001
Ambtsbestuur Nijkerk, 1680-1813
Inventaris
1. Inleiding 1.1. Bestuursinrichting van het ambt Nijkerk, (1413) ca. 1600-1813 1.1.3. De periode, 1795-1813 1.1.3.1. Raad
001 Ambtsbestuur Nijkerk, 1680-1813
Nijkerk ging in 1795 als eerste Veluws schoutambt over tot de verkiezing van een nieuw bestuur. Op 1 februari werden, door een inderhaast gevormd "committé revolutionair", twaalf Nijkerkers als leden voor een "provisioneele municipaliteit" voorgedragen, welke de volgende dag als zodanig door de bijeengeroepen ingezetenen van het ambt werden gekozen. * Na de vaststelling in mei 1795 door het provinciaal bestuur van Gelderland van een (provisioneel) bestuursreglement voor het platteland van het kwartier van Veluwe, werden nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Op 17 juli wezen de stemgerechtigde Nijkerkse ingezetenen acht Nijkerkse geërfden voor een (definitieve) "municipaliteit" aan. * Na de radicale staatsgreep van januari 1798 in Den Haag werden de gewestelijke en locale besturen gereorganiseerd. Op 17 april werd door een commissie van het Intermediair administratief bestuur van het voormalig gewest Gelderland de gekozen municipaliteit van Nijkerk ontbonden en een "gecombineerd gemeentebestuur van Nijkerk, Putten en Hoevelaken" benoemd, bestaande uit vier Nijkerkers en één Puttenaar. * .
Vijf februari 1799 werd deze gedwongen vereniging met Putten en Hoevelaken door het Intermediair bestuur weer ongedaan gemaakt en een "gemeentebestuur van het ambt Nijkerk" (van vijf leden) ingesteld. * Op 17 november 1802 werd dit gemeentebestuur, op grond van de staatsregeling van 1801 en het definitieve bestuursreglement voor het departement Gelderland van 1802, wederom vervangen door een, door het departementaal bestuur benoemde, nieuwe raad ("gemeente-" oftewel "ambtsbestuur") van vijf leden. * Na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk werd het gemeentebestuur ontbonden en-op 14 augustus 1811-een "conseil municipal" oftewel "municipale raad" van (waarschijnlijk) 26, door de keizer benoemde, leden geïnstalleerd. *
De taken en bevoegdheden van de raad in de periode 1795-1798 verschilden niet wezenlijk van die van het voormalig college van ambtsjonkers. In 1798 verloor het locale bestuur echter haar zelfstandigheid en sedertdien verminderden de bevoegdheden van de raad gestaag. De municipale raad in de periode 1811-1813 was niet veel meer dan een raadgevend orgaan t.b.v. de maire. Slechts op het gebied van de opstelling van de jaarlijkse begroting, het afhoren van de jaarlijkse rekening en de heffing van locale belastingen had zij nog enige bevoegdheden.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||



