Uw zoekacties: Gemeente Bovenkarspel 1811- 1978 (1982)
x1069 Gemeente Bovenkarspel 1811- 1978 (1982) ( Westfries Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1069 Gemeente Bovenkarspel 1811- 1978 (1982) ( Westfries Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1.1. Geschiedenis van de organisatie
sluiten
1069 Gemeente Bovenkarspel 1811- 1978 (1982)
1. Inleiding
1.1. Geschiedenis van de organisatie
Organisatie: Westfries Archief
Op 2 augustus 1364 voegde Albrecht van Beieren Bovenkarspel en Grootebroek samen tot de Stede Grootebroek. In 1402 en 1404 gingen ook Lutjebroek respectievelijk Hoogkarspel deel van de stad uitmaken. Voor archiefstukken uit deze 'stedelijke' periode, waaraan op grond van het decreet van 21 oktober 1811 een eind kwam, verwijzen wij de onderzoeker naar de "Inventaris van de archieven van de stede Grootebroek, 1364-1811". (Westfriese inventarisreeks nr. 6). In de genoemde periode bestonden er overigens in elk der vier kwartieren al plaatselijke besturen. Vandaar dat het notulenboek inv.nr. 1 van de gemeenteraadsvergaderingen van Bovenkarspel reeds in 1805 begint. In de laatste jaren van het bestaan van de stad, vooral na 1795, werden de plaatselijke besturen steeds belangrijker. Dat kwam vooral tot uitdrukking in de heffing van 'plaatselijke' belastingen naast 'stedelijke' belastingen. Met de eerste kon elk kwartier in de financiering van haar eigen behoeften voorzien.
Toen met het genoemde decreet de stad officieel werd opgeheven, en er in Bovenkarspel, Grootebroek, Hoogkarspel en Andijk plaatselijke besturen waren geïnstalleerd, verzochten de maires (burgemeesters) in november 1812 de onderprefect van het arrondissement Hoorn de bezittingen en schulden van de voormalige stede te verdelen. Daar is men blijkbaar niet direkt toe overgegaan. Pas in 1822 werd het z.g. dienaarshuis, de ten oosten van het weeshuis gelegen woning van de gerechtsdienaar, publiek verkocht. De opbrengst vloeide in de kassen van de vier gemeenten; volgens afspraak zou men echter de helft aan het onderhoud van het raadhuis besteden, dat nog steeds gemeenschappelijk bezit was. In 1828 probeerde Grootebroek het aandeel van de andere gemeenten in het raadhuis af te kopen, maar pas in 1837 kon men het eens worden. Volgens kontrakt van 1 september kregen alle drie gemeenten een vergoeding van fl. 450.
Gemeenschappelijk was tevens het bezit van het naast het weeshuis gelegen Oude Mannen en Vrouwen Huis. Aangezien het gebouw al jaren in zeer slechte staat verkeerde (in 1812 had men de onderprefect al voorgesteld om het te slopen) wilde men het voor afbraak verkopen. Pogingen daartoe stuitten af op de onwil van Andijk. Deze gemeente vreesde de twee gezinnen die er woonden en die uit Andijk afkomstig waren, binnen haar grenzen te krijgen. Nadat het gebouw door een storm op 29 november 1836 zwaar was beschadigd kon men tot overeenstemming komen. In oktober 1838 gingen Gedeputeerde Staten akkoord met onderhandse verkoop aan het weeshuis voor fl. 1.200, met het recht van amotie voor zover het de opstallen betrof. Bij akte van 19 februari 1575 schonk Filips II het klooster te Grootebroek aan de stede onder bepaling dat men het als weeshuis zou inrichten. Alle wezen uit de stad, ongeacht hun gezindte, zouden er een plaats moeten kunnen vinden. Ook de resolutie van de Staten van Holland die bepaalde dat het stadsbestuur regenten en regentessen, alsmede de binnenvader en -moeder benoemt, wijst op een stadsweeshuis. Maar ofschoon dat door geen enkel reglement werd voorgeschreven was de praktijk dat alleen gereformeerden in het bestuur zitting mochten nemen, en dat alleen gereformeerde kinderen konden worden opgenomen. Na de ondergang van het Ancien Regime stelden enkele katholieke leden van het Provisioneel Comité van Algemeen Welzijn deze kwestie aan de orde. P. Noordeloos heeft in "Het Sint Elisabethen convent-weeshuis der stede Grootebroek" uitvoerig beschreven hoe het gemeentebestuur van Grootebroek heeft gemanipuleerd, en met succes, om de toestand te laten zoals hij was. Het bestuur bleef in handen van gereformeerde afgevaardigden uit elk van de vier voormalige kwartieren.
De Broekerhaven is na de opheffing van het stadsverband aanvankelijk bestuurd door de burgemeesters, en na 1855 door de colleges van de vier gemeenten. (Besluit van GS van 24-5-1855 nr. 13). Bovenkarspel voerde de administratie. Ontvangsten en uitgaven betreffende de haven werden geregistreerd in de begroting en rekening van deze gemeente; in eventuele tekorten werd voor 3/4 voorzien door de andere drie gemeenten. In 1906 besloot het bestuur de opbrengst van de haven-, brug-, kaai- en overtoomgelden niet meer te verpachten, maar het havenbedrijf in eigen beheer te nemen en zelf een havenmeester aan te stellen. In 1914 sloten de gemeenteraden een gemeenschappelijke regeling inzake het beheer van de haven, welke regeling in 1939 en 1950 is herzien. Per 1-1-1963 trad Andijk tegen een afkoopsom van fl. 8.995,06 uit de gemeenschappelijke regeling. Het toch al geringe economische belang van de haven (het meeste vervoer vond inmiddels over de weg plaats) was voor Andijk zo minimaal dat het niet opwoog tegen de jaarlijkse bijdrage in het nadelige saldo. De regeling is per 1-7-1981 definitief opgeheven.
1.2. Geschiedenis van de archiefvorming
1.3. Verantwoording van de inventarisatie
1.4. Geraadpleegde bronnen
1.5. Geraadpleegde literatuur
1.6. Lijst van functionarissen
Inventaris van archieven van de gemeente Bovenkarspel
1.12. Aanvulling 1998
Kenmerken
Datering:
1811-1978
Beschrijving:
Gemeentebestuur 1811-1978, Commissie tot wering van schoolverzuim, Woningbedrijf, Gasfabriek, Levensmiddelenbedrijf, Badhuiscommissie, Woningbouwvereniging St. Martinus, Broekerhaven
Datering:
1811-1978
Plaats:
Bovenkarspel
Soort archief:
overheid
Omvang:
22,50 m
Raadpleegbaar:
ja
Openbaar:
Ja
Auteur:
W. Brieffies (1986, 1998, 2009)
Licentie:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS