Uw zoekacties: Nederlandse Hervormde gemeente te Haaksbergen
x0394 Nederlandse Hervormde gemeente te Haaksbergen ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0394 Nederlandse Hervormde gemeente te Haaksbergen ( Historisch Centrum Overijssel (HCO) )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
1. De geschiedenis van de hervormde gemeente en kerk van Haaksbergen
2. Organisatie
sluiten
0394 Nederlandse Hervormde gemeente te Haaksbergen
Inleiding
2. Organisatie
Op pagina 4 wordt vermeld, dat dominee Van Rijswijk in 1646 werd benoemd door de Goedsherenvergadering, omdat er nog geen kerkenraad was. In die tijd bestond het gericht Haaksbergen namelijk uit zes marken: Honesch (waarin het dorp Haaksbergen was ontstaan), Buurse, Langelo, Brammelo, Boekelo en de driedelige marke Holthuizen, Eppenzolder, Stepelo. In een marke had alleen de eigenaar van een "erve", de Goedsheer, stemrecht. De zes marken plus het dorp benoemden elk twee Gecommitteerde Goedsheren, "die veertiene", die zowel de wereldlijke als de kerkelijke zaken behartigden. Uit hun midden werden vier kerkmeesters gekozen, speciaal belast met het onderhoud van de kerk en het bijhouden van de kerkenrekening.
In de tijd van dominee Van Rijswijk (1646-1684) werd een kerkenraad benoemd. Die bestond uit de predikant, vier ouderlingen en vier diakenen. Aangezien de helft van de kerkgangers uit Buurse afkomstig was, moest minstens één ouderling en één diaken uit Buurse komen. Na het overlijden van dominee Van Rijswijk ontstond tussen de kerkenraad en de Goedsheren verschil van mening over het beroepingsrecht. Na twee jaar procederen kwam de uitspraak: kerkenraad en Goedsheren zouden samen het beroepingsrecht uitoefenen. Het proces kwam de kerkelijke gemeente te staan op het zeer hoge bedrag van ?3600.
Uit de notulenboeken van de kerkenraad blijkt, dat in de periode, waaruit de hierna volgende stukken afkomstig zijn, de kerkenraad bestond uit de predikant, 4 ouderlingen en 4 diakenen. Tot de verzelfstandiging van Buurse, in 1854, waren twee ouderlingen en twee diakenen uit Buurse afkomstig. Dat de kerkenraad zich behalve met geloofszaken ook bezig hield met diaconale zaken, blijkt uit een paar aantekeningen. In 1811 staat genoteerd, dat "door tijdsomstandigheden" de nalatenschap van Joan van der Sluys "onverdeeld geadministreerd" wordt. Dat wil zeggen, dat men geen verschil maakte tussen diaconale en niet-diaconale bezittingen. En op 12 november 1818 wordt, betreffende de diaconie-goederen, aan de schout van Haaksbergen geschreven, "dat de Kerkenraad daarover de directie voert." Maar men zal overgaan tot separatie, zodanig, dat de schulden der Kerk en Gemeente kunnen worden voldaan en daarnaast zal een fonds worden gevormd, voldoende voor onderhoud van Kerkgebouw en Pastorie.
Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de notulen van de kerkenraad tevens de notulen van de diaconie vormen. Wel werden aparte administrateurs aangesteld. Een "voor de Kerk" en een voor de diaconie. Over de juiste verdeling van de eigendommen is lange tijd verschil van mening geweest. In 1822 vonden Gedeputeerde Staten, dat de kerkenraad wel eens wat te eigengereid was opgetreden t.a.v. de kerkelijke bezittingen en stuurden twee afgevaardigden naar Haaksbergen, voor de "finale afhoring en sluiting van rekeningen van de administratie" van de kerkelijke bezittingen.
Ingevolge het reglement op de kerkelijke administratie van 1822 werd in 1823 een college van kerkvoogden en notabelen *  in het leven geroepen en in 1825 werden de kerkvoogdij-goederen "voor zover bekend" vastgesteld en ingeboekt. Daar de financiële armslag klein was, kregen de president en de secretaris der kerkvoogdij de bevoegdheid gelden te vragen aan de diaconie en voor het beheer der gelden een ontvanger aan te stellen. In het verleden heeft de kerkvoogdij dan ook geregeld gebruik gemaakt van de hulp van "rijke broer diaconie". In de eerste jaren ging dat gemakkelijker dan in latere jaren.
3. Verantwoording van de inventarisatie
4 Wenken voor de bezoeker
5. Literatuur
6. Bijlage. Lijst van predikanten
Inventaris
1. Kerkenraad
2. Kerkvoogdij
3. Diaconie
4. Gedeponeerde archieven
6. Inv. nr. 218
Kenmerken
Datering:
1590 - 1963
Omvang archiefblok:
8 m
Toegang:
Bouwman, G.J., e.a., Plaatsingslijst van de archieven van de Hervormde Gemeente te Haaksbergen, 1590 - 1963, Haaksbergen (1998).
Openbaarheid:
Het archief is openbaar.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS