Uw zoekacties: Boerderij Athema, 1769 - 1960
x632 Boerderij Athema, 1769 - 1960 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

632 Boerderij Athema, 1769 - 1960 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze archieftoegang
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
De vanouds tot de boerderij Athema onder Stitswerd behorende landerijen hebben vóór de stad Groningen in 1594 toebehoord aan de Commanderij der Johanniter-orde te Warffum. Met de daarop volgende secularisatie van de kloostergoederen zijn zij overgegaan in het bezit van de Staten van Stad en Lande van Groningen.
De oudste vermelding van genoemde landerijen is gevonden in de “Rekeningen van de kloostergoederen” uit 1609 (Statenarchief inv. nr. 2310). Daarin lezen we dat Lippert Doeckens te Stitswerd gebruiker is van 100 jukken land, afkomstig van de Commanderij der Johanniter-orde te Warffum tegen betaling van een jaarlijkse huur van 90 caroli guldens.
In de rekening van 1610 staat vermeld dat hij de 100 jukken voor 6 jaar heeft gehuurd tegen jaarlijks 150 caroli guldens. Zijn huur was, als deze al is doorgegaan, wel van zeer korte duur, want in het “Staatsboek van de verhuringen der provincielanden” van 1608 – 1616 (Statenarchief inv. nr. 2659) vinden we opgetekend dat Derrick Jansen te Stitswerd de 100 jukken op gregorij (12 maart) 1610 voor 6 jaar heeft ingehuurd voor 100 dalers per jaar en daartoe een jaar huur als geschenk geeft. Daarop volgt dat Derrick Jacobs in 1616 de huur voor 6 jaar heeft overgenomen tegen dezelfde condities.
Een lijst van de (beklemde) meiers, die op Derck Jacobs volgen tot 1959, kon opgemaakt worden aan de hand van het “Groot Staatsboek van alle deser provincielanden en vaste goederen” over de jaren 1632 – 1719 (Statenarchief inv. nr. 2658), het “Notitieboek van alle provincielanden …” over de jaren 1721 – 1734 (Statenarchief inv. nr. 3166), het “Tabellarisch overzicht van de betalingen der jaarlijkse huren der provincielanden” over de jaren 1748 – 1758 (Statenarchief inv. nr. 3169) en het onderhavige archief van de boerderij Athema over de jaren 1769 – 1960 (zie Bijlage I).
Uit deze archieven konden tevens worden gedestilleerd overzichten van de eigenaars van het (beklemde) land tot 1960 (zie Bijlage II), van de achtereenvolgens jaarlijks door de meiers aan de eigenaars verschuldigde huren over de periode 1609 – 1959 (zie Bijlage III) en van de verkopingen van de eigendom van het beklemde land, 1769 – 1960, en van de boerderij met de beklemming van het land, 1800 – 1928 (zie bijlage IV).
Daaruit zien we dat de eigenaren van het (beklemde) land tot een geheel andere categorie behoren dan de meiers. De opeenvolgende eigenaren zijn o.m. een klooster, de Staten van Groningen, een raadsheer, een luitenant-kolonel, een gezworene, een jurist, ja, ook één landbouwer en een fabrikant. De meiers daarentegen zijn vrijwel allen landbouwer en bewoner van de boerderij. Daarin komt evenwel in 1928 een kentering als leden van de fabrikantenfamilies Scholten, Oving en De Muinck Keizer beklemde meiers worden. Zij oefenen het boerenbedrijf niet uit, wonen elders en verhuren de boerderij aan landbouwers.
De jaarlijkse huren blijken gemiddeld niet aan grote fluctueringen onderhevig te zijn geweest. Tussen 1681 en 1773 is er echter een inzinking met dieptepunten in de jaren 1691 – 1698 en 1716 – 1719. De Sint Maartensvloed van 1686, die voornamelijk Hunsingo en Fivelingo overspoelde, en de veepest in 1715 en volgende jaren, gevolgd door de Kerstvloed van 1717 en een nieuw hoogtepunt in de runderpest van 1744 – 1749 zijn ongetwijfeld van invloed daarop geweest.
In 1773 worden nieuwe beklemmingscondities aangegaan, waarbij we als bijzonderheid zien dat aan de van 193 tot 200 caroli guldens verhoogde vaste huursom in natura wordt toegevoegd “een kinnigien beste rode boter, in de maand september jaarlijks te maken en te leveren”. Deze toevoeging is van kracht gebleven tot de hernieuwing van de beklemcondidies van 1874 (inv. nr. 6 jo 13). Uit de akte van verkoop van de boerderij in 1844 (inv. nr. 6) blijkt tevens dat de vaste huursom op midwinter (25 december) moest worden meegebracht.
Een nadere beschrijving van de boerderij wordt gegeven in de akten van 21 april 1800 en 15 januari 1844 (inv. nrs. 5 en 6). In de eerste akte wordt melding gemaakt van een boerenplaats, bestaande uit een binnenhuis, keuken, karnhuis, achterhuis en Groninger schuur, met hof en tuin, en de beklemming van 96 grazen en 35 roeden groen- en bouwland; in de tweede van een kapitale boerenplaats, bestaande uit een boerenbehuizing en schuur, getekend nr. 29, met de vaste beklemming van 51.99.90 hectare “groen- en bouwland” volgt dat het hier gaat om een gemengd en landbouwbedrijf. Het adres van de boerderij wordt in de stukken sinds 1844 aangegeven als (Stitswerd) nr. 29. Thans is het Knolweg 8, Stitswerd.
In 1609 bedraagt de oppervlakte van de verhuurde landerijen 100 jukken. In 1659 wordt uitdrukkelijk vermeld dat de 100 jukken “nae de nieuwe mate” groot zijn 96½ grazen en 35 roeden. In 1844 wordt de oppervlakte aangegeven als 52.13.83 hectare, welke zo blijft tot 1960.
Het overzicht van de verkopingen van het beklemde land en van de boerderij met beklemming van het land in Bijlage IV geeft anderzijds een duidelijk verschil aan tussen de waarde van beide categorieën en anderzijds een stijging van de prijzen. De verkoopprijzen van de eerste categorie liepen van 1769 tot 1960 slechts flauw op van 5.550 caroli guldens, via 7.166 caroli guldens in 1788, 10.000 guldens in 1882, tot 19.725 gulden in 1960. Die van de boerderij met de beklemming van de landerijen echter van 1800 tot 1928 van 6.526 gulden tot 102.500 gulden.
Aan het eind van dit verhaal over de boerderij, haar landerijen, eigenaars en bewoners, dient nog opgemerkt te worden dat de naam Athema, welke de boerderij blijkens de titel van deze inventaris draagt, waarschijnlijk pas van jonge datum is. Zij wordt voor het eerst vermeld op het huurboekje, dat loopt over de jaren 1882 – 1959 (inv. nr. 19).
Het archief, bestaande uit 5 charters, 17 stukken en 1 deeltje, is in 1974 door ir. H.E. de Muinck Keizer overhandigd aan de Rijksarchivaris in Groningen ter bewaring in het Rijksarchief aldaar en geboekt als aanwinst nr. 30/1974.
Inventaris
Kenmerken
Beschrijving:
Archief van de boerderij Athema en haar bewoners te Stitswerd
Bewerker:
J.H. de Vey Mestdagh
Laatste Publicatie:
1977
Behoort tot collectie:
Rijk
Omvang:
0,2 m standaardarchiefberging
Vindplaats:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS