Uw zoekacties: Kamers van Arbeid te Rotterdam
x376 Kamers van Arbeid te Rotterdam ( Stadsarchief Rotterdam )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

376 Kamers van Arbeid te Rotterdam ( Stadsarchief Rotterdam )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inventaris
1. Inleiding
sluiten
376 Kamers van Arbeid te Rotterdam
1. Inleiding
Organisatie: Stadsarchief Rotterdam
De kamers van arbeid werden ingesteld bij de wet van 2 mei 1897, terwijl de oprichting der kamers bij K.B. werd vastgesteld. Het waren instellingen ter bevordering van een goede verstandhouding tussen patroons en werklieden, in het belang van het gehele bedrijf. Hun taak was vierledig:
1. Het verzamelen van inlichtingen over arbeidsaangelegenheden, hetzij periodiek ten behoeve van het Centraal Bureau voor de Statistiek, of door enquêtes voor eenmaal.
2. Het geven van adviezen aan patroons, werklieden of hun verenigingen op hun verzoek over ontwerpen voor arbeidsovereenkomsten of arbeidsregelingen.
3. Het geven van adviezen aan autoriteiten voor ontwerpen van arbeidswetgeving.
4. Het bijleggen van geschillen over loonsverhoging, verkorting van arbeidstijd, enz. ook stakingen en uitsluitingen.
Het K.B. waarbij een kamer werd opgericht, bepaalde haar gebied, de plaats waar haar zetel gevestigd was, het bedrijf of de bedrijven, welke in de kamer vertegenwoordigd zouden zijn en het aantal leden, dat in de kamer zitting zou hebben.
De kamer bestond voor de ene helft uit patroons, gekozen door de patroons, werkzaam in het bedrijf of de bedrijven, in de kamer vertegenwoordigd; voor de andere helft uit werklieden in het bedrijf of in die bedrijven werkzaam.
De leden van de kamer werden benoemd voor 5 jaar. Ze traden tegelijk af en waren dadelijk herkiesbaar. De kiezerslijsten werden opgemaakt door het gemeentebestuur. Kiesgerechtigd waren diegenen, die tenminste een jaar werkzaam waren geweest in de aangesloten bedrijven. Het bestuur der kamer bestond uit een voorzitter en 2 leden. Tot voorzitter wezen de door de patroons en door de werklieden gekozen leden der kamer ieder afzonderlijk een lid uit hun midden aan. Beide leden traden om beurten, telkens voor een half jaar, als voorzitter op. Van beide andere leden werd de een door de patroons, de andere door de werklieden gekozen. In de eerste vergadering, nadat de kamer ten gevolge van de gewone verkiezing opnieuw was ingesteld, trad het bestuur af en werd een nieuw bestuur gekozen. De kamer benoemde een secretaris op een aanbeveling van twee personen. Hij trad af met de kamer, die hem benoemde, maar bleef zijn werkzaamheden waarnemen, totdat zijn opvolger zijn betrekking had aanvaard. Dit geschiedde binnen 6 maanden, nadat het nieuwe bestuur was gekozen. Wanneer in een aangesloten bedrijf een geschil was ontstaan, zou door partijen, door middel van een schriftelijk verzoek aan de kamer, bevattende de aanleiding tot het geschil, de tussenkomst worden ingeroepen van een verzoeningsraad. Een dergelijk verzoek kon ook worden ingediend door niet-aangeslotenen. De verzoeningsraad bestond uit een voorzitter, uit of buiten haar midden gekozen, en uit een even getal leden, waarvan de ene helft door de patroons en de andere helft door de werlieden werd gekozen.
De secretaris der kamer trad op als secretaris der verzoeningsraad. Van de beraadslagingen en de uitslag daarvan werd een verslag opgemaakt. De vergaderingen van de kamers van arbeid werden met gesloten deuren gehouden. Jaarlijks werd een door de kamer opgemaakt verslag van haar werkzaamheden opgezonden aan de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Alle onkosten en toelagen waren voor rekening van het rijk en werden dientengevolge bij het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid gedeclareerd. Hiervan waren uitgezonderd de onkosten der verkiezingen, welke voor rekening der gemeente kwamen. De kamers van arbeid zijn tenslotte mislukt. Er werden enige pogingen tot verbetering aangewend in 1906. Toen reeds bleek, dat de kamers geen plaats van betekenis in het sociale leven meer innamen. Van de 112, die waren opgericht, waren er toen reeds 29 opgeheven. De oorzaak hiervan was in de eerste plaats het opkomen der vakbeweging, zowel van arbeiders als van patroons; de vakbeweging, die tal van zaken zelf deed, waarvan de bedoeling was, dat de kamers die zouden verrichten. In de tweede plaats het gebrek aan bevoegdheden der kamers, dat haar vaak tot machteloosheid doemde. Men trachtte nu de kamers van arbeid samen te smelten met de in 1914 ingestelde raden van arbeid, daar men niet twee, de arbeid vertegenwoordigende colleges naast elkaar kon laten bestaan. De eerste wereldoorlog verhinderde de voortgang dezer zaak. Na de oorlog bleven de kamers nog enige tijd voortbestaan, totdat ze met ingang van 1 januari 1923 werden opgeheven. In Rotterdam waren 8 kamers van arbeid, en wel: een kamer voor de Bouwbedrijven, één voor de Confectiebedrijven, één voor de Drukkersbedrijven, één voor het Handels- Crediet- en Verzekeringswezen, één voor het Logement- en Koffiehuishoudersbedrijf, één voor de Metaal- en Houtbewerking, één voor de Tabaksindustrie en een voor de Voedings- en Genotmiddelen.
Het archief is zeer onvolledig en van sommige kamers is er in het geheel geen archief aanwezig; bij andere vertoont het archief vele hiaten. In verband hiermede is de onderverdeling als volgt:
1. Archief van de Kamer van Arbeid voor de Bouwbedrijven.
2. Archief van de Verzoeningsraad van de Kamer van Arbeid voor de Bouwbedrijven.
3. Archief van de Kamer van Arbeid voor het Handels- Crediet- en Verzekeringswezen.
4. Archief van de Kamer van Arbeid voor de Kleinhandel.
5. Archief van de Kamer van Arbeid voor de Tabaksindustrie.
6. Archief van de Kamer van Arbeid voor Voedings- & Genotmiddelen.
7. Archief van de Verzoeningsraad van de Kamer van Arbeid voor Voedings- & Genotmiddelen.
Het archief loopt van 1898 tot 1923 en bevat 79 nummers. Het is in juni 1951 door het Algemeen Rijksarchief in Den Haag aan het Gemeente Archief te Rotterdam afgestaan.
2. Inventaris
Kenmerken
Datering:
1898-1923
Openbaarheid:
Het gehele archief is zonder beperkingen voor ieder ter inzage.
Omvang:
2.6 meter
Rubrieken:
Trefwoorden:
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS