Heemse, den 5 april 1811 Vrederechter J.G. Pruim. Ondertrouwd op derzelver verzoek: Albert Hans , jongman, geboortig van - en woonächtigh te Aane, en Jennechien Beenen , jongedochter, mede te Aane gebooren en woonächtigh, onder adsistentie van haaren broeder Berend Beenen, als haaren verzochten mombaar. Ouders van de bruidegom: Jan Hans en Lutgertjen Jans. Ouders van de bruid: Egbert Beenen en Lubbechien Buuls.
1811, den 23 van Lentem(aand) Compareerden in ’t Vredegerecht des Kantons Hardenbergh, Jan Hermen Hamberg , jongman, geboortig van - en woonachtigh te Loozen, en Evertdiena Wichers , jongedochter, geboortig van den Ham, doch nu wonende te Baelder, beide meerderjarig en de laatstgem(elde) in dezen geadsisteerd met Evert Bruins, als haaren verzochten en geadmitteerden mombaar. Verzoekende beide eerste comparanten met elkanderen in ondertrouw te worden aangetekend; ’t welk nadat van ’t consent van derzelver respective in leven zijnde ouders gebleken was, is geaccordeerd. In fidem (bij absentie des Griffiers) J.G. Pruim (Vrederechter). Ouders van den bruidegom: Hermen Hamberg en Hendrica Hermsen. Ouers van de bruid: Lucas Wichers en Jennechien Willems. Heemse, den 11 april 1811. Scholtus J.G. Pruim. Keurn(ooten): Jan Haanenkamp en Klaas Olthuis. Na drie zondaagsche gedaane huwelijkschproclamatien, die onverhinderd afgelopen zijn, zijn opgem(elde) persoonen alhier in Judicio gecopuleerd.