Uw zoekacties: Rechtbank van koophandel te Groningen, 1812 - 1838
x699 Rechtbank van koophandel te Groningen, 1812 - 1838 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

699 Rechtbank van koophandel te Groningen, 1812 - 1838 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze archieftoegang
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
In 1811 werd, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk, de Franse rechterlijke organisatie hier ten lande ingevoerd *  .
Dit behelsde ook de introductie van de rechtbanken van koophandel, waarvan er een in Groningen werd gevestigd. De daadwerkelijke invoering van deze rechtbanken liet lang op zich wachten. De rechtbank van Groningen werd pas op 10 juli 1812 geïnstalleerd, de eerste zitting vond plaats op 14 juli 1812. Tot die tijd werd de taak van de rechtbank van koophandel waargenomen door de rechtbank van eerste aanleg te Groningen. Op 1 oktober 1838 trad de Wet op de Zamenstelling der Regterlijke Magt en het beleid der justitie, van 18 april 1827, in werking. De rechtbank van koophandel had geen plaats gekregen in deze nieuwe organisatie van de rechterlijke macht. De rechtbank van koophandel te Groningen werd toen dus opgeheven.
De rechtbank van koophandel bestond uit een president en een naar plaats variabel aantal leden, gerecruteerd uit de lokale koopliedenstand. Om tot lid van een rechtbank van koophandel benoemd te worden diende men tenminste 30 jaar oud te zijn en minimaal 5 jaar ervaring te hebben in de handel. De president moest minimaal 40 jaar oud zijn, en beschikken over enige ervaring als rechter bij een rechtbank. Hij werd, net als de overige leden van deze rechtbank voor 2 jaar aangesteld. Enige juridische scholing was dus niet vereist. Deze lekenrechters werden niet bezoldigd zodat deze rechtersfunctie, ook gezien de ambtstermijn van 2 jaar, een zware belasting vormde voor degenen die hem uitoefenden. Het werd in de loop der tijd dan ook steeds moeilijker om rechters te werven. Bij de rechtbank van koophandel was ook een griffier werkzaam. Hij beheerde de stukken van de rechtbank en notuleerde de zittingen van de rechtbank. Dit geschiedde onder supervisie van de president van de rechtbank.
De door de rechtbank van koophandel behandelde zaken waren in feite burgerlijke zaken. Voor de invoering van de Franse wetgeving was er alleen voor zeezaken een aparte rechtbank, en dan nog alleen in de grote steden. Na 1838 werd het onderscheid tussen gewone burgerlijke zaken en zaken van koophandel opgeheven. Wat waren nu zaken van koophandel? Om te beginnen oordeelden de rechtbanken van koophandel over alle daden van koophandel. Hier werd een onderscheid tussen subject en object gemaakt. Subjectief gezien betrof het alle geschillen tussen fabrikanten, handelaren en bankiers, voorzover het koophandel betrof.
Wanneer een fabrikant geld leende van een bankier om een huis te kopen was dit een privé aangelegenheid. Als hierover onenigheid ontstond kon men zich dus niet wenden tot de rechtbank van koophandel. Objectief gezien betrof het alle geschillen die voortkwamen uit de handel van waren, transport, fabrieksgewijze ondernemingen en dergelijke. Dit betekende dat ook niet- fabrikanten, handelaren en bankiers aan de jurisdictie van de rechtbank van koophandel waren onderworpen als zij als zodanig optraden. Verder behandelde de rechtbank zeezaken en failissementen.
De relatieve competentie *  van de rechtbank van koophandel was afhankelijk van de keuze van de eiser. Deze kon zich wenden tot de rechtbank van koophandel in de woonplaats van de gedaagde, of tot de rechtbank in het arrondissement waar de transactie had plaatsgevonden, of waar de betaling had plaatsgevonden. In zaken van faillissement was de woonplaats van degene die failliet ging doorslaggevend. In arrondissementen waar geen rechtbank van koophandel was gevestigd, oordeelde de rechtbank van eerste aanleg in zaken van koophandel.
De procedures bij de rechtbank van koophandel waren veel korter en eenvoudiger dan bij de andere rechtbanken. Bij het proces mocht geen gebruik gemaakt worden van procureurs. Alle geschillen tussen compagnons werden arbitraal afgedaan. De president van de rechtbank van koophandel verklaarde deze arbitrale vonnissen executoir. De zaken van faillissement bezorgden de rechtbank nog het meeste werk. De procedure voor dit soort zaken was vrij gecompliceerd *  . Van vonnissen gewezen in vorderingen boven de 1000 Franse Franken was hoger beroep mogelijk bij het Keizerlijk Gerechtshof, na 1813 Hooggerechtshof, in Den Haag.
Het archief van de rechtbank van koophandel te Groningen werd in 1923 *  geïnventariseerd door de toenmalige rijksarchivaris te Groningen Joosting. Het archief was in 1921 overgedragen door de rechtbank ingevolge het Koninklijk Besluit van 28 augustus 1919. Herinventarisatie bleek noodzakelijk om de toegang aan de eisen van deze tijd te laten voldoen. Er had een zekere vermenging met het archief van de rechtbank van eerste aanleg te Groningen plaatsgevonden.
De grootste serie in dit archief is de serie processtukken (inventarisnummers 34-81). Op deze serie bestaat geen toegang. Wel is deze serie naar jaar uitgesplitst. Een andere bron van informatie wordt gevormd door de serie vonnissen en uitspraken in zaken van arbitrage (inventarinummers 82- 87). De lijst van vonnisen en uitspraken in zaken van arbitrage (inventarisnummer 88) vormt een goede toegang op deze serie. In deze lijst vindt men onder andere de datum en het volgnummer van het vonnis of uitspraak. Dit volgnummer vindt men weer terug op de achterzijde van de vonnissen.
Inventaris
1. Algemeen
2. Organisatie
3. Rechtspraak
4. Griffie aangelegenheden
Kenmerken
Datering:
1812 - 1838
Beschrijving:
Inventaris van het archief van de rechtbank van koophandel te Groningen
Bewerker:
G.J. Willighagen
Laatste Publicatie:
1993
Omvang:
5,45 m standaardarchiefberging
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS