Uw zoekacties: Garnizoenscommando Middelburg, 1864-1967
395 Garnizoenscommando Middelburg, 1864-1967 ( Zeeuws Archief )

Hulp bij uw onderzoek.
De informatie in deze website is zeer divers en bedoeld voor mensen met een belangstelling voor historisch of genealogisch onderzoek.
Wij trachten de informatie zo eenvoudig mogelijk te houden, maar beseffen ook dat de aard van de informatie soms wel enige studie of historische inzicht vereist.

Zoeken en bladeren

  • Bladeren
    De meest eenvoudige manier van werken is het zoeken te starten zonder zoekterm. U kunt dan bladeren door alle aanwezige toegangen.
  • Eenvoudig zoeken
    Wilt u een specifieker resultaat dan adviseren wij u te starten met één zoekterm. Het resultaat dat u krijgt voldoet aan de zoekterm. U kunt het resultaat verder verkleinen door meerdere zoektermen op te geven.
  • Uitgebreid zoeken
    Kiest u voor uitgebreid zoeken dan kunt u afhankelijk van de situatie meerdere zoekvelden invullen, waarna het resultaat zal voldoen aan de specifieke zoekactie. In iedere veld kunnen meerdere zoektermen worden ingevuld.
  • Zoektermen combineren
    Zoektermen worden gecombineerd De zoekfunctie voegt automatisch "en" toe tussen de verschillende zoekmogelijkheden die worden gebruikt. Zo kunnen 'zoeken met alle woorden' en 'zoeken met één van de woorden' worden gecombineerd.
  • Booleaanse operatoren
    Normaal worden meerdere zoektermen altijd gecombineerd met AND. U kunt bij het zoeken in een zoekveld ook gebruik maken van de Booleaanse operatoren: NOT en OR. De zoekacties met NOT beperken het zoekresultaat, terwijl OR veel meer resultaten oplevert.
    OR wordt vooral geadviseerd bij een bekende variatie op de schrijfwijze, bijvoorbeeld:
    - Den Haag OR ’s-Gravenhage
    - Vereeniging OR Vereniging
  • Woordcombinatie
    Wilt u zoeken met een woordcombinatie in een vaste volgorde (bijv. Vereniging tot behoud van natuurmonumenten), zet deze woorden dan "tussen aanhalingstekens".

Verfijnen
In de meeste gevallen zal naast het zoekresultaat een mogelijkheid tot verfijnen worden aangeboden. Verfijnen kan bijvoorbeeld op materiaalsoort, maar in andere gevallen op plaats en straat. Dit is afhankelijk van het archiefmateriaal dat geselecteerd is.

Sorteren
De resultaten staan gesorteerd in een standaard sortering. Dit kan per toegang verschillend zijn. In de meeste gevallen kan voor een andere sortering worden gekozen.

Digitaliseren op verzoek
Zie http://www.zeeuwsarchief.nl/over-ons/tarieven

Zoektips
beacon
 
 
Inleiding
In 1970 kocht het Rijksarchief in Zeeland bij boekhandel Van Benthem & Jutting te Middelburg drie registers aan, afkomstig van het voormalig Garnizoenscommando Middelburg (Aanwinst 1970.49 en 50, thans inv.nrs 1-3). In 1989 werden deze registers afgezonderd uit de aanwinstenverzameling en als archief van het garnizoenscommando beschreven in een plaatsingslijst. In 1993 werd het archief van het Garnizoenscommando Middelburg over de periode 1945-1967 door het Centraal Archievendepot van het Ministerie van Defensie overgedragen aan het Rijksarchief in Zeeland (Aanwinst 1993.41, thans inv.nrs 4-19). Dit archief was, samen met het archief van het detachement te Oostburg, beschreven in een door het ministerie vervaardigde inventaris (J.M.M. Cuijpers, H.E.M. Mettes m.m.v. E.A. van Heugten en R. van Velden, 'Inventaris van de archieven van de Garnizoenscommando's in Zeeland', Ministerie van Defensie, Centraal Archievendepot, 's-Gravenhage, 1993 (CAD serie inventarissen nr 65)). Besloten werd beide delen van het archief in één inventaris te combineren. De uitgebreide institutioneel-historische inleiding over de garnizoenscommandementen in Nederland uit de inventaris van het ministerie is in enigszins aangepaste vorm geheel opgenomen. Het gedeelte met de beschrijving van het archief van het detachement te Oostburg is opgenomen in de inventaris van het Garnizoenscommando Breskens.
1. Geschiedenis van het archiefvormend orgaan
In deze inleiding worden alleen de hoofdlijnen geschetst van de geschiedenis van de garnizoenen en de taken van de garnizoenscommandanten. Koninklijke en ministeriële besluiten en legerorders betreffende de garnizoenen vormen het raamwerk van deze inleiding. Doel is de onderzoeker snel inzicht in de geschiedenis van de garnizoenen en overzicht van de taken van de garnizoenscommandant in de loop der tijden te verschaffen. Alhoewel bij de meeste garnizoensarchieven de nadruk ligt op stukken van na de Tweede Wereldoorlog, begint, om een en ander in een breder historisch perspectief te plaatsen, deze inleiding met de periode vóór 1795.
1.1. Geschiedenis van de garnizoenen
1.1.1. Vóór 1795
1.1.2. 1795-1813
1.1.3. Vanaf 1813
In 1814, het eerste regeringsjaar van (toen nog) de Souverein Vorst Willem I, werd voor officieren en soldaten die hem en het vaderland 'op eene gedistingueerde wijze gediend' hadden een apart garnizoensbataljon gevormd. Diegenen die dertig jaar gediend hadden in het leger of 'honorabele wonden' hadden opgelopen, konden hierin worden opgenomen. Er werden vier compagnieën van 100 man sterk opgericht, welke in Delft, Woerden, Zwolle en Nijmegen werden gestationeerd. *  In december 1814 kwam het 'Besluit, houdende de meer speciale bepaling van de organisatie en den dienst van de garnizoens-kompagnien' tot stand. Naast bepalingen over de standplaatsen van de verscheidene compagnieën bevatte dit besluit ook de taakstelling van deze compagnieën. Artikel 10 bepaalde, dat deze bestond uit het 'behulpzaam zijn tot instandhouding der publieke rust' en het 'bezetten van de wachten en posten bij de arsenalen, magazijnen en 's lands gebouwen.' * 
Op 9 februari 1814 kwam het 'Besluit, houdende formatie en voet van betaling der kompagnien van het garnizoens bataillon' tot stand. Dit besluit had betrekking op de garnizoens-bataljons welke permanent in één garnizoen gelegerd waren. Het Nederlandse grondgebied werd verdeeld in 8 militaire arrondissementen, doch deze regeling was slechts zeer korte tijd van kracht. *  Op 28 juli 1814 kwam er een nieuwe regeling, waarbij de staat verdeeld werd in drie generale of grote commando's, welke als een koepel lagen over de provinciale commandementen. Een provinciaal commandant kon tevens in zich verenigen de functie van stedelijk commandant in residentie. In 1815 kwam er een nieuw Reglement voor de Garnizoensdienst. Tegelijk verscheen de Instructie voor de Plaatselijke Kommandanten en de Plaats-Majoors. *  Het reglement bevatte ondermeer voorschriften betreffende het sluiten van de poorten van de stad, patrouilles e.d. De eenwording van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden in maart 1815 bracht geen wezenlijke verandering in de territoriale indeling. *  Na de afscheiding van België in 1839 werden de eerder genoemde generale militaire commando's opgeheven. Hierdoor kwamen de provinciale commandanten rechtstreeks onder de Directeur-Generaal te staan.
In 1860 werd de indeling van het rijk in provinciale commandementen, welke in 1815 was ingesteld, opgeheven. *  Hiervoor in de plaats werd Nederland ingedeeld in zeven militaire afdelingen, te weten:
1: provincie Noord-Brabant
2: provincies Gelderland en Overijssel
3: provincie Zuid-Holland
4: provincies Noord-Holland en Utrecht
5: provincie Zeeland
6: provincies Friesland, Groningen en Drenthe
7: provincie Limburg
In 1864 werd het hele eiland Walcheren garnizoensplaats voor de troepen die op dat eiland waren gestationeerd. Als reden hiervoor werd aangevoerd, dat militairen die zich toen in Veere en Vlissingen in garnizoen bevonden en '[...] zich zonder vergunning van Veere of van Vlissingen naar Middelburg begeven, als deserteur beschouwd en als zodanig [...] vervolgd moeten worden.' Maar men toonde begrip, want 'Gelet op de omstandigheid, dat die [Veere en Vlissingen] garnizoenen voor den soldaat in menig opzigt weinig gelegenheid tot uitspanning geven [...]' kwam men tot bovengenoemde oplossing. *  In 1867 werd het aantal militaire afdelingen van zeven naar vier militaire afdelingen teruggebracht. *  Deze wijziging werd vooral ingegeven door bezuinigingsoverwegingen (zie bijlage 1). In 1873 vond een aantal belangrijke veranderingen plaats. *  Er bleven weliswaar vier afdelingen bestaan, maar hun ressort wijzigde zich. Dit hing samen met de onderverdeling van de infanterie in vier divisies (zie bijlage 1). De commandanten hiervan waren in vredestijd tegelijkertijd bevelhebber in de militaire afdelingen. De indeling werd aangepast aan de legeringsplaatsen van deze vier divisies. Twee jaar later werd het aantal militaire afdelingen uitgebreid naar vijf *  om in 1880 te worden teruggebracht tot drie (zie bijlage 1). * 
Bij KB van 5 december 1881 (Stb. 189) kwam de eerste regeling voor de garnizoensindeling van het leger tot stand. Artikel 2 van dit KB bevatte een overgangsregeling. Het bepaalde dat gemeenten die op dat moment nog een garnizoen huisvestte, maar volgens de nieuwe indeling niet als garnizoensplaats waren aangewezen toch nog als zodanig 'gebruikt' mochten worden. Dit totdat garnizoensplaatsen die wèl als zodanig waren aangewezen, maar nog niet in staat waren de troepen behoorlijk onder te brengen (bijvoorbeeld omdat ze nog nooit als legerplaats gediend hadden of door een tekort aan kazernes) door de verbetering of bouw van militaire gebouwen deze huisvesting wel konden bieden. In bijlage 2 vindt men een tabel met de verdeling over de verschillende garnizoensplaatsen. Op 2 februari 1885 werd bovengenoemd besluit gewijzigd. *  De redactie van artikel 2 had tot onduidelijkheid geleid en werd middels dit KB uitgebreid. In 1898 werden de gemeenten Zaandam en Amsterdam tot één garnizoen samengevoegd. *  Op 1 mei van dat jaar werden Loevestein en Woudrichem als garnizoensplaats opgeheven. *  Het garnizoen Alkmaar werd op 1 augustus 1924 opgeheven *  , op 30 juni 1927 gevolgd door het garnizoen Delft. *  In hetzelfde jaar, op 14 december werden de garnizoenen IJmuiden en Hoek van Holland opgeheven. * 
In elk van deze garnizoensplaatsen was één compagnie van het regiment kust-artillerie gelegerd geweest. *  Het Reglement voor de Garnizoensdienst van 1815 kreeg pas in 1927 een nieuwe versie. *  Dit alhoewel reeds veel eerder de behoefte werd gevoeld een nieuw reglement in te voeren, omdat de taken van garnizoenscommandanten in de loop der tijden verschoven van militair-strategisch naar meer administratief-plaatselijk. Vooral staatsrechtelijke en juridische problemen hielden de invoering van een nieuw reglement op. Het nieuwe reglement reflecteerde de gewijzigde functie van de garnizoenscommandant. In plaats van een strategische functie, het commando over de troepen ter verdediging van het garnizoen, beperkte zijn taak zich in de loop der tijd tot meer administratieve en plaatselijke werkzaamheden.
395 Garnizoenscommando Middelburg, 1864-1967
Inleiding
1. Geschiedenis van het archiefvormend orgaan
1.1. Geschiedenis van de garnizoenen
1.1.3. Vanaf 1813
In elk van deze garnizoensplaatsen was één compagnie van het regiment kust-artillerie gelegerd geweest. *  Het Reglement voor de Garnizoensdienst van 1815 kreeg pas in 1927 een nieuwe versie. *  Dit alhoewel reeds veel eerder de behoefte werd gevoeld een nieuw reglement in te voeren, omdat de taken van garnizoenscommandanten in de loop der tijden verschoven van militair-strategisch naar meer administratief-plaatselijk. Vooral staatsrechtelijke en juridische problemen hielden de invoering van een nieuw reglement op. Het nieuwe reglement reflecteerde de gewijzigde functie van de garnizoenscommandant. In plaats van een strategische functie, het commando over de troepen ter verdediging van het garnizoen, beperkte zijn taak zich in de loop der tijd tot meer administratieve en plaatselijke werkzaamheden.
Organisatie: Zeeuws Archief
Nadat de Koninklijke Landmacht op 28 augustus 1939 overging tot de algemene mobilisatie, verdween de verdeling van Nederland in militaire afdelingen. Ook de toen geldende garnizoensindeling *  verviel, aangezien garnizoenscommandanten van hun vredestaak werden ontheven. Hiervoor in de plaats kwam de oorlogsorganisatie. Deze kende geen garnizoenen maar kantonnementen en analoog daaraan kantonnementscommandanten. De Graaff stelt: 'Van een kantonnement spreekt ...[men]... als de troepen te velde gelegerd worden in de huizen of gebouwen van een stad of dorp. De taak van een kantonnementscommandant vertoont wel overeenkomsten met die van een garnizoenscommandant, doch de functie is in beginsel van tijdelijke aard.' * 
In juni 1940 werd het Nederlandse leger op bevel van de Duitse Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden gedemobiliseerd. Ten gevolge hiervan werden de garnizoenen in de provincies Noord-Brabant, Zeeland en Limburg op 1 juli 1940 opgeheven. De garnizoenen in de provincies Friesland, Groningen, Drenthe en Noord-Holland werden met ingang van 11 juli 1940 opgeheven. *  Met ingang van 15 juli 1940 werden de nog resterende garnizoenen opgeheven, met uitzondering van de commando's Den Haag en Utrecht. * 
Voor wat betreft de toepassing van de militaire rechtspraak werd het land met ingang van 27 mei 1940 ingedeeld in twee justitiële garnizoenen, te weten 's-Gravenhage en Utrecht. *  Het justitieel garnizoen 's-Gravenhage omvatte alle in het militair arrondissement 's-Gravenhage verblijvende militairen. Het militair arrondissement 's-Gravenhage bestond uit Noord- en Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Het justitieel garnizoen Utrecht omvatte alle in het militair arrondissement Utrecht verblijvende militairen. Het militair arrondissement Utrecht bestond uit Utrecht, Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen en Friesland. Als garnizoenscommandant van het justitieel garnizoen 's-Gravenhage werd aangewezen de commandant van de Vesting Holland, van Utrecht de commandant van het veldleger. De justitiële garnizoenscommando's 's-Gravenhage en Utrecht werden op 20 oktober 1940 opgeheven ingevolge bevel van de Duitse Commissaris voor de demobilisatie van de Nederlandsche Weermacht dd 15 oktober 1940. * 
Na de Tweede Wereldoorlog werd bij ministeriële beschikking van 19 juli 1945 Nederland ingedeeld in vier militaire afdelingen. De bevelhebbers daarvan bezaten de rang van kolonel. Een militaire afdeling bestond uit een aantal districten met aan het hoofd een luitenant-kolonel of majoor. Deze trad op als directe chef van de in zijn district aanwezige garnizoenscommandanten. Deze beschikking stuitte in de praktijk op de nodige moeilijkheden. Kort na de Tweede Wereldoorlog wisselden diverse onderdelen herhaaldelijk van standplaats. Omdat de oudste onderdeelscommandant ook als garnizoenscommandant optrad, was er bij deze laatste functie een groot verloop. Nu deed zich vaak het geval voor dat de troepencommandant die optrad als garnizoenscommandant, in die laatste functie ouder of hoger in rang was dan zijn directe chef, de districtsbevelhebber, die de rang van luitenant-kolonel bezat. In december 1945 kwam aan dit soort kwesties een eind door de bepaling, dat garnizoenscommandanten voor wat garnizoensaangelegenheden betrof rechtstreeks onder de bevelhebbers in de militaire afdelingen kwamen te ressorteren. Dit gebeurde met uitzondering van de garnizoenen Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. * 
In belangrijke garnizoenen, zoals 's-Gravenhage, had de garnizoenscommandant een belangrijke en zware taak. Hierdoor kwam dan ook al snel behoefte aan een officier die deze functie niet op ad-hoc-basis hoefde te vervullen. *  Voor deze gehele problematiek kwam een oplossing met de ministeriële beschikking van 4 november 1946, nr 926, inzake de voorlopige samenstelling van de garnizoenscommando's en opgave van de vredesgarnizoenen (zie bijlage 3). Hierin werden drie soorten garnizoenen onderscheiden: de kleine, middelbare en de grote garnizoenen. Om de werkzaamheden continuïteit te verlenen werd aan de garnizoenscommandanten van Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage, Utrecht, welke ook als bevelhebber van het militair district werkzaam waren, boven de organieke sterkte van de districtsstaf onder andere een plaatselijke adjudant toegevoegd. Aan de overige garnizoenen werd een vaste staf verbonden.
De indeling in drie soorten garnizoenen kwam een jaar later al weer te vervallen. Vanaf juni 1947 werd alleen nog een onderscheid gemaakt tussen grote en overige garnizoenen (zie bijlage 4). *  Het verschil tussen middelbaar en klein garnizoen kwam te vervallen, omdat in de dagelijkse praktijk bleek dat, vanwege de al eerder genoemde veelvuldige verplaatsingen van troepen, het maken van een verschil ondoenlijk was.
Op 11 augustus van dat jaar werd al de eerste wijziging op deze voorlopige opgave ingevoerd. Onder 'grote garnizoenen' verviel Harskamp als behorend tot het garnizoen Ede; het werd opgenomen onder 'overige'. * 
In december 1948 werd het land verdeeld in vier militaire gewesten, te weten:
1 provincie Noord-Holland met het eiland Vlieland, Zuid-Holland en Utrecht.
2 provincies Gelderland en Overijssel, behoudens de garnizoenen Steenwijk, Oldebroek, Deventer, Kampen en Wezep.
3 provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.
4 provincies Groningen, Friesland zonder het eiland Vlieland, Drenthe, alsmede de garnizoenen Steenwijk, Oldebroek, Deventer, Kampen en Wezep. * 
Deze militaire gewesten werden vervolgens weer onderverdeeld in garnizoenen (zie voor deze onderverdeling bijlage 5).
Hierdoor lagen de garnizoenen niet meer verspreid als 'vlekken op de kaart' over Nederland, maar lag over het gehele land een dekkend net van garnizoenen. In 1950 werd het garnizoen Zuid-Laren opgericht, terwijl tevens de grenzen van de garnizoenen Groningen en Assen zich wijzigde. *  Een jaar later werd in verband met te houden herhalingsoefeningen het garnizoen Oirschot opgericht. *  In 1951 vond, mede naar aanleiding van bovenstaande wijzigingen, een nieuwe vaststelling plaats van de verdeling van het land in militaire afdelingen en garnizoenen (zie bijlage 6). * 
In december 1952 stelde de minister van Oorlog voor de militaire afdelingen en de daarmee samenhangende functie van bevelhebber in de militaire afdeling op te heffen. Voornoemde functies zouden worden overgenomen door vijf territoriale bevelhebbers (territoriaal bevelhebber west, noord, oost, zuidoost en zuidwest). Deze zouden onder bevel van de nationaal territoriaal bevelhebber komen te staan en geen nevenfuncties vervullen. De territoriaal bevelhebber zou de territoriaal commandanten onder commando krijgen *  , welke tevens garnizoenscommandant waren, en de garnizoenscommandanten. *  Daar echter in meerdere wetten, KB's en dergelijke het begrip 'militaire afdeling' en de benaming 'bevelhebber in een militaire afdeling' voorkwam en deze wetten ten aanzien van deze terminologie niet gewijzigd waren, werd bepaald dat de territoriaal bevelhebbers met ingang van 1 april 1953 tot nader order tevens de titel van bevelhebber in een militaire afdeling voerden.
Begin 1955 was er wederom een belangrijke wijziging *  in de verdeling van het Koninkrijk der Nederlanden in territoriale gezagsgebieden (zie voor de onderverdeling in garnizoenen bijlage 7):
1: Territoriaal Gezagsgebied West (tevens 1e Militaire Afdeling), omvattende de provincies Noord-Holland met uitzondering van het garnizoen Alkmaar, Zuid-Holland en Utrecht uitgezonderd garnizoen Amersfoort.
2: Territoriaal Gezagsgebied Noord (tevens 4e Militaire Afdeling): Groningen, Friesland, Drenthe uitgezonderd Meppel en Nijeveen alsmede de garnizoenen Steenwijk en Alkmaar.
3: Territoriaal Gezagsgebied Oost (tevens 2e Militaire Afdeling): Gelderland, Overijssel minus het garnizoen Steenwijk, de gemeenten Meppel en Nijeveen, de garnizoenen Amersfoort, 's-Hertogenbosch en Grave.
4: Territoriaal Gezagsgebied Zuid-Oost (tevens 3e Militaire Afdeling): Limburg minus het deel gelegen in garnizoen Grave, Noord-Brabant uitgezonderd het deel gelegen in de garnizoenen Grave en 's-Hertogenbosch en de garnizoenen Tilburg, Gilze-Rijen, Breda en Bergen op Zoom.
5: Territoriaal Gezagsgebied Zuid-West (tevens 5e Militaire Afdeling): Zeeland, Noord-Brabant met uitzondering van de garnizoenen Oirschot, Eindhoven, 's-Hertogenbosch en Grave.
Met ingang van 1 september 1957 kwamen de militaire afdelingen en de functie van bevelhebber in de militaire afdeling te vervallen. Weer werd tot een nieuwe indeling besloten. *  Het gezag werd (wederom) onderverdeeld in territoriale bevelhebbers en territoriale commandanten, een tweetrapssysteem. Voor een organigram en opgave van grondgebieden en onderverdeling van gezagsgebieden van de territoriale commandanten in garnizoenen zie bijlage 8. In 1962 werden de gezagsgebieden opnieuw vastgesteld (zie bijlage 9). *  Dit besluit werd daarna tweemaal gewijzigd. *  Met ingang van 1 februari 1970 werden de territoriale commando's opgeheven. De taken en bevoegdheden van de territoriale commandanten gingen over op territoriale bevelhebbers en garnizoenscommandanten. * 
1.2. Taken van een garnizoenscommandant
1.3. Garnizoenscommando Middelburg
2. Geschiedenis van het archief
3. Verantwoording van de inventarisatie
4. Literatuur
Bijlagen
Kenmerken
Omvang:
0,2 meter
Openbaarheid:
Geen beperkingen
Toegankelijk:
Inventaris
Jaar bewerking:
1993
Inzage:
Studiezaal, in origineel
Raadpleegvestiging:
Middelburg, Hofplein
Collectie:
Rijksarchief in Zeeland
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS