Uw zoekacties: Inventaris van de archieven van de Contactcommissie h.a.v.o....
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
sluiten
2.14.22 Inventaris van de archieven van de Contactcommissie h.a.v.o.-experiment, later: Commissie v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. en haar subcommissies, 1963-1974
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Organisatie: Nationaal Archief
De Wet op het voortgezet onderwijs, beter bekend als Mammoetwet, werd op 26 februari 1963 in het Staatsblad gepubliceerd en zou in 1968 zijn beslag krijgen. Vanaf 1964 zou met de nieuwe schooltypen geëxperimenteerd gaan worden, hetgeen geregeld werd in de Wet tot het verlenen van grotere vrijheid van inrichting van het onderwijs, de zogenaamde Experimentenwet. In 1964 werd gestart met experimenten aan 15 h.a.v.o.-scholen of –afdelingen van scholengemeenschappen. Het cursusjaar 1965 – 1966 betekende het begin van enkele v.w.o.- en m.a.v.o.-experimenten. Voor de coördinatie van de experimenten aan de verschillende scholen werd een commissie ingesteld, die contacten zou leggen en onderhouden met en tussen de besturen of vertegenwoordigers van de experimenterende scholen. Aanvankelijk werd deze commissie aangeduid met de naam “Contactcommissie H.A.V.O.-experiment”. Nadat haar ook de begeleiding van v.w.o.-en m.a.v.o.-experimenten werd opgedragen, werd haar naam met ingang van 5 april 1965 gewijzigd in “Commissie V.W.O.-H.A.V.O.-M.A.V.O.”. De uitbreiding van de taken leidde tot het ontstaan van twee secties binnen de commissie: een sectie v.w.o.-h.a.v.o. en een sectie h.a.v.o.-m.a.v.o.
De commissie begeleidde de experimenterende scholen door het beleggen van vergaderingen met schoolleiders (rectoren en directeuren, al of niet als vertegenwoordigers van besturen) en het voeren van correspondentie met hen. Organisatorische, administratieve, juridische en algemeen-onderwijskundige problemen stonden daarbij centraal.
Voor schoolleiders van v.w.o., van h.a.v.o. en van m.a.v.o. werden afzonderlijke vergaderingen gehouden. Voor de in het cursusjaar 1970 – 1971 gehouden conferenties werden schoolleiders van meer dan één schooltype uitgenodigd. De organisatie van deze conferenties werd opgedragen aan een daarvoor ingestelde coördinatiegroep, de Co-groep/70; leden van de commissie en medewerkers van de landelijke pedagogische centra werkten daarin samen. De Co-groep/70 bleef na de conferenties vergaderingen coördineren.
Behalve voorlichting aan schoolleiders werden de docenten door middel van vergaderingen en het verstrekken van schriftelijke inlichtingen begeleid. De zogenaamde vakbesprekingen werden per vak eerst regionaal en vervolgens landelijk georganiseerd. De verslagen van de regionale besprekingen dienden als leidraad voor de centrale vakbesprekingen. Vanaf het cursusjaar 1970 – 1971 ging het schoolonderzoek het mondeling examen van h.a.v.o. en m.a.v.o. vervangen; aan deze veranderingen werden speciale vergaderingen gewijd. De experimentele centrale schriftelijke examens werden in de vak- en schoolleidersvergaderingen besproken en geëvalueerd.
De pedagogische centra zorgden voor een intensieve begeleiding van de m.a.v.o.-experimenten. De commissie werd over deze begeleiding voortdurend (door toezending van publicaties) op de hoogte gehouden en achtte deze bij de centra in goede handen. Zij heeft er verder weinig bemoeienis mee gehad.
Vanaf het tweede jaar van haar bestaan zag de commissie tevens als taak de scholen – ook de niet-experimenterende – door middel van publicaties voorlichting te geven over de nieuwe inrichting van het voortgezet onderwijs. Er verschenen enkele verslagen van enquêtes over de ervaringen met het experiment. Informatie over de nieuwe examens alsmede over het schoolonderzoek werd gegeven in een andere serie publicaties. Een lijst van alle door de commissie uitgegeven publicaties is opgenomen in “De Mammoet-experimenten”, het uitgebreide eindverslag van de commissie dat in 1974 verscheen.
Bij het eerste eindexamen v.w.o. in 1971 konden de kandidaten voor het schriftelijk gedeelte Nederlands kiezen tussen het schrijven van een opstel en het uitwerken van een stelopdracht. Bij dit laatste moest een stuk worden geschreven over een onderwerp dat de kandidaten gedurende twee jaren hadden bestudeerd. De commissie verklaarde op de centrale vakbespreking Nederlands in januari 1970 dat zij de begeleiding van dit experiment graag aan een vakgroep van leraren zou overdragen. In maart 1970 kwam de vakgroep voor het eerst bijeen. Deze vakgroep “Eigen Zorg” belegde een aantal vergaderingen met docenten Nederlands van scholen die met dit alternatieve opstel, de zogenaamde stelopdracht b-2, experimenteerden. “Eigen Zorg” publiceerde tijdens de vier jaren van haar bestaan drie rapporten onder de titels “Het alternatieve opstel”, “Anders opstellen” en “Meer dan opstellen”. Dit laatste rapport is het eindverslag van de Vakgroep begeleiding v.w.o.-experiment Nederlands “Eigen Zorg”.
Geschiedenis van het archiefbeheer
Inhoud en structuur van het archief
Selectie en vernietiging
Verantwoording van de bewerking
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Verwant materiaal
Beschikbaarheid van kopieën
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
Kenmerken
Datering:
1963-1974
Auteur:
E.P. Veltkamp
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS