A  |  A  |  A
Uw zoekacties: Ambtsbestuur Nijkerk, 1680-1813
 001 Ambtsbestuur Nijkerk, 1680-1813 ( Gemeentearchief Nijkerk )
 
 
Zoek in deze archieftoegang
 
 
 
 
 
Inventaris
1. Inleiding
1.1. Bestuursinrichting van het ambt Nijkerk, (1413) ca. 1600-1813
1.1.1. Algemeen
001 Ambtsbestuur Nijkerk, 1680-1813
1. Inleiding
1.1. Bestuursinrichting van het ambt Nijkerk, (1413) ca. 1600-1813
1.1.1. Algemeen
Vindplaats:
Het "scholtampt" of kortweg "ampt" Nijkerk, de rechts- en bestuurskring waaruit de huidige burgerlijke gemeente van dezelfde naam is voortgekomen, werd in 1530 afgescheiden van het schoutambt Putten. *  Het ambt Nijkerk omvatte de vest Nijkerk, de omliggende tot de kerkelijke gemeente (het "kerspel") Nijkerk behorende buurschappen, en de buurschap Appel, wier ingezetenen nog tot in 1712 in Voorthuizen ter kerke gingen. *  De vest Nijkerk heeft aanvankelijk, op grond van haar stadsbrief van 1413, een afzonderlijke rechts- en bestuurskring gevormd. Omdat de Vest zich economisch en qua inwoneraantal niet tot een volwaardige stad ontwikkelde, is er echter nooit een schepenbank en stadsbestuur van de grond gekomen. * 
Civiele geschillen en lichte strafbare feiten werden in de Veluwse schoutambten berecht door een rondtrekkend Landgericht. Aanvankelijk hadden zowel adellijke als niet-adellijke Veluwse geërfden het recht zitting te nemen in dit Landgericht, wanneer "de bank werd gespannen" in een ambt waar zij grond bezaten. In 1532 werd echter aan de niet-adellijke geërfden definitief de deelname aan zittingen van deze "ommegaande" rechtbank ontzegd. Sedertdien wisten de adellijke geërfden tevens stap voor stap een machtspositie wat betreft het bestuur van de Veluwse schoutambten op te bouwen, culminerend in de vrijwel oligarchische ambtsjonkercolleges van de 17e en 18e eeuw. *  In het ambt Nijkerk diende het ambtsjonkercollege echter rekening te blijven houden met de belangen van de niet-adellijke ingezetenen ("de gemeente"), incidenteel in de vergaderingen van de ambtsjonkers vertegenwoordigd door de gemeenslieden. Deze gemeenslieden waren een relict van de half-stedelijke status van de Vest in de late Middeleeuwen. * 
Na de overwinning van het Franse revolutionaire leger op de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1794/95 werd het besloten Nijkerkse ambtsjonkercollege vervangen door een door de ingezetenen van het ambt gekozen raad. *  De invloed van de ingezetenen op de samenstelling van deze raad (waarvan de benaming enige malen wisselde) werd in de loop der jaren echter steeds minder, evenals de zeggenschap van de raad zelf inzake het plaatselijk bestuur. Meer en meer verschoof de bestuursmacht naar rijks- en departementaal niveau, terwijl locaal het bestuurlijk zwaartepunt bij de schout (sedert 1811: de maire) kwam te liggen.
Een door sommige historici aan koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) toegeschreven verheffing van Nijkerk tot stad heeft vrijwel zeker nooit plaats gevonden. *  Na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk werd Nijkerk in 1811 een "mairie"; plaatselijk bleef men echter tot in 1815 spreken van het "ampt" Nijkerk. Het locale bestuursstelsel bleef na de aftocht van de Fransen eind 1813 aanvankelijk vrijwel ongewijzigd, totdat op 2 januari 1816 het "Reglement voor de regering der steden van de provincie Gelderland" ook te Nijkerk in werking trad. Krachtens het reglement betreffende de samenstelling van de Provinciale Staten van Gelderland had Nijkerk echter reeds met ingang van 26 augustus 1814 de status van (stemhebbende) stad gekregen. * 
1.1.2. De periode, ca. 1600-1795
1.1.3. De periode, 1795-1813
2. Inventaris
3. Bijlagen
Kenmerken
Omvang:
8,5 m.
Soort toegang:
inventaris
Vindplaats:
Categorie: