001
Ambtsbestuur Nijkerk, 1680-1813
Inventaris
1. Inleiding 1.1. Bestuursinrichting van het ambt Nijkerk, (1413) ca. 1600-1813 1.1.3. De periode, 1795-1813 1.1.3.2. Richter, later schout, later maire, en hun superieuren
001 Ambtsbestuur Nijkerk, 1680-1813
De functie van schout werd in 1795 opgeheven. Hiervoor in de plaats kwam in juli 1795 een door de stemgerechtigde ingezetenen van het ambt gekozen richter. Deze richter, op de eerste plaats verantwoordelijk voor de handhaving van recht en orde in het ambt, woonde tevens de vergaderingen van de municipaliteit bij, waarin, in geval van staking der stemmen, zijn mening de doorslag gaf. * De richter maakte in november 1802 plaats voor de drost van Over-Veluwe en een aan hem ondergeschikte locale schout. Tot 1811 fungeerde de drost (sedert 1807: de baljuw) voortaan als voorzitter van de raad. * Op grond van de Franse gemeentewet werd de schout in juni 1811 vervangen door een maire, bijgestaan door twee adjunct-maires. De, door de keizer benoemde, maire stond onder gezag van de prefect van het departement van de Boven-IJssel en de onderprefect van het arrondissement Arnhem. Schout c.q. maire vormde in de periode 1802-1813 de spil van het locale bestuur. *
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||



