Uw zoekacties: Stichting voor Kinderverzorging te Dordrecht

Archiefvormers ( Regionaal Archief Dordrecht )

beacon
 
 
Archiefvormende instantie
Stichting voor Kinderverzorging te Dordrecht
Naam archiefvormer:
Stichting voor Kinderverzorging te Dordrecht
Vestigingsplaats:
Dordrecht
Onderdeel van:
gemeente Dordrecht
Afdelingen:
n.v.t.
Opgericht:
in 1936. Bron: Verordening op de stichting d.d. 7 april 1936
Opgeheven:
gedeeltelijk in 1965, geheel in 1977. Bron: gemeenteraads- en B en W-besluiten in 1977 resp. 1985
Ontstaan uit:
Vereenigd Armen, Wees- en Nieuw Armhuis
Opgegaan in:
n.v.t.
Taken:
In 1936: de duurzame verzorging en opvoeding van wezen en behoeftige minderjarigen in en buiten gestichten, voor zover die verzorging niet geschiedt door andere instellingen.
Nadere informatie:
Eind 1935 nam de gemeenteraad van Dordrecht het besluit tot reorganisatie van de 'sociale diensten' van de gemeente. De naamsverandering van het Vereenigd Armen, Wees- en Nieuw Armhuis, de instelling die stamt uit 1820, was daar een onderdeel van. Deze naamsverandering had tot doel om aan deze instelling een naam te geven die meer passend was voor die tijd, en om haar taak te kunnen verruimen.
Dit besluit stuitte op bewaren bij de meerderheid van het bestuur van genoemd weeshuis, het college van regenten, die de nieuwe instelling in strijd vond met artikel 8 van de Armenwet. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland vonden in de voorgelegde gemeentelijke stukken echter geen aanleiding hieraan hun
goedkeuring te onthouden. De stichting was in eerste instantie een zogenaamde gemeente-instelling van weldadigheid op grond van de Armenwet. De verordening op de stichting trad in werking op 1 oktober 1936, de datum waarop de 'vernieuwde' instelling, onder de naam van Stichting voor Kinderverzorging te Dordrecht, van start kon gaan.

Het bestuur bestond bij de oprichting met inbegrip van de voorzitter uit zeven leden. De voorzitter werd door het college van B en W benoemd, de overige leden door de gemeenteraad. De voorzitter en twee overige bestuursleden, die vanuit het bestuur zelf daartoe werden aangewezen, vormden het dagelijks bestuur. De directeur van de gemeentelijke Dienst voor Sociale Zaken, of desgewenst een van de ambtenaren van de dienst, fungeerde als secretaris van het bestuur en dagelijks bestuur. De directeur had als adviseur van het bestuur en dagelijks bestuur in de vergaderingen een raadgevende stem.
In 1951 veranderde dit in die zin dat van de overige zes leden (een van de wethouders was immers uit hoofde van zijn functie voorzitter) er twee door de gemeenteraad en vier door de Voogdijraad te Dordrecht werden benoemd.
Nadere informatie 2:
Bij de invoering van de Algemene Bijstandswet per 1 januari 1965 werd de taak van de gemeentelijke Stichting Kinderverzorging te Dordrecht op het gebied van de materiƫle bijstandsverlening beƫindigd. Alle taken die voortvloeien uit de Algemene Bijstandswet zullen door het college van B en W zelf zal worden uitgevoerd, voor wat de algemene aspecten van de bijstandsverlening betreft met assistentie van een in het leven geroepen commissie van advies.
Het verzorgende deel van de taken van de stichting, namelijk de voogdij over een aantal minderjarigen, bleef gehandhaafd totdat de jongste pupil meerderjarig zou zijn geworden.

De Verordening op de Stichting voor Kinderverzorging te Dordrecht uit 1936 werd uiteindelijk in 1977 door de gemeenteraad ingetrokken, waarmee dus ook een einde kwam aan het voortbestaan van de stichting. De formele liquidatie van de stichting vond echter pas plaats in 1985.