Uw zoekacties: Graafs Veer, 1381-1940
x7083 Graafs Veer, 1381-1940 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

7083 Graafs Veer, 1381-1940 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Historische inleiding
Geschiedenis van het archief en verantwoording van de inventarisatie
Openbaarheid
Inventaris
Eigendom van het Graafse veer
sluiten
7083 Graafs Veer, 1381-1940
Inventaris
Eigendom van het Graafse veer
12 Voor Arnt van Boecholt, ambtman, Sybert van Gaelen, scholtis, Jan van der Voirt en Derick Vaix, schepenen van de stad Grave, heeft plaats de erfdeling tussen Peter Baenraetz ter ene en Roleff van Hollandt, Reyner Janss. en Herman van den Schair, sprekende namens Jan Bogemeker in plaats van Heylken Herden, erfgenaam van wijlen Jutten, haar zuster en huisvrouw van Peter Baenraetz voornoemd, ter andere zijde aangaande de nagelaten goederen van Jutta voorn., waarover besloten wordt als volgt: dat Peter Baenraetz zal hebben het huis, erf en stal voor alle goederen, die hij met zijn huisvrouw gehad heeft, uitgezonderd zulk roerend goed, als hij reeds met meester Jan Bogemeker gedeeld heeft; dat voor het overige roerend goed Peter aan Jan zal betalen met Kerstmis eerstkomend 6 Philipsguldens; dat Jan Bogemeker na Peter's dood zal krijgen het halve vierendeel van de veerstad te Grave, zoals dit Peter en zijn huisvrouw hebben bezeten, waarvoor Peter hem aanstonds zal vesten, hoewel hij levenslang er vruchtgebruik van zal hebben, uit welke gerechtigheid gaan de pacht van de heer van het Land, bovendien 2,5 oude Vlaamse en een oude gelds 's jaars; dat Jan Bogemeker voor dit vruchtgebruik na Peters dood uit diens nalatenschap zal krijgen 6 Hornse guldens; dat Peter Baenraetz alle schulden zal betalen; dat partijen de gelagen op deze deling gedronken half en half zullen betalen; en dat deze erfdeling zal worden gestand gedaan op straffe van 50 rozenobels.
Gegeven int jair onss Heren dusent vijffhondert ende seventhien, in profesto Jacobi apostoli in Julio.
Perkament met 7 zegels in bruine was, uithangende aan dubbele perkamente staarten:
1) Arnt van Boecholt verloren
2) Sybert van Gaelen beschadigd
3) Jan van der Voirt bijna onbeschadigd
4) Derick Vaix onbeschadigd
5) Roleff van Hollant bijna onbeschadigd
6) Reyner Janss bijna onbeschadigd
7) Herman van den Schair bijna onbeschadigd, 1537 jul 24 i
21 Voor Derick Vaex en Henrick Thijssen, schepenen van de stad Grave, dragen Meeus Willemss en Mette, zijn huisvrouw, over aan Geertken, dochter Daemen die Vere, een erfrente van 3 1/2 gulden Brabants 's jaars, vervallende op O.L.Vr. Boodschap, gaande uit een vierendeel van de veerstad te Grave en afkomstig van het vierendeel van de halve hoeve, gelegen te Loon-op-Zand, welke Meeus Willemss. voorschreven gekocht heeft van Geertken voorn.
Gegeven int jaer ons Heeren dusent vijffhondert een enddertich, den vijer endtwijntichsten dach Martii.
Perkament met 2 zegels in groene was, uithangende aan enkele perkamente staarten; dat van Derick Vaex zwaar beschadigd, dat van Henrick Thijssen onbeschadigd.
Voor Henrick Thijssen en Henrick Koeberch, schepenen van de stad Grave, dragen Geertken Daems Verendochter en haar gekozen momboor over aan Jan Wiechen, leydekker, een schepenbrief "dair dese tegenwoirdige transfixbrieff doere gesteken is".
Int jaer ons Heeren dusent vijffhondert twee enddertich, opten Meyavont.
Perkament met 2 zegels in groene was, uithangende aan enkele perkamente staarten, dat van Henrick Thijssen zwaar beschadigd, dat van Henrick Koeberch beschadigd.
Voor Wemmer van Ewick en Henrick Egbertss. van Buegen, schepenen van de stad Grave, dragen Jan Pessenss. van Wychen en Marghryet, zijn huisvrouw, over aan Aant Boegemaker Janssoene een schepenbrief met een transfixbrief, waar de tegenwoordige door gestoken is, inhoudende een erfelijke losrente van 3 1/2 gulden Brabants 's jaars als in de vorige brieven beschreven staat.
Int jaer ons Heren duysent vijffhondert ses endvyertich, den drye endtwijntichsten dach Julii.
Perkament met 2 zegels in bruine was, uithangend aan enkele perkamente staarten; dat van Wemmer van Ewick beschadigd, dat van Egbertss. van Buegen grotendeels verloren
., 1531 mrt 25, 1532 apr 30, 1546 jul 23 i
26 Michiel Mercator, ridder Arnt van Boickholtz, scholtis van de stad Grave, Wolffganck Ffrancken, Jan van Aeken, Jan van der Voert en Gaert van den Broick, zegslieden van beide partijen, beslissen omtrent een vroegere arbitraire beslissing tussen kerkmeesters van de stad Grave ter ene en Jan Boegemaker ter andere zijde omtrent een vierendeel van de veeerstad te Grave, dat van meester Henrick van Waelwick afkomstig en aan Jan Boegemaker in een zetkoop verkocht was, welke vroegere arbitraire beslissing luidde, dat Jan Boegemaker aan kerkmeesters 50 Philips guldens zou betalen en deze laatsten hem vrijwaren voor alle aanspraken van derden op genoemd deel van de veerstad en over welke uitvoering geschil was ontstaan als volgt: dat de kerkmeesters zullen gehouden zijn Jan Boegemaker te vesten in genoemd vierendeel erfelijk zonder dat het door iemand zal kunnen gelost worden, zó dat het onbelast is, behoudens 3 malder haver 's jaars aan den Heer van den lande en daarenboven aan het Gheesthuys 9 goudguldens 's jaars te lossen met 150 Philips guldens; dat Jan Boegemaker terstond na de vestenis aan kerkmeesters de rest van de overeengekomen 50 Philipsguldens, te weten 31 Philips guldens zal betalen of wel van stond af 2 Philips guldens 's jaars betalen en de hoofdsom binnen 2 jaar lossen; dat een boete van 100 goudgulden verschuldigd zal zijn voor verbreking van deze uitspraak.
Opten derden dach May anno XVe twee endviertijch.
Papier met 5 handtekeningen van de zegslieden; die van Ffrancken ontbreekt.
Eenvoudige kopie is ingeschreven in het perk. reg., getit.: Opdrachten etc. fol. 34 ro.
, 1542 mei 3
73 Het landgericht van het ambt van tussen Maas en Waal accordeert op rekest d.d. 29 juli 1758, aan Hendrik Anthony Verheyen, mede namens zijn minderjarigen zoon Jan Arnold Verheyen, verwekt bij zijn overleden echtgenote Judith Maria Ermers, blijkens vergunning van drossaard van Boxmeer d.d. 1 juli 1758, zijn verzoek, strekkende, dat alsnog het transport geschiede van drie zestiende deel van het veer op de Maas tegenover de stad Grave, over welks bezit tussen hem en de generaal L.A. van Oyen geprocedeerd is doch in welke geding door scheidsrechters de volgende uitspraak is gedaan: dat suppliant zal afzien van dit drie zestiende deel ten voordele van L.A. van Oyen, dat suppliant bovendien aan dezelfde zal overdragen voor de som van 2800 guldens een achtste deel van genoemd veer, door suppliant tesamen met zijn minderjarige zoon bezeten en dat tenslotte mede overdracht zal geschieden van ongeveer 6 morgen lands, gelegen onder Neerasselt, en in het jaar 1754 door suppliant met zijn zoon voornoemd verkocht aan Anthony Janssen, wonende te Neerasselt, voor de som van 225 guldens en wel wegens waardevermindering door verzanding.
Handtekeningen van Adriaan van den Bergh en E. Sanders van Well respectievelijk advocaat en procureur van suppliant.
In margine staat appointement van genoemd landgerecht d.d. 31 juli 1758, waarbij genoemd verzoek wordt toegestaan. Handtekening van Pieck, landschrijver van genoemd gerecht.
Papier.
Tevens bijlage: 1758 jul 1.
L.F. de Raet, drossaard van de heerlijkheid Boxmeer, als oppervoogd van alle weduwen en wezen in genoemde heerlijkheid, approbeert aan Hendrik Anton Verheyen, als voogd en vader van zijn minderjarige zoon Jan Arnold Verheyen, de verkoop van een achtste deel in het veer op de rivier de Maas tegenover de stad Grave en van 6 morgen land onder Neerasselt.
Papier met handtekening van de drossaard voornoemd.
Eenvoudige kopie is ingeschreven in het perk. register, getiteld: Opdrachten etc. fol. 82 ro, 1758 jul 29
Pachtcedulen en taxaties
Kwitanties
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2041 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS