Uw zoekacties: Regesten

Regesten ( Historisch Centrum Limburg, te Maastricht )

beacon
90 regesten
sorteren op:
 
 
Pagina: 9
 
 
Regesten
Regest
58 1498 mei 1
"Gegeven in den jair onss Heren duysent vierhondert acht ind tnegentich op sente Philips ind Jacobsdach apostolorum".

Karel hertog van Gelder en Gulik en graaf van Zutphen, verklaart de regeling te erkennen, die de ridderschap en steden van het Overkwartier gemaakt hebben voor de besteding van twee toegestane pondschattingen op te brengen door het Overkwartier en de voogdij Gelder, waarvan de ene gelicht zal worden op 11 november 1498 en waarvan 1/4 gebruikt wordt tot onderhoud van de soldaten te Erkelenz en de rest voor de door Roermond voor het kwartier gemaakte kosten. De tweede pondschatting zal op 11 november 1499 gelicht worden, waarvan de hertog vijfhonderd enkel Rijnse guldens krijgt en Roermond de rest
 
 
 
 
 
Regesten
Regest
57 1494 december 29
"Gegeven ... des maenendaeges nae den heyligen Kerstdaechs anno etc. nonagesimo quarto".

Karel, hertog van Gelder en Gulik en graaf van Zutphen, verklaart, dat hij Wilhem van Vryemerschem opgedragen heeft voor zijn zaken in het Overkwartier in het bijzonder in het ambt Montfort te zorgen tot behoud van de vlek (Montfort), bescherming van de onderdanen en overeenkomstig de afspraak met de ridderschap en steden van het Overkwartier. Na bevind van zaken moet hij de vesting Nieuwstadt afbreken of de poort aldaar versterken en eventueel de buiten Echt gelegen huizen afbreken
 
 
 
 
 
Regesten
Regest
56 1493 oktober 31
"In den jaere ons Heren duysent vierhondert drie ende tnegentich des donresdaiges op Allerhelligenavont".

Karel, hertog van Gelder en Gulik en graaf van Zutphen, verklaart, dat hij na overleg met de ridderschap en onderdanen van de Overbetuwe en de steden Arnhem en Nijmegen de privilleges van de Overbetuwe bevestigd heeft en regels over de rechtspleging en dijkschouw eraan heeft toegevoegd
 
 
 
 
 
Regesten
Regest
55 1493 juli 15
"Gegeven in 't jair onss Heren dusent vierhondert drye ende tnegentich des mannendaiges na sente Margrietendach".

Karel, hertog van Gelder en Gulik en graaf van Zutphen, verklaart de akten bezegeld door de hertogen Arnold en Adolf en zijn tante Catharina inzake pandschappen te erkennen, ieder land-, leen-, laat- en dijkrecht te laten geschieden en geen sloten, steden of versterkingen te verpanden of vervreemden zonder toestemming van de bannerheren en gedeputeerden van het Overkwartier.
Medebezegelaars: Reyner, heer te Broekhuizen, Evert van Wilp, ridder, Willem van Ghent en de stad Roermond