Uw zoekacties: G.E. Schuiringa, 1720 - 1957
x613 G.E. Schuiringa, 1720 - 1957 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

613 G.E. Schuiringa, 1720 - 1957 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
G.E. Schuiringa stamt uit een boerengeslacht. Grootvader Kornelis bouwt in de jaren 1887 - 1889 op het terrein bij Noordhorn dat hij al in de vijftiger jaren kocht een nieuwe boerderij. Later koopt hij er een boerderij bij in de Ruigezandsterpolder. Van zijn vier zoons sterft Jacob op jonge leeftijd, wordt Jacobus dominee, terwijl Albert en Klaas landbouwer wensen te blijven.
Waarschijnlijk na de dood van hun vader in januari 1879 loten de beide broers om de boerderijen: Albert krijgt de boerderij bij Noordhorn. Klaas die in de Ruigezandsterpolder.
Albert huwt vijfentwintig jaar oud op 21 mei 1879 Anna Kamstra. Het echtpaar krijgt drie zoons: Kornelis (geboren in 1880 en overleden in 1897), Gaaike Egbert (geboren in 1886 en overleden in 1958) en Jakob Jacobus Klaas (geboren in 1889 en overleden in 1957).
In 1897, elf jaar na de geboorte van Gaaike, sterven zijn moeder en oudere broer aan tbc. Dan komt er een huishoudster in huis bij Albert en zijn twee overgebleven zoons.
Na het huwelijk van Jakob in 1916 blijven zijn vader, broer en de huishoudster bij het jonge echtpaar inwonen, totdat in 1919 het huis De Gast A448 te Zuidhorn gekocht wordt, waarin het drietal dan zijn intrek neemt.
Als in 1930 de huishoudster overlijdt, blijft Gaaike alleen in huis over; zijn vader is al in 1924 gestorven.
In 1931 trouwt Gaaike met Aaltje Ietine van der Veen. Het echtpaar blijft kinderloos. Samen wonen ze in Zuidhorn tot Schuiringa in 1958 sterft. Zijn vrouw verhuist in 1971 naar het bejaardentehuis De Eiberhof in Zuidhorn, waar ze in april 1975 is overleden.
Gaaike bezocht in Groningen het gymnasium, waar hij vijf klassen doorliep. Daarna volgde hij bij Heidema lessen aan de Rijkslandbouwwinterschool (RLWS). Van 1914 tot 1919 was hij secretaris van de Vereeniging van Oud-Leerlingen van de RLWS te Groningen; van 1916 tot 1918 vertegenwoordiger van genoemde vereniging in het hoofdbestuur van de Groninger Landbouwbond; van 1922 tot 1954 lid en vele jaren secretaris van de commissie van toezicht op de RLWS in Groningen. Daarnaast was hij van 1919 tot 1922 lid van het dagelijks bestuur van de Groninger Maatschappij van Landbouw.
Gaaikes vader, Albert Kornelis Schuiringa, was van 1894 tot 1919 lid van de Provinciale Staten, van 1915 tot 1924 voorzitter van het waterschap Westerkwartier en medeoprichter van het waterschap Electra. Van zijn zoons was Gaaike degene die de belangstelling van zijn vader voor waterstaatszaken erfde.
Na de verhuizing in 1919 van de boerderij naar Zuidhorn deden de beide broers formeel samen de boerderij, maar in de praktijk nam Jakob het grootste deel van de werkzaamheden voor zijn rekening. Gaaike verdiepte zich in de materie van de waterbeheersing en volgde in 1924 zijn vader op als voorzitter van het waterschap Westerkwartier, welke functie hij tot 1954 bekleedde.
Van 1930 tot 1954 was hij voorzitter van het waterschap Electra en gedurende dezelfde periode voorzitter van de Groninger Waterschapsbond. Lid van het bestuur van de Unie van Waterschapsbonden in Nederland was hij van 1927 tot 1954.
Naast zijn activiteiten op waterstaatkundig terrein had G.E. Schuiringa nog andere werkzaamheden. Zo was hij rentmeester van de familie Geertsema; verder werd hij in de loop der jaren een deskundige in het taxeren van landbouwgronden en boerenbehuizingen, de reden waarom hij meermalen daartoe werd aangezocht.
Vermeld dient te worden dat de genoemde functies Schuiringa financieel niet veel opleverden. De voorzitterschappen van de waterschappen waren eigenlijk voor een groot deel erefuncties. Voor zijn rentmeesterschap kreeg Schuiringa wel onkostenvergoeding en in de jaren dertig moest hij van de familie Schuiringa maar een mooie auto kopen voor de respresentatie, maar een inkomen had hij ook niet van. Het taxateurschap leverde hen enkele keren wel wat op, vooral de opdracht van het rijk in verband met de aanleg van Rijksweg 39.
Echter, zonder de inkomsten uit de boerderij kon Schuiringa het niet stellen.
Het waterschap Westerkwartier is een boezemwaterschap, wat inhoudt dat het tot taak heeft de boezem te beheren van vrijwel heel westelijk Groningen. Het waterschap is opgericht bij Statenbesluit van 19 juli 1861 *  ; het reglement werd vastgesteld op 22 juli 1863 *  . Het waterschap beslaat het gebied van de vroegere zijlvestenijen het Aduarderzijlvest en het Kommerzijlvest.
Het bestuur bestaat uit het hoofdbestuur -de voorzitters van de acht onderdelen van het waterschap samen met de algemeen voorzitter-, de gecommitteerden uit het hoofdbestuur ofwel het dagelijks bestuur -vier voorzitters van onderdelen samen met de algemeen voorzitter- en de onderdeelsbesturen, die alle uit drie leden bestaan *  .
Het waterschap Electra is een bemalingswaterschap; het heeft tot taak de bemaling van de gronden van de waterschappen Hunsingo, Westerkwartier en Reitdiep, en doet dit door middel van de aanleg, het onderhoud en de bediening van een watergemaal en bijbehorende werken.
Het reglement is vastgesteld bij Statenbesluit van 15 juli 1913 *  en in werking getreden op 15 juni 1915 *  .
Het bestuur bestaat uit vijf leden: twee benoemd door en uit het hoofdbestuur van het waterschap Hunsingo, twee door en uit het hoofdbestuur van het waterschap Westerkwartier en één uit en door het hoofdbestuur van het waterschap Reitdiep *  .
Op 24 maart 1925 werd opgericht een bond voor waterschappen in de provincie Groningen, in de wandeling genoemd de Groninger Waterschapsbond, terwijl in 1927 de Unie van Waterschapsbonden in Nederland met als zetel Den Haag tot stand kwam *  .
De Vereeniging de Groninger Waterschapsbond -goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 29 augustus 1925- heeft ten doel de behartiging van waterschapsbelangen in de provincie Groningen. Ze tracht dit doel te bereiken door het houden van vergaderingen en het doen van voordrachten, het doen uitgeven of steunen of bevorderen van de uitgifte van een orgaan, het verstrekken van inlichtingen en het geven van kosteloos advies aan haar leden, het indienen van verzoekschriften aan hen die met gezag in waterschapsaangelegenheden zijn bekleed, alle andere wettige middelen welke zullen blijken bevorderlijk te zijn ter bereiking van het gestelde doel *  .
Het bestuur bestaat uit zeven leden.
Toen de weduwe van G.E. Schuiringa in 1971 het huis aan De Gast verliet, droeg de neef en naamgenoot van haar man zorg voor de achtergebleven papieren. De heren J.H. de Vey Mestdagh en J. Meinema van het Rijksarchief in Groningen brachten op diens verzoek een bezoek aan Zuidhorn om het waardevolle materiaal gereed te maken voor overbrenging naar het Rijksarchief te Groningen. En zo schonk op 28 september 1971 G.E. Schuiringa te Noordhorn het Rijksarchief te Groningen wat geboekt staat als "zakelijk gedeelte van het archief Geertsema, afkomstig van de rentmeester G.E. Schuiringa te Zuidhorn, 1600 - 1958" *  .
In 1973 vervaardigde P.W. Sijncke de "Inventaris van het familiearchief Geertsema (1534) 1631-ca. 1930" *  ; het hierin beschreven archief was in 1957 door C.C. Geertsema te Soestdijk aan het Rijksarchief in Groningen geschonken.
In het voorjaar van 1974 maakte P.W. Sijncke een deel van de genoemde schenking van 1971 een "Supplementinventaris bij het familiearchief Geertsema, 1748 - 1915" *  .
Eveneens in 1974 stelde hij samen een voorlopige inventaris van het zakelijk gedeelte van het familiearchief Geertsema, 1600 - 1958 *  .
In de voor u liggende inventaris is beschreven het restant van de bescheiden van de schenking van 1971. Hierin treffen we aan stukken opgemaakt en ontvangen door G.E. Schuiringa in zijn functie als taxateur, als voorzitter van het waterschap Westerkwartier, als voorzitter van het waterschap Electra, en als voorzitter van de Groninger Waterschapsbond; verder zijn beschreven de teksten van een aantal lezingen en een kleine bibliotheek. Voortvloeiend uit zijn activiteiten ten aanzien van de RLWS, de Groninger Maatschappij van Landbouw en de Unie van Waterschapsbonden in Nederland treffen we geen bescheiden aan.
Schuiringa vormde een colletie boeken, artikelen en rapporten op waterstaatkundig gebied, waarvan een gedeelte is aangetroffen. Evenals het persoonlijke gedeelte van het archief van de heer G.E. Schuiringa sr. zal ook het merendeel van deze collectie nog bij diens gelijknamige neef berusten.
In deze inventaris zijn beschreven onder 2 archiefbescheiden, onder 3 lezingen en onder 4 boeken en artikelen.
Onder het kopje "Stukken betreffende diverse hoedanigheden" (IC) vindt men die archiefbescheiden beschreven, waarvan niet vastgesteld kon worden op grond van welke hoedanigheid Schuiringa ze opmaakte of ontving; voor de aangetroffen kaarten houdt dit in dat slechts die kaarten beschreven konden worden onder de kopjes Westerkwartier en Electra, waarvan met zekerheid de bestemming was vast te stellen; dit was met een minderheid het geval, zodat het merendeel is beschreven onder het kopje "Stukken betreffende diverse hoedanigheden".
Bij onderzoek is het raadzaam naast de in deze inventaris beschreven bescheiden ook te raadplegen de archieven van de waterschappen Westerkwartier en Electra en het archief van de provincie Groningen.
Het meest belangwekkende van de papieren aangetroffen bij G.E. Schuiringa zijn de teksten van de lezingen, die vele facetten van het waterschapswezen, en in bijzonder dat van Groningen, uitvoerig belichten.
Inventaris
Kenmerken
Beschrijving:
Inventaris van de papieren van G.E. Schuiringa als taxateur en bestuurder
Bewerker:
J. Prins
Laatste Publicatie:
1975
Behoort tot collectie:
Rijk
Omvang:
1,4 m standaardarchiefberging
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS