebesturen in Nederland uniform. Het onderscheid tussen steden en plattelandsgemeenten kwam te vervallen. In de periode tot aan 1928 is deze wet niet essentieel gewijzigd.
In de gemeentewet werd het bestuur opgedragen aan een gemeenteraad, een college van burgemeester en wethouders en een burgemeester.
De gemeenteraad werd rechtstreeks gekozen door de inwoners van de gemeente. Een zittingsperiode duurde zes jaar, waarbij om de twee jaar een derde deel van de leden aftrad maar terstond herkiesbaar was.
Uit de raad werden, ook voor zes jaar, twee wethouders benoemd.
Volgens periodieke aftreding, om de drie jaar, trad een wethouder af die echter voor herverkiezing in aanmerking kwam. De burgemeester tenslotte kreeg zijn benoeming, voor zes jaar, van de koning ook met de mogelijkheid tot herbenoeming.
Het in de gemeentewet vastgelegde systeem van periodieke aftreding van raadsleden en wethouders kwam later te vervallen.
De zittingsperiode van raadsleden en wethouders werd gewijzigd tot vier jaar.
De gemeenteraad werd belast met de regeling en het bestuur van de gemeentelijke huishouding. Het "regelen" hield voornamelijk in het opstellen en uitvaardigen van gemeentelijke verordeningen. De raad vergaderde minstens zes keer per jaar en verder zo vaak als de burgemeester of burgemeester en wethouders dat nodig achtten.
Het dagelijks bestuur van de gemeente was in handen van het college van burgemeester en wethouders. De burgemeester, voorzitter van de raad en het college van burgemeester en wethouders, zorgde voor de directe uitvoering van de besluiten van de raad en van het college. Daarnaast was hij onder meer hoofd van de plaatselijke politie en brandweer.
Lijst van burgemeesters vanaf de invoering van de gemeentewet over de periode van dit archief
Lijst van gemeentesecretarissen vanaf de invoering van de gemeentewet over de periode van dit archief
Kiesgerechtigde inwoners
Het archief
Inventaris
Plaatsingslijst van "nagekomen stukken"
thumbnail
Kenmerken
Datering:
1793-1952
Auteur:
H.G. Nijman
Toegang:
inventaris
Gemeente:
Oost Gelre
Omvang:
40,625
Licentie:
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
Information obtained from our archives can not be used without crediting the source and our archive must be mentioned at least once in full without abbreviations.
VOLLEDIG/Full:
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Toegang 0139 Gemeentebestuur Groenlo, (1793) 1811 - 1932 (1952)
VERKORT/Thereafter:
NL-DtcSARA 0139
Trefwoorden:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS