Uw zoekacties: Gaarder te Nieuwerkerk (Gaardersarchief Nieuwerkerk)
x12.19 Gaarder te Nieuwerkerk (Gaardersarchief Nieuwerkerk) ( Noord-Hollands Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

12.19 Gaarder te Nieuwerkerk (Gaardersarchief Nieuwerkerk) ( Noord-Hollands Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding: de Gaardersarchieven in Holland
1. Algemeen
sluiten
12.19 Gaarder te Nieuwerkerk (Gaardersarchief Nieuwerkerk)
Inleiding: de Gaardersarchieven in Holland
1. Algemeen
Organisatie: Noord-Hollands Archief
De naam 'gaardersarchieven' is een verzamelnaam voor de archieven die gevormd zijn door de secretarissen van dorpen en steden in Holland in hun functie van gaarder van bepaalde gewestelijke belastingen of 'gemenelandsmiddelen', te weten de boeten van ongefundeerde processen, de belasting op de verkoop van onroerende goederen, de belasting op de verkoop van onroerende goederen, de belasting op de collaterale successie, de impost op trouwen en begraven en de belasting op familieadvertenties in de kranten. Voor een nadere uiteenzetting over deze belastingen verwijs ik naar het tweede gedeelte van deze inleiding. De term 'gaardersarchieven' en de term 'gaarders' voor de collecteurs van deze belastingen kan misleidend werken, aangezien men hieruit zou kunnen opmaken dat zij de enige functionarissen waren met deze naam. Men dient hen echter te onderscheiden van de gaarders van de collectieve (vroeger verpachte) middelen, die in het geheel niets te maken hebben gehad met de hierna beschreven archieven. De basis voor de functie van gaarder van de hierna omschreven belastingen werd gelegd in de ordonnantie van 22 december 1598 *  op de belasting op de verkoop van onroerende goederen en de collaterale successie, waar bepaald werd dat de secretaris van stad of dorp belast zou worden met de inning. Daar waar meerdere secretarissen fungeerden werd de beslissing wie van hen gaarder zou worden overgelaten aan het stadsbestuur. De gaarders waren verplicht van de aangifte en ontvangst registers bij te houden. De ontvangsten moesten worden afgedragen aan de ontvangers van de gemenelandsmiddelen in hun kwartier, de zogenaamde kwartierontvangers.
De rekeningen die ter controle opgesteld dienden te worden, werden gecontroleerd door de rekenkamers, voor de plaatsen in het Zuiderkwartier die in Den Haag, voor de plaatsen in het Noorderkwartier die in Hoorn (na de opheffing van de laatste in 1750 geschiedde dit voor het Noorderkwartier eveneens in Den Haag). Jammer genoeg zijn in het archief van de rekenkamer in Den Haag alleen de rekeningen vanaf ca. 1800 bewaard gebleven, *  terwijl van de bij de rekenkamer te Hoorn ingeleverde rekeningen geen enkele bewaard bleef. Gelukkig werden in vele gevallen wel de zogenaamde 'rendantexemplaren' bewaard. De rekeningen werden namelijk veelal in tweevoud opgemaakt en ingediend bij de rekenkamer. Na controle bleef één exemplaar daar berusten, het andere werd voor akkoord getekend en geretourneerd aan de gaarder, zodat deze aan de hand van de rekening kon aantonen dat alles in orde was bevonden. Behalve de voor de hand liggende functie van deze rekeningen kan men ze dus vanuit het gezichtspunt van de gaarder vergelijken met een kwitantie. Buiten de reeds eerder genoemde registers van aangifte en ontvangst en de hierboven genoemde rekeningen kunnen we ook nog andere archivalia aantreffen in de gaardersarchieven, zoals registers van taxatie, correspondentie en voorschriften.
In het tweede gedeelte van deze inleiding wordt, zoals hierboven reeds vermeld, wat dieper ingegaan op de verschillende soorten belasting die door de gaarders geïnd werden. De eerste van deze 'gaardersbelastingen' (bij gebrek aan een verzamelnaam voor deze belastingen heb ik hier en in de inventaris deze term gebruikt) werd ingesteld in 1595, de laatste ruim tweehonderd jaar later, in 1797. Bij de vele veranderingen die optraden na de val van de Republiek in 1795 werd ook het belastingsysteem niet ongemoeid gelaten. In de tijd van de Republiek waren praktisch alle belastingen van plaatselijke of gewestelijke aard, zo ook de gaardersbelastingen. In andere gewesten vindt men weliswaar belastingen die er op lijken, maar nooit zijn ze in alle opzichten gelijk. Het gevolg was een zeer verwarrend, onoverzichtelijk belastingsysteem. Vandaar dat in het kader van de centralisering van allerlei zaken ook de belastingen aan bod kwamen; bij de hervormingen, uitgevoerd door I.J.A. Gogel, vervielen dan ook met ingang van 1 januari 1806 de 'gaardersbelastingen', om vervangen te worden door een systeem dat gold voor het gehele land. De archieven (voor zover bewaard gebleven) bleven berusten onder de functionarissen die ze gevormd hadden. Aangezien deze functionarissen een 'dubbelfunctie' hadden, namelijk behalve gaarder ook stads- of dorpssecretaris, kwamen de archieven veelal terecht in de archieven van stad of dorpssecretaris, kwamen de archieven veelal terecht in de archieven van de stad of dorp. Het zou daarom niet ondenkbaar zijn dat nader onderzoek in deze archieven nog verschillende onderdelen van de gaardersarchieven aan het licht zou brengen.
In 1925 en 1927 werd in de vergadering van rijksarchivarissen gesproken over de overbrenging van de gaardersarchieven naar de rijksarchiefbewaarplaatsen. *  De voorstanders hiervan wilden hier toe overgaan op grond van het feit dat het hier geen plaatselijke belastingen, maar gewestelijke belastingen betrof, geïnd door de stads- of dorpssecretaris in de functie van gewestelijk ambtenaar. Tegenstander van deze motivering was Dr. P.A. Meilink, archivaris van het Algemeen Rijksarchief, die betoogde dat de gaardersarchieven eerder als particuliere archieven te beschouwen waren en hoogstens als 'aanhangsel' bij het gemeentearchief (zie ook de artikelen van de hand van H. Brouwer en P.A. Meilink in het Nederlands Archievenblad *  ).
Tot overeenstemming kwam men niet, maar op voorstel van de Algemene Rijksarchivaris, Prof. Mr. R. Fruin, werd besloten een voorstel te doen tot overbrenging van die onderdelen van de gaardersarchieven die in nauw verband stonden met de rechterlijke archieven en de collectie DTB *  . Hiervan werd een gedeelte gerealiseerd bij het KB van 31 mei 1929 (S. 269) waarin de overbrenging werd geregeld van de kerkelijke DTB, de schepentrouwboeken en die gedeelten van de gaardersarchieven die aantekeningen bevatten van geboorte, huwelijk, overlijden en begraven. De rest van de gaardersarchieven werd naar de rijksarchiefbewaarplaatsen overgebracht op grond van een zeer ruime interpretatie van genoemd KB. De periode waarbinnen dit alles plaats vond kan men ongeveer stellen van 1930 af, met als hoogtepunt de jaren rond 1950. Betreffende de impost op trouwen en begraven zal men in dit overzicht weinig aantreffen, men zal de meeste gegevens hieromtrent dienen te zoeken in de collectie DTB, gemakshalve wordt dan ook verwezen naar de inventaris van deze collectie *  .
2. Overzicht van de verschillende soorten belasting
3. Verantwoording van de inventarisatie
4. Gebruikte bronnen
Inventaris
Tot het rechtsgebied van Nieuwerkerk behoorden ook Zuid-Schalkwijk en Vijfhuizen.
1. Verantwoording
Kenmerken
Datering:
1698-1721
Periode documenten:
1698-1721
Omvang:
0,05
Openbaarheid:
openbaar
Vestiging voor raadplegen:
Haarlem, Kleine Houtweg
Gebruiksinformatie:
Inventaris in band 12.19 inv. nr. 1 en overzicht van de Gaardersarchieven berustende bij het Noord-Hollands Archief in band 12. Tot het rechtsgebied van Nieuwerkerk behoorden ook Zuid-Schalkwijk en Vijfhuizen.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS