Uw zoekacties: Dienst Sociale Werkvoorziening (D.S.W.) Zaandam
xOA-0085 Dienst Sociale Werkvoorziening (D.S.W.) Zaandam ( Gemeentearchief Zaanstad )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

OA-0085 Dienst Sociale Werkvoorziening (D.S.W.) Zaandam ( Gemeentearchief Zaanstad )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1. Geschiedenis van de archiefvormer
OA-0085 Dienst Sociale Werkvoorziening (D.S.W.) Zaandam
Inleiding
1. Geschiedenis van de archiefvormer
Op 18 mei 1951 verscheen een rapport over de oprichting van een werkplaats voor minder valide arbeidskrachten door een commissie van voorbereiding. Daarin werd voorgesteld dat de werkplaats op commerciële grondslag moest worden ingericht. Na een verzoek aan het gemeentebestuur van de Vereniging Arbeid voor Onvolwaardigen (A.V.O.) en de stichting 'Practische Hulp' in oktober 1952, gaven burgemeester en wethouders opdracht tot het houden van een vergadering op 22 oktober 1952. Hierbij kwam men tot de conclusie dat de stichting van een beschuttende (streek)werkplaats noodzakelijk was. Instemming werd verkregen bij de gemeentebesturen van de Zaangemeenten en eind februari 1953 hadden alle gemeentebesturen hun medewerking toegezegd.

Op 19 maart 1953 werd door de burgemeester van Zaandam een commissie geïnstalleerd die de mogelijkheid zou bestuderen van de stichting van een beschuttende werkplaats. De beschuttende werkplaats werd aangewezen als tak van dienst, de dagelijkse leiding werd opgedragen aan een directeur.
Met de bouw van de centrale werkplaats, genaamd De Boerejonker, werd begonnen op 4 juni 1956 toen de eerste paal werd geslagen.

In december 1957 was de bouw zover gevorderd dat door enige tewerkgestelden in de werkplaats kon worden begonnen met de vervaardiging van het bij de inrichting benodigde werkplaatsmeubilair. Tevens werd er een bescheiden aanvang gemaakt met het uitvoeren van werk voor derden.
Op 2 januari 1958 werden twee vleugels van de werkplaats in gebruik genomen. De werkplaatsbezetting bestond toen uit totaal 93 personen.
Per 1 juli 1957 gingen van de stichting Practische Hulp de heer J.J. Ouwehand als werkmeester en de heer H. Brouwer als assistent over in de dienst van de gemeente Zaandam. In de raadsvergadering van 24 januari 1957 benoemde de raad van Zaandam de heer H.W. Berghegen met ingang van 15 april 1957 tot directeur.
Voorlopige kantoorruimte werd gevonden in het rust- en verpleeghuis aan de Bloemgracht tot eind december 1957. Het jaar 1958 was voor de centrale werkplaats zeer belangrijk. Op 1 maart werd de werkplaats officieel in gebruik genomen. Op de dag van de opening bleek minister J.G. Suurhoff op het laatste ogenblik verhinderd om te komen. Daardoor werd de opening verricht door staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid, dr. A.A. van Rhein.

Spoedig na de opening van de werkplaats was de behoefte aanwezig de westelijke vleugel in te richten voor nieuwe plaatsingen. Het aantal vrouwelijke kandidaten was groot genoeg om over een eigen afdeling te kunnen denken en deze gedachte werd medio 1958 verwezenlijkt.
Het jaar 1959 kenmerkte zich door een stijgende bezetting en een verhoogde productiviteit. Dat er werk aanwezig was voor allen was te danken aan de vele industrieën die de Zaanstreek telt.
In 1960 werd de werkplaats goed van opdrachten voorzien en verkreeg zelfs een aantal nieuwe opdrachtgevers.

Er werden twee gelegenheden voor het stallen van rijwielen opgeofferd ter verkrijging van een betere rustgelegenheid, een schilderswerkplaats en een magazijn. Het nieuwe magazijn, aan de noordzijde van de oostelijke vleugel, gaf omdat het zeer koel was veel gemak bij het opslaan van materialen en levensmiddelen.
In 1960 werden aan het gebouw zelf geen veranderingen aangebracht. Behoudens enige kleine wijzigingen, welke zich in de loop van het jaar 1962 gingen voltrekken, konden er aan het gebouw geen veranderingen worden aangebracht die het mogelijk maakten dat er meer werkruimte werd verkregen. Men kon zeggen dat De Boerejonker toen alle expansiemogelijkheden miste. Naast de prognose, die door de werkplaatsleiding werd gemaakt in 1960 met het oog op een te verwachten groei en bezetting van de werkplaats voor wat de Zaanstreek betrof, had ook het Sociografisch Bureau opdracht ontvangen van het college van Burgemeester en Wethouders van Zaandam om zich met deze zaak bezig te houden. In de loop van dat jaar had het Sociografisch Bureau regelmatig contact onderhouden met de werkplaatsleiding.

In 1962 was de werkplaatsbezetting afkomstig uit circa 18 gemeenten.
Het groeiende aantal personen, geplaatst op de werkplaats en afkomstig uit alle Zaangemeenten en andere omliggende gemeenten, deed de gedachte ontstaan om voor de Zaandamse werkplaats een gemeenschappelijke regeling te ontwerpen. Daarover vond op 25 september een eerste bespreking plaats.
Einde 1962 was het zover dat een ontwerpregeling ter kennis kon worden gebracht van de Zaangemeenten ter behandeling in de raden van deze gemeenten. Nadat deelnemende gemeenten hun instemming hiermee hadden kenbaar gemaakt volgde op 28 augustus opname in de Staatscourant nummer 166, waardoor deze regeling van kracht werd. Om administratieve redenen werd per 1 januari 1964 hieraan uitvoering gegeven.
Op initiatief van wethouder H.J.H. Esser werd in 1965 een commissie samengesteld met het doel plannen te ontwerpen ter uitbreiding van de werkplaats. Op 18 januari kwam deze commissie voor het eerst bijeen.
De plannen werden besproken en richtlijnen bepaald om tot een systematische opbouw van plannen en gegevens te komen.
In de geschiedenis van De Boerejonker moet 11 augustus 1966 als een rampdag worden beschouwd. Een tragisch ongeval met een busje waarin werkplaatspersoneel op weg was naar huis kostte het leven van drie personeelsleden.

In 1968 werd een vergroting van de werkruimte verwezenlijkt. Het noodgebouw van de firma Eyer hetwelk tijdelijk aan de Gedempte Gracht stond, werd overgenomen en geplaatst op het bouwterrein naast de werkplaats. Daardoor werd tijdelijk het werkterrein met 475 m2 vergroot. In datzelfde jaar werd de dienst geconfronteerd met de mogelijkheid een nieuw bedrijfspand in de Cornelis van Uitgeeststraat te huren. Dit pand, bestaande uit parterre en verdieping, had een totale oppervlakte van 670 m2. Het overleg over de huur van dit pand begon in begin februari 1968. De gemeenteraad keurde de overeenkomst goed in haar vergadering van april, en eind juli was de inrichting bedrijfsklaar. Met beide inrichtingen werd de beschikbare werkruimte bijna verdubbeld en gebracht op ongeveer 1800 m2.
Op 21 maart 1970 werden de gegevens in concrete vorm aan het Ministerie voor Sociale Zaken verstrekt en op 13 april had een uitvoerig overleg plaats omtrent de bouwplannen met vertegenwoordigers van het ministerie en het Rijksconsulentschap. De totale bouwkosten kwamen (met inbegrip van alle vaste installaties van centrale verwarming, perslucht, stof- en motafzuigers, electra, houtdroogkamer en een aanvulling van werkplaatsoutillage) op fl. 3.800.020, -
Vanuit twee burgerzinleningen was de gemeente Zaandam er in geslaagd een bedrag van fl. 3.335.000, - voor dit doel beschikbaar te stellen, waardoor de bouw een aanvang kon nemen. Dit geschiedde op 19 oktober 1970, door het heien van de eerste paal.
Begin 1970 werd er al gewerkt in een drietal gebouwen.
- De werkplaats aan het Boerejonkerplantsoen (circa 1000 m2 werkoppervlakte).
- Het houten noodgebouw op het bouwterrein aan het Boerejonkerplantsoen (totale oppervlakte 475 m2).
- Het stenen industriepand aan de Noordervaldeurstraat, met etage (totale oppervlakte 670 m2).

In 1971 werd gebouwd aan de uitbreiding van de werkplaats en daarbij werden belangrijke vorderingen gemaakt. Het materiële gedeelte (3100 m2 bebouwd, 1e fase van de bouwplannen) kon worden opgeleverd, dat gaf aan enige afdelingen de zozeer begeerde werkruimte.
De afdeling montage moest van april tot en met oktober 1971 in een van de dependances worden ondergebracht vanwege de nieuwbouw. Op 17 november was de verplaatsing van de machinale houtbewerking vanuit de westvleugel naar de nieuwbouw een feit geworden. Na de oplevering van fase I van de nieuwbouw kwamen de consequenties voor fase II zich aandienen (fase II was de totale middelbouw en renovatie voor de oost- en westvleugel). Dit betekende dat directie en administratie tijdelijk elders moesten worden gehuisvest.
Op 19 februari 1971 werd de Gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Werkvoorziening Zaanstreek van kracht, waaraan deelnemen de gemeenten Assendelft, Jisp, Koog aan de Zaan, Krommenie, Oostzaan, Westzaan, Wormer, Wormerveer, Zaandam en Zaandijk. *  Vertegenwoordigers uit deze gemeenten zijn middels de Commissie van Advies betrokken in het beheer van de D.S.W.-dienst. In de loop der jaren is er een organisatieschema opgesteld. Een van de belangrijkste aspecten bij de ontwikkeling van de organisatie van de D.S.W. was dat een aantal functies, welke voorheen alleen ten dienste van het werkverband De Boerejonker werden aangetroffen, nu bij de belangenbehartiging van de drie werkverbanden werrden betrokken. Dit geldt naast de directie, ook voor de bedrijfsgeneeskundige dienst, afdeling personeelszaken, het bedrijfsbureau, de loonadministratie en de financiële administratie. Hieruit kwamen enkele benoemingen voort.
Per 1 januari 1971 werd de heer H.W. Berghege benoemd als directeur van de D.S.W. en ontslagen als directeur van de centrale werkplaats De Boerejonker.
J. Juch werd aangesteld als sub-hoofd voor het werkverband handarbeiders in Openlucht (buitenobjecten) en J.C. Wiepjes als sub-hoofd voor het werkverband Hoofdarbeiders. Voor de loonadministratie van de D.S.W. werd de heer Lammers benoemd. * 
Gedurende 1972 werden besprekingen gehouden door de bouwcommissie over de installaties. In de bouw werden belangrijke vorderingen gemaakt. Op 1 juni werd het hoofdmagazijn opgeleverd en eind oktober werd het gehele middengedeelte voltooid. Dit gaf ruimte aan de administratie, het bedrijfsbureau, de bedrijfsarts, de staf en een vergrootte nieuwe kantine.

Sluitstuk van de bouw was de renovatie van de oost- en westvleugel. Deze was niet in de nieuwbouw begrepen en behoefde een aanvullend krediet van fl. 445.000, -. *  Daardoor kwam het einde van de uitbreiding en de verbouwing in zicht. Bedrag van de totale investering fl. 5.106.627, - (inclusief renovatie).
In maart 1972 werd door Burgemeester en Wethouders aan de heer R. Both uit Amsterdam opgedragen een kunstwerk te vervaardigen in de vorm van een mozaik, aan te brengen in de entreehal van de werkplaats.
Administratief centrum
De huisvesting aan de Gedempte Gracht was een tijdelijke voorziening. De oorspronkelijke plannen voor het onderbrengen van een administratief centrum en een huisdrukkerij in twee gebouwen, waren door de hoge kosten teruggenomen, hoewel hiervoor kredieten aanwezig waren.

Op 27 april 1972 gaven Burgemeester en Wethouders opdracht aan de Dienst Gemeentewerken te beginnen met de voorbereidingen om deze beide eenheden in één gebouw onder te brengen. Gedacht werd aan een administratief centrum aan de Noordervaldeurstraat. In dit gehuurde pand had de werkplaats een dependance. Deze zou vrij komen zodra de renovatie van de westvleugel van de werkplaats gereed zou komen. Overleg met de eigenaar van het pand leidde ertoe, dat een huurcontract voor 25 jaar kon worden opgesteld, waarbij de gemeente Zaandam, na beëindiging van het contract of eerder, het eerste recht op de koop verkreeg. Op 14 november verleende Gedeputeerde Staten toestemming tot verbouw voor een bedrag van fl. 300.035, - op voorwaarden. De voorwaarden waren gesteld door het Rijksconsulentschap en hadden betrekking op:
a. een onderzoek naar het plaatsen van een gebouw elders in één van de Zaangemeenten;
b. een vergelijkend onderzoek naar de kosten door toepassing van bijvoorbeeld systeembouw.
Het gereedkomen van de gebouwen over de gehele linie is in 1973 een sterke stimulans geworden om de aandacht te gaan richten op de interne organisatie. Voor alle drie de werkverbanden was dit van grote betekenis. Het industrieel centrum kwam gereed na jaren van voorbereiding en uitvoering. Het moderne administratief centrum werd in gebruik genomen, met perspectief voor de eerstvolgende jaren. Een eigen gebouw als centrum van activiteiten voor de buitenob-jecten, sloot deze rij van voorzieningen en alles werkte mee aan het verkrijgen van een goed sociaal-economisch klimaat.
Een intensief overleg had in het voorjaar van 1973 plaats, waarbij de renovatie van de oost- en westvleugel van de werkplaats als sluitstuk van de totale bouw, gelijk plaatsvond met het uitwerken van de plannen voor het administratief centrum. Op 1 april 1973 kon de verbouw van het administratief centrum aanvangen en deze kwam gereed op 1 augustus 1975.

Door van dit centrum zoveel mogelijk ruimten te benutten voor productieve bestemmingen was er volop gelegenheid voor het opvangen van de groei van dit werkverband in de eerst komende jaren. Toch deed zich de gelegenheid voor om een eventuele toekomstige expansie het hoofd te bieden. De dienst kon in september 1975 een huurovereenkomst aangaan voor een naastliggende ruimte, verbonden aan het Administratief Centrum.

Hoewel deze ruimte (ongeveer 200 m2) in gebruik werd genomen voor het verwerken van kunststoffen door, is dit primair gedaan voor een veilig stellen van de ontwikkeling van het administratief centrum. Met betrekking tot de huisvesting heeft ieder werkverband (handarbeiders, hoofdarbeiders en buitenobjecten) zijn eigen geschiedenis.
2. Geschiedenis van het archief
3. Openbaarheid
4. Verantwoording van de bewerking
5. Handleiding voor de gebruiker
6. Archiefvormer
Kenmerken
Datering:
1951-1974
Gemeente:
Zaandam
Omvang in meters:
2,46
Toegang:
Inventaris
Openbaar:
Gedeeltelijk
Licentie:
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld.
Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Gemeentearchief Zaanstad. Toegang OA-0085 Dienst Sociale Werkvoorziening (D.S.W.) Zaandam
VERKORT:
NL-ZdGAZOA-0085
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS