Uw zoekacties: Regeringscommissaris Vluchtoord Hontenisse / Uden, 1914 - 1937
x157 Regeringscommissaris Vluchtoord Hontenisse / Uden, 1914 - 1937 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

157 Regeringscommissaris Vluchtoord Hontenisse / Uden, 1914 - 1937 ( Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Het archief
sluiten
157 Regeringscommissaris Vluchtoord Hontenisse / Uden, 1914 - 1937
Inleiding
Het archief
Bewaring van het archief
Van het archief van het Vluchtoord Uden werd bij schrijven van Z.E. de Minister van Binnenlandse Zaken van 1 Dec. 1926 gemeld, dat het grotendeels te Woensel berustte, maar dat toch nog een gedeelte van wege het Departement zou toegezonden worden.
Overigens zijn ook deze stukken, geheel op dezelfde wijze als hierboven voor het archief van de Regeringscommissaris voor de Vluchtelingen in N.-Brabant en Z. vermeld, in dit Rijksarchief binnengekomen.
Ordening en beschrijving
Het archiefje van het Vluchtoord te Hontenisse is als onafscheidelijk onderdeel bij het archief van het Vluchtoord Uden te voegen, doch behoort m.i. vooropgezet, daar de "Vluchtoord-kommissaris" eerst te Hontenisse en naderhand te Uden de leiding had; de geldelijke verantwoording van de beide vluchtoorden mocht niet worden gesplitst, zodat de betreffende stukken bij het archief van het Vluchtoord Uden zijn te vinden.
De bestaande volgorde van omslagen en stukken betreffende V.O. Hontenisse kon voor de inventaris aangehouden worden. Het feit, dat de "Registratiekaarten" (bevolkingsregister) bij dit kleine archief nog aanwezig zijn, bevestigd het vermoeden van kompleetheid.
Ook bij het archief van het Vluchtoord Uden maakt de bestaande bijeenvoeging van de talrijke losse stukken tot dossiers en bundels, met opschriften conform te vermelde "specificeerden Lijst", het herstellen van de vermoedelijke oorspronkelijke orde mogelijk.

Voor de inventarisering kon een aanwezige schets van de regeringskommissaris betreffende de wording organisatie van de dienst als leidraad worden gebezigd.
De agenda van de ingekomen en uitgaande brieven staat voorop, als uitgangspunt, waar omheen alle losse ingekomen stukken en de meeste uitgaande brieven de bijlagen vormen, en wel bundelsgewijs gegroepeerd. Voor eerst een serie ingekomen en uitgaande brieven, als "gewone bundel" aangeduid, welke blijkbaar alle op algemene onderwerpen betrekking hebben en niet bij een van de later volgende speciale bundels zijn onder te brengen. Dan volgt de verzameling stukken over de aanstelling van het personaal, dat de Regeringscommissaris had te assisteren bij zijn taak van algemene leiding, en de bundels betreffende de openbare orde en veiligheid in het vluchtoord sluiten zich hierbij aan.
Over de volgorde van de bundels van de speciale diensten valt nog op te merken:
De bundel "aanbieding personeel", die bij onderwijs aangetroffen werd, kon, als bevattende stukken van meer algemene aard meer naar voren worden geplaatst; De stukken over de barakkenbouw en over de bouw van de verplaatsbare woningen kunnen beschouwd worden als bij een behorende onder "Woningdienst", waarna dan de stukken over de meubilering en verdere uitrusting van het vluchtoord, zoals elektriciteitsvoorziening e.d. volgen.
Behalve de Algemene Agenda werd bij een paar afdelingen een eigen agenda gehouden:
- agenda A door de administrateur uitsluitend van zijn uitgaande brieven, sedert medio 1915 zijn uitgaande brieven met eigen doorlopend nummer en letter A merkte.
- agenda K, in de vorm van een brievenboek van zijn uitgaande brieven, werd door de Chef van de Kledingdienst gehouden, die ook zijn uitgaande brieven van eigen doorlopend nummer en letter K voorzag.
Na de Agenda A volgen in de inventaris alle stukken, die op de compatibiliteit van de Administrateur betrekking hebben.
Vervolgens komen de stukken van de geldelijke verantwoording door de Regeringscommissaris, voor de gelden in goede rekening ontvangen ten behoeve van de beide vluchtoorden Hontenisse en Uden. Dan volgen drie bundels, die het gemeenschappelijk kenmerk hebben, dat zij alle drie met de opheffing van het vluchtoord verband houden.
Eindelijk zijn in een afdeling: Huishoudelijke papieren de minuten van de jaarverslagen van de Regeringscommissaris en van de hoofden van diensttakken bijeengehouden; met statistieken en andere bijlage. Hierbij is nog gevoegd: de specificerende lijst, die de zending van de kisten archivalia vergezelde.
Aanvankelijk zou men geneigd zijn, de stukken overziende, een groot deel daarvan onbelangrijk te vinden en dus geschikt om vernietigd te worden. Maar bij nadere kennismaking deelt men de mening van de heer Verdeyen voornoemd, dat de inrichting van het Vluchtoord te Uden een unicum is geweest, vooral door het eigenaardig stelsel van werkverschaffing, gecombineerd met het zogenaamde "Puntenstelsel" als betaalsysteem.
Dit archief kan dus van genoegzaam historisch belang geacht worden, om bewaard te blijven, met uitzondering van de individuele lijsten van verstrekte kledingstukken, zijn de 150 pakken ieder van 100 "nummerkaarten", waarvan de vernietiging de omvang van het archief tot de helft reduceren zal.

W.M.L. Dumoulin, 1930.
Enkele opmerkingen betreffende de archiefbescheiden betreffende vluchtelingen
Een dossier in het archief van de Afdeling Armwezen van het ministerie van Binnenlandse Zaken maakt duidelijk wat er met de archieven van de vluchtoorden uit de Eerste Wereldoorlog is gebeurd (inventaris nummer 555).

De Minister van Binnenlandse Zaken verzocht op 31 maart 1919 o.a. de Centrale Commissie tot behartiging der belangen van naar Nederland uitgewekenen, de Regeringscommissaris voor de vluchtelingen in Noord-Brabant en Zeeland, de Regeringscommissarissen voor de vluchtoorden te Uden en Nunspeet en de Commissie van toezicht van het vluchtoord Gouda om te zijner tijd de meest belangrijke stukken uit hun archieven op te zenden naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de minder belangrijke naar het Rijkskrankzinnigengesticht te Eindhoven, waar op zolder voldoende bergruimte aanwezig was. De stukken moesten geordend worden en in kisten met duidelijke opschriften worden verzonden. Zodra vaststond dat de stukken niet meer nodig waren, zouden ze ".....ter vernietiging verkocht kunnen worden."
Op 13 februari 1926 deelde de rijksarchivaris in Noord-Brabant de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen mee, dat de geneesheer-directeur van het Rijkskrankzinnigengesticht te Eindhoven hem verzocht had de in zijn gesticht opgeborgen archieven over te nemen, omdat deze de zolderruimte voor andere doeleinden nodig had. De Minister vroeg hierop de algemene Rijksarchivaris om advies. Deze antwoordde op 23 februari, dat het gesticht te Eindhoven door de concentratie van archieven betreffende oorlogvluchtelingen feitelijk de status van een Rijksarchiefdepot had verkregen. Een depot evenwel ".... dat noch staat onder het beheer van de administratie onder welke die archieven ontstaan zijn, of van den recht verkrijgende van deze, noch onder het deskundig beheer van een archivaris." Hij adviseerde een Koninklijk Besluit uit te lokken, waarbij de archieven werden overgebracht naar de "....Rijksarchiefbewaarplaatsen waar zij ingevolge het K.B. van 23 september 1919 (Stbl.no. 552) thuis behoren."

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen droeg hierop de zaak over aan zijn ambtgenoot van Binnenlandse Zaken, onder wiens bevoegdheid deze archieven vielen. Op 9 augustus 1926 deelde deze de geneesheer-directeur van het Rijkskrankzinnigengesticht te Eindhoven mee, dat de voorlopig in zijn gesticht opgeborgen archieven overgebracht zouden worden naar de Rijksarchief-bewaarplaats war zij thuis hoorden. Tevens verzocht hij de geneesheer-directeur om kantoor-personeel te belasten met het herstellen van de verwarring die in de archieven was aangericht. De stukken moesten per orgaan bijééngevoegd worden en er diende een inventaris opgemaakt te worden. Op 26 oktober 1926 berichtte de geneesheer-directeur dat de archieven voor verzending gereed stonden.
De Ministers van Binnenlandse Zaken en Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen traden hierop met elkaar in overleg over de distributie van de, in het gesticht te Eindhoven en op het Departement van Binnenlandse Zaken berustende, archiefbescheiden over de verschillende Rijksarchieven. Bij Koninklijk Besluit d.d. 22 november 1926 no. 17 werd de overbrenging van deze bescheiden geregeld. De archieven van de Centrale Commissie ter behartiging der belangen van naar Nederland uitgewekenen en van het vluchtoord Gouda moesten overgebracht worden naar het Algemeen Rijksarchief, de archieven van de regerings-commissaris voor de vluchtelingen in Noord-Brabant en Zeeland en van het vluchtoord Uden naar het Rijksarchief in Noord- Brabant, van de vluchtoorden Nunspeet en Ede naar het Rijksarchief in Gelderland, het archief van het vluchtoord Veenhuizen naar het Rijksarchief in Drenthe en van het Regeringscomité tot behartiging der belangen van vluchtelingen te Vlissingen naar het Rijksarchief in Zeeland.
Bij de opheffing van het vluchtoord Uden in 1920 heeft de regeringscommissaris Wilhelm echter een aantal stukken van overbrenging naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken of het Rijkskrankzinnigengesticht te Eindhoven uitgezonderd, omdat hij deze stukken nog nodig dacht te hebben. Bovendien waren na de opheffing van het kamp nog niet alle zaken afgedaan. Zodoende vormde Wilhelm een persoonlijk archief, dat in verband stond met het archief van het opgeheven vluchtoord Uden.
Deze archiefvorming ging door in de dertiger jaren. Wilhelm, die na beëindiging van zijn functie van regerings-commissaris, burgemeester van Eibergen Werd, hield de stukken die hij opmaakte en ontving bij de behandeling van zaken het vluchtoord betreffende, gescheiden van zijn overige archiefbescheiden. Blijkens een losse aantekening droeg hij deze stukken op 9 juli 1937 over aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Niet duidelijk is aan welke afdeling hij deze stukken overdroeg. Noch in de index, noch in de agenda's van de afd. Armwezen is hierover iets
tevinden.

Naast deze stukken uit de archieven van het vluchtoord Hontenisse/Uden resp. van J.P.A. Wilhelm, bevond zich ook documentatiemateriaal met betrekking tot vluchtelingen in het algemeen en Uden in het bijzonder in de archiefbewaarplaats van Binnenlandse Zaken. Het is niet duidelijk of dit documentatiemateriaal ook van Wilhelm afkomstig is of dat het in 1926 niet is overgebracht naar een Rijksarchief-bewaarplaats maar bij Binnenlandse Zaken is achtergebleven.

Brabants Historisch Informatie Centrum
Aanwijzingen voor de gebruiker
Inventaris
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS