Uw zoekacties: Inventaris van het archief van het Ministerie van Binnenland...
 
 
Beschrijving van het archief
merendeel (1945) 1939-1947(1951)
1939-1947
Naam archiefblok:
Ministerie van Binnenlandse Zaken: Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken
BiZa / Hulpverlening Oorlogsslachtoffers
Archiefbloknummer:
B24095
Omvang:
1 meter; 99 inventarisnummers
Taal van het archiefmateriaal:
Het merendeel der stukken is in het Nederlands
Soort archiefmateriaal:
Archiefbewaarplaats:
Nationaal Archief, Den Haag
Archiefvormers:
Ministerie van Binnenlandse Zaken / Afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken (1945-1947)
Ministerie van Binnenlandse Zaken / Afdeling Maatschappelijke Zorg II (1947-1951)
Samenvatting van de inhoud van het archief:
De afdeling had vier taken: (1) geldelijke hulpverlening aan oorlogsslachtoffers, (2) evacuatie en terugkeer, (3) uitvoering Vorderingsbesluit Woonruimtewet en (4) contacten met particuliere organisaties die hulp gaven aan oorlogsslachtoffers. De afdeling zorgde voor beleid en controle en hield zich bezig met zeer diverse problemen zoals de hulp aan nabestaanden van verzetslieden, statenlozen, eigenaren van bedrijven, nabestaanden van in mei 1940 omgekomen militairen, hulpverlening aan uit Duitsland en Nederlands-Indië gerepatrieerden, vergoedingen aan huiseigenaren voor gedorven inkomsten door ontruimingen, maar ook hulp aan politieke delinquenten en asociale evacués, hulp bij overbrenging van stoffelijke resten uit het buitenland en vergoedingen voor studiekosten en problemen rond de uitvoering van het Vorderingsbesluit Woonruimte. In het archief bevinden zich stukken over de uitvoering van het beleid door het Centraal Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers, de provinciale bureaus en de districtsbureaus: financiële controle, personeelsbeleid, organisatie en huisvesting. Tenslotte zijn er dossiers met stukken over de contacten met de Stichting 40-45, het Nederlands Volksherstel, organisaties voor ex-politieke gevangenen en ex-krijgsgevangenen
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
sluiten
2.04.51 Inventaris van het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken, (1939) 1945-1947 (1951)
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Organisatie: Nationaal Archief
De buitengewone omstandigheden waarin het zuiden van Nederland sedert de bevrijding in september 1944 verkeerde, waren voor de regering in Londen aanleiding om bijzondere maatregelen te treffen. Zij vaardigde daartoe in september 1944 een aantal besluiten uit om de bevolking in de bevrijde gebieden te ondersteunen. Eén daarvan *  bevatte voorlopige voorzieningen voor de hulpverlening aan hen die tengevolge van de oorlogsomstandigheden niet meer in staat waren in de kosten van hun levensonderhoud te voorzien.
De op 18 september 1939 onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken ressorterende, door de ministers van Binnenlandse Zaken en van Defensie benoemde Commissie Burgerbevolking, had vrij snel na haar oprichting het Bureau Afvoer Burgerbevolking (BAB) ingesteld. Als uitvoerend orgaan van genoemde commissie had dit bureau de algehele leiding over de zorg voor huisvesting, verpleging enz. van uitgewekenen.
De zaken ten aanzien van de hulpverlening aan vluchtelingen, gerepatrieerden en andere oorlogsslachtoffers werden behandeld door het Bureau voor Evacuerings- en Repatriëringszaken, dat op 15 januari 1945 door het Militaire Gezag te Eindhoven werd opgericht.
Het Bureau voor Evacuerings- en Repatriëringszaken stelde een nieuw BAB in. Zo bestonden er tussen 15 januari en 12 april 1945 in feite twee van deze bureaus naast elkaar, één in bevrijd gebied en één in bezet gebied.
De regering in Londen verwachtte dat de buitengewone omstandigheden weldra voor het gehele land zouden gaan gelden en stelde in april 1945 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken de afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken (afdeling HO) in.
Van de instelling is geen beschikking of Koninklijk Besluit bekend; wel staat vast, dat dr. J.Th.A.H. van der Putten chef van de afdeling werd * 
De taken van de afdeling waren: * 
-
  • geldelijke hulpverlening aan oorlogsslachtoffers, waaronder gerepatrieerden,
  • alle aangelegenheden betreffende de binnenlandse evacuatie en reevacuatie,
  • uitvoering van het Vorderingsbesluit Woonruimte,
  • contact met particuliere organisaties die zich de hulpverlening aan oorlogsslachtoffers ten doel stelden.
De in september 1944 getroffen voorlopige voorzieningen bleken in het begin van 1945 bij toepassing in de praktijk op ernstige moeilijkheden en onbillijkheden te stuiten wat betreft de geldelijke hulpverlening. De minister van Binnenlandse Zaken vaardigde daarom nieuwe maatregelen uit *  . Bij de verstrekking van geldelijke bijstand aan oorlogsslachtoffers werd deze categorie verdeeld in evacués en niet-evacués. Bij de laatste groep werd onderscheid gemaakt in werknemers, niet-werknemers, invaliden en nagelaten betrekkingen van oorlogsslachtoffers. Op 15 mei trad de regeling in werking. Zij was niet van toepassing op hen "die tijdens de bezetting van ontrouw aan de zaak van het Koninkrijk hebben doen blijken en rechtens van hun vrijheid zijn beroofd" *  .
De afdeling HO bereidde de beslissingen voor, die op het gebied van de toekenning van bijzondere uitkeringen aan oorlogsslachtoffers, direct of in beroep, door de minister van Binnenlandse Zaken moesten worden genomen. Het uitvoerende werk ten aanzien van de verzorging van oorlogsslachtoffers ressorteerde ook onder deze minister. Het was in handen van het Centraal Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers (CBVO), dat voor het toen bevrijde gebied op 12 april 1945 door de minister van Binnenlandse Zaken werd ingesteld. *  Het Bureau voor Evacuerings- en Repatriëringszaken te Eindhoven werd op die datum opgeheven.
De werkzaamheden van de voormalige Bureaus Afvoer Burgerbevolking gingen op in die van het CBVO. Zolang het land niet geheel was bevrijd werd het CBVO geleid door de directeur van een door de minister van Binnenlandse Zaken in overleg met het Militair Gezag ingesteld tijdelijk Centraal Bureau *  te Eindhoven. Na de bevrijding was het CBVO gevestigd te Den Haag.
De verhouding tussen de afdeling HO en het CBVO was als volgt:
Het CBVO verstrekte gevraagd en ongevraagd advies omtrent alle aangelegenheden liggende op het terrein van de afdeling HO.
De taken van het CBVO waren:
-
  • verzorging van de oorlogsslachtoffers, voor zover niet betrekking hebbend op de onder de ministeries van Handel, Nijverheid en Landbouwen van Financiën ressorterende regeling der materiële oorlogsschaden,
  • verzorging van gerepatrieerden uit Nederlands-Indië (officieel hoorde deze verzorging thuis onder het Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen)
Onder het CBVO ressorteerden de provinciale Bureaux Verzorging Oorlogsslachtoffers (PBVO), gevestigd in de hoofdsteden der provincies. *  Zij voerden de opdrachten van het CBVO uit en waren belast met het toezicht op en de zorg voor de inrichtingen en kampen in hun provincie, waarin oorlogsslachtoffers waren ondergebracht. De provinciale bureaus hielden toezicht op de uitvoering van de door het CBVO rechtstreeks aan de Districtsbureaux Verzorging Oorlogsslachtoffers (DBVO) verstrekte opdrachten.
Onder deze DBVO's ressorteerden de voornaamste overheidstaken met betrekking tot de verzorging van oorlogsslachtoffers. Zij waren gevestigd in gemeenten waar een Gewestelijk Arbeidsbureau was en werkten nauw samen met de burgemeesters van deze gemeenten.
In de loop van 1947 bleek het wenselijk te zijn met het oog op de ontwikkeling van de maatschappelijke zorg de werkzaamheden van de afdelingen Armwezen en HO te coördineren. De beide afdelingen werden opgeheven *  en met ingang van 1 januari 1948 werd de afdeling Maatschappelijke Zorg ingesteld. Dr. J.Th.A.H. van der Putten werd chef van de onderafdeling Maatschappelijke Zorg II, welke afdeling met de werkzaamheden van de voormalige afdeling HO werd belast.
In verband met de opheffing van de afdeling werd tegelijkertijd het CBVO geliquideerd *  en de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zorg ingesteld met ingang van 1 januari 1948. *  Deze dienst nam de werkzaamheden van het CBVO over.
Personeel afdeling Hulpverlening Oorlogsslachtoffers en Evacuatiezaken
  • Administrateur, chef der afdeling Dr. J.Th.A.H. van der Putten
  • Referendaris (met pers. titel van administrateur) J.M. Hardeman
  • Hoofdcommies J. Wondergem W.A.F. Kessler
  • Commies P.H.J. Bouman Mej. A.A. van Ginkel
  • Adjunct-commies P. de Winter
Geschiedenis van het archiefbeheer
Inhoud en structuur van het archief
2.04
Inhoud
Selectie en vernietiging
Verantwoording van de bewerking
Ordening van het archief
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Materiële beperkingen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Verwant materiaal
Beschikbaarheid van kopieën
Verwante archieven
Overzicht van geraadpleegde bronnen
Bijlagen
Organisatie en taken van het Centraal Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers (CVBO)
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
Kenmerken
Datering:
1939-1947
Ontstaan:
Deze digitale toegang is in 2006 vervaardigd door het Nationaal Archief op basis van de richtlijn Het gebruik van Encoded Archival Description op het Nationaal Archief versie 1.7.1 . Eindredactie: Otto van der Meij, 20070104.
Publicatie:
Nationaal Archief, Den Haag (c) 1986
Richtlijnen:
Deze toegang is vervaardigd met inachtneming van de volgende richtlijnen: Leidraad bij de lessen in het ordenen en beschrijven van archieven, geheel herziene editie, Stichting Archiefschool, 's-Gravenhage 1983 ; Lexicon der Nederlandse Archieftermen, Stichting Archiefpublikaties, 's-Gravenhage 1983 .
Taal:
This finding aid is written in Dutch .
Auteur:
Centrale Archiefselectiedienst, Winschoten
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS