Uw zoekacties: Historische encyclopedie Venlo
xLEM Historische encyclopedie Venlo ( Gemeentearchief Venlo )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

LEM Historische encyclopedie Venlo ( Gemeentearchief Venlo )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inventaris
Records 1 t/m 100
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Records 501 t/m 600
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Toneel
sluiten
LEM Historische encyclopedie Venlo
Toneel
Term:
Toneel
Beschrijving 1:
Hoewel er waarschijnlijk al eerder in Venlo ter gelegenheid van kerkelijke feestdagen zogenaamde mysteriespelen (in feite een soort passiespel, waarin het leven van Jezus werd uitgebeeld) werden opgevoerd, vinden we de eerste vermelding van een toneeluitvoering pas in 1405. De schoolmeester van de stad voerde met enkele inwoners tijdens de processie een kort stuk op, een zogenaamde spreuk. Normaal gesproken liepen de mensen die zo'n spreuk opvoerden mee in de processie. In 1418 en 1427 hadden de spelers in Venlo echter een vaste plaats. Terwijl de processie voorbijtrok, gaven zij een voorstelling op de Oude Markt. In de vijftiende eeuw waren het vooral de onderwijzers die zich met toneel bezighielden. Een schoolmeester en zijn gezelschap voerde in 1441 en 1464 in Venlo het stuk 'Die verrisenisse onses Heeren' op. De spelers werden overigens in de meeste gevallen door het stadsbestuur voor hun inspanningen beloond, de ene keer met geld, de andere met wijn. De toneelstukken hadden in de meeste gevallen een religieuze thematiek, hoewel er ter gelegenheid van carnaval ook wel eens wat luchtigers werd gespeeld. In de 16e en 17e eeuw bleef het vooral bij die kerkelijke spelen. Zo voerde een gezelschap onder leiding van schoolmeester Johan van Warrenborch in 1521, 1526 en in 1530 tijdens de processie religieuze stukken op en speelden onbekenden in 1544 een soort passiespel en 'het spuell Bethlehem'. Verder moet er in de zestiende eeuw in Venlo ook een rederijkerskamer zijn geweest, die zinnespelen (waarin vaak een beschouwing werd gehouden over een belangrijke kwestie) en kluchten op de planken bracht.
Beschrijving 2:
Vanaf het begin van de zeventiende eeuw vonden de toneeluitvoeringen plaats in de nieuw gebouwde vleeshal aan de Markt. Dat bleef zo tot de eerste helft van de achttiende eeuw toen de religieuze stukken op last van de Luikse bisschoppen niet meer gespeeld mochten worden. De stukken waren te volks geworden, hadden geen belang meer voor de verspreiding of verdieping van het geloof. De kerk kwam in de jaren daarna vaak in conflict met toneelspelers. Zeker toen vanaf de Franse tijd vooral volkse stukken werden gebracht. Dat gebeurde vooral door rondreizende gezelschappen. Uit Duitsland afkomstige groepen bezochten Venlo in de jaren 1825, 1827, 1829 en 1832. De stukken die de gezelschappen speelden waren een doorn in het oog van deken Schrijnen. In één van die jaren kreeg hij burgemeester Bloemarts zelfs zover dat hij opvoering verbood. De deken kreeg het nog moeilijker met toneel toen Belgische officieren eind 1834 een toneelvereniging oprichtten. Dat gezelschap, De Liefhebberij Comedie genaamd, gaf zijn uitvoeringen in eerste instantie voor militairen, maar Venlonaren werden ook toegelaten. De stukken handelden bijna allemaal over de liefde en waren in de ogen van de deken ontuchtig en slecht. Reden voor hem Venlonaren die de opvoering wilden bezoeken met hel en verdoemenis te dreigen. Er ontstond een enorme rel, waarbij de liberale burgemeester Bontamps en bisschop Van Bommel van Luik betrokken raakte. Omdat de deken zijn aandacht spoedig voor andere kwesties nodig had, liep de zaak met een sisser af.
Beschrijving 3:
Na het vertrek van de Belgen waren de Venlonaren weer enige jaren aangewezen op rondtrekkende theatergezelschappen. In 1845 kreeg Venlo zijn eerste echte toneelvereniging, het Dramatisch Gezelschap Venlo, dat in 1879 werd omgedoopt in Gezelschap Thalia. Daarna volgden tal van andere verenigingen, onder meer Crescendo, De Letste Gros en rederijkerskamer De Dageraad (1877). Ook leden van sociëteiten als Amicitia en Burgerlust voerden aan het begin van de twintigste eeuw toneelstukken op. Het ging daarbij vooral om blijspelen. Serieuze stukken stonden niet op het repertoire. De eerste die daar wel mee aan de slag ging was de in 1904 opgerichte Letterlievende Vereeniging Onderling Kunstgenot. Onder leiding van Anton Hulsman werden stukken als 'Ontgoocheling' en 'Fiat Justitia' gespeeld, waarbij zelfs beroepsacteurs werden ingeschakeld. In de eerste helft van de twintigste eeuw ontstonden nog vele verenigingen. Leden van de RK Werkliedenvereeniging begonnen in 1914 met het Roomsch Toneel. In 1915 volgde Entre Nous en in 1918 Het Venlo's Toneel. Het Roomsch Toneel speelde vooral in het Bondsgebouw. De club mocht pas in 1938 van de kerkelijke autoriteiten gemengd spelen. Wel gemengd waren het Venloosch Toneel Ensemble (opgericht in 1934) en de Venlo Spelers (1936). Het Venloosch Toneel Ensemble trad zowel in als buiten Venlo op, meestal ten behoeve van goede doelen. De regie van blijspelen als 'Willy's vrouw' en 'De gebroeders Kalkoen' en stukken als 'Polly Perkins' en 'Freuleken' was in wisselende handen.
Beschrijving 4:
In het begin regisseerde Harry Boermans, later Funs van Grinsven en weer later opnieuw Boermans. Het ensemble speelde vaak in het Rembrandttheater. Een andere Boermans, namelijk Frans, regisseerde de stukken die Het Schouwtoneel voor de oorlog op de planken bracht. Ook dat waren veelal blijspelen. De Tweede Wereldoorlog gaf vele verenigingen de doodsteek, zoals bijvoorbeeld het Venloosch Toneel Ensemble. Dat wilde zich niet aansluiten bij de Kultuur Kamer en hield in 1942 op te bestaan. Voor de oorlog werden ook regelmatig door speciaal daarvoor samengestelde gezelschappen openluchtspelen opgevoerd. Zo werd ter gelegenheid van het 500-jarig bestaan van de kapel van Genooi in 1926 het spel 'Onze Lieve Vrouw van Genooi', geschreven door pater Justinus Janssen, zes maal gespeeld. In de eerste jaren na de oorlog verschoof de belangstelling van de Venlonaren van toneel naar cabaret en revue. Het was de grote tijd van Sef Cornet en de zijnen. Weer later, nadat de Prins van Oranje was uitgebouwd tot echte schouwburg, kreeg het Venlose publiek vaker professionele toneelvoorstellingen voorgeschoteld en was er minder behoefte aan amateurtoneel. Er waren en zijn echter nog steeds toneelgezelschappen. Zo werd bijvoorbeeld op 9 september 1980 Toneelvereniging Silhouet opgericht door leden van het Kindervakantiewerk uit 't Ven. Ieder jaar speelt deze vereniging een avondvullend toneelstuk en vele eenakters.
Bron:
Venloclopedie
Organisatie: Gemeentearchief Venlo
Records 901 t/m 1000
Records 1001 t/m 1024
Kenmerken
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS