Uw zoekacties: Gemeentelijk kadaster Cuijk en St. Agatha, 1832 - c. 1970
x7136 Gemeentelijk kadaster Cuijk en St. Agatha, 1832 - c. 1970 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

7136 Gemeentelijk kadaster Cuijk en St. Agatha, 1832 - c. 1970 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Inleiding
sluiten
7136 Gemeentelijk kadaster Cuijk en St. Agatha, 1832 - c. 1970
Inleiding
Inleiding
In 1832 is in Nederland het kadastrale stelsel ingevoerd. Dat hield in dat het Nederlandse grondgebied ingedeeld werd in zogenaamde kadastrale gemeenten, genaamd naar de burgerlijke gemeente van het betreffende gebied. Overigens hoeven de grenzen van deze kadastrale gemeenten niet in alle gevallen samen te vallen met die van de burgerlijke gemeenten.

De kadastrale gemeente is verder verdeeld in een aantal secties, aangeduid met een hoofdletter (A, B etc.). De secties zijn samengesteld uit percelen, die zijn genummerd met arabische cijfers. Ieder perceel kan dus worden geïdentificeerd door kadastrale gemeente, sectie en nummer.
Bij de invoering van het kadaster in 1832 ontvingen de burgerlijke gemeenten ten behoeve van hun eigen dienst en van het publiek een aantal kadastrale bescheiden in de vorm van kopieën van de perceelsgewijze kadastrale legger, kopieën van de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) en de Suppletoire Aanwijzende Tafel (SAT), een overzichtskaart van de sectie- en bladindeling van de minuutplans en kopieën van die minuutplans zelf, in het algemeen de gemeenteplans genoemd. Later werden daar nog aan toegevoegd de Alfabetische Naamlijst en het zogenaamde Register nr. 71, een verwijzingsregister van de nummers der percelen naar de artikelen van de kadastrale legger.
Met andere woorden: bij de burgerlijke gemeenten berust een gedeelte van de kadastrale administratie in kopievorm.
Deze inventaris beschrijft de kadastrale bescheiden van de gemeenten Beers, Beugen, Boxmeer, Cuijk, Escharen, Gassel, Grave, Haps, Linden, Maashees, Mill & St. Hubert, Oeffelt, Oploo, Sambeek, Velp, Vierlingsbeek en Wanroij voorzover deze bewaard zijn gebleven. De gemeenteplans zijn buiten deze inventaris gebleven.
De verschillende categorieën bescheiden worden hierna kort uitgelegd, gevolgd door aanwijzingen voor het gebruik.
De archiefbescheiden
Aanwijzingen voor het gebruik
Literatuur
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS