Uw zoekacties: C. Reyntjes, 1786 - 1841
x607 C. Reyntjes, 1786 - 1841 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

607 C. Reyntjes, 1786 - 1841 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze archieftoegang
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
In 1938 verwierf het Rijksarchief te Groningen van dr. G.M. Reyntjes te Groningen een aantal stukken die afkomstig waren van Cornelis Reyntjes (V.R.O.A. 1938 blz. 101). Laatstgenoemde was beheerder van de boedel van de familie Van Dedem. Johanna Philippa Van Dedem, haar eerste man Arent Sloet, haar tweede man Willem de Lille en één van haar kinderen uit haar eerste huwelijk, woonden op Huize Ter Heyl onder Leek.
In 1950 verwierf het rijksarchief nog een kasboek van Cornelis Reyntjes door aankoop (A.W. 1950 nr. 12). Dit kasboek werd bij de stukken uit 1938 geplaatst. Cornelis Reyntjes was rentmeester op huize Ter Heyl en trad op als gemachtigde voor de familie Sloet-Van Dedem. Daarnaast was hij negotiant te Leek, hij had een manufacturenzaak, en vervener *  . Het kasboek dat in 1950 werd aangekocht, behoort tot zijn eigen archief *  .
Het archief valt derhalve in twee delen uiteen: enerzijds stukken die Cornelis Reyntjes persoonlijk heeft ontvangen of opgemaakt, anderzijds stukken die hij in functie heeft ontvangen of opgemaakt. Deze laatste categorie beslaat verreweg het grootste gedeelte van het archief. Bovendien bevat het archief enkele stukken die door Reyntjes ontvangen werden in zijn functie van lid van de “Commissie tot leniging der door de veenbrand van 11 en 12 juni 1833 ongelukkig geworden ingezetenen van de provincie Groningen” *  .
Ter Heyl of De Helle was oorspronkelijk een uithof van het klooster Aduard, vanwaaruit de monniken turf groeven. Godefridus, abt van Aduard, liet er omstreeks 1545 een kasteelachtige buitenplaats bouwen, die de abten van het klooster Aduard tot buitenverblijf diende *  . Na de secularisatie kwam huize Ter Heyl aan de Staten van de provincie Groningen.
Caspar van Ewsum van de Nienoord, drost van Drenthe, kocht in het begin van de 17e eeuw Ter Heyl. Wegens de verdiensten van Van Ewsum verhieven de Staten van Groningen op 14 februari 1623 Ter Heyl tot havezate *  . Ter Heyl lag in Drenthe, in het dingspel Noordeveld *  ), maar de eigenaren waren geen Drenten. Daarom was de havezate niet gerechtigd om in de Ridderschap van Drenthe beschreven te worden, de bezitters van Ter Heyl waren niet riddermatig *  .
Door het huwelijk van de kleindochter van Caspar van Ewsum kwam Ter Heyl met de Nienoord aan de familie Van In- en Kniphuisen. De havezate raakte in verval.
Uit het protocol van de etstoel van Drenthe van 23 november 1790 *  blijkt dat huize Ter Heyl op 17 november 1783 uit de nalatenschap van Van In- en Kniphuisen verkocht was aan Arent Sloet, drost van Salland. Bij de scheiding en deling van de bezittingen van de huizen Ter Heyl en Nienoord in 1784 bleek, dat het huis Ter Heyl totaal vervallen was *  . Arent Sloet was in 1786 overleden en zijn weduwe, Johanna Philippa van Dedem, hertrouwde in 1789 met Willem de Lille. Hij liet Ter Heyl weer in oude staat brengen. De kosten van de verbetering beliepen ƒ 80.400,--. In de jaren hierna beleefde de afvoer van turf en baggel zijn grootste bloei. De opbrengsten waren echter bij lange na niet voldoende om de hoge uitgaven voor het huis te dekken, bovendien eiste het huis constant onderhoud. De kapitalen van de huizen Ter Heyl en Nienoord slonken en de eigenaren moesten met hun privé-geld bijspringen *  ).
Tussen 1803 en 1805 lieten de eigenaren van Ter Heyl een kanaal graven en 3 watermolens plaatsen, om het water althans boven het 1e vallaat te brengen. Door het steeds verder afgraven van veen en het daarna vormen van weide was de toeloop van water namelijk minder geworden, waardoor zomers de kanalen en wijken en ook de Hoofdvaart droogvielen, zodat er geen vervoer van turf mogelijk was. De kosten van het graven van het kanaal en het plaatsen van de molens beliepen ƒ 34.629,-- *  ).
Toch bleek ook hiermee de eigenaren van Ter Heyl niet het constante genot van hun kapitaal te kunnen worden verzekerd, want in 1806 was er al weer een tekort van ƒ 1.500,--.
In 1815 overleed Johanna Philippa van Dedem. Willem de Lille was reeds in 1815 overleden. Catharina Christina Sloet, dochter uit het eerste huwelijk van Johanna Philippa, werd vrouwe van Ter Heyl *  . De bezittingen van het huis Ter Heyl vererfden op haar en haar 5 broers en zusters. Reyntjes beheerde de goederen. Catharina was in 1790 getrouwd met Borchard F.W. van Westerholt. In 1816 waren de tekorten zo hoog opgelopen, dat de eigenaren van Ter Heyl de helft van de verlaten en de watermolens, die nog nagenoeg nieuw waren, verkochten. Dit bracht slechts ƒ 15.460,-- op *  ). Nu begint de grote uitverkoop van de landerijen, veen- en veldgronden, zoals ook uit de inventaris blijkt *  .
In 1833 waren verlaten en watermolens totaal verouderd en vroegen veel onderhoud, wat hoge kosten met zich meebracht. De venen waren praktisch geheel afgegraven en verbaggeld. De opbrengst van wat er nog te vervenen over was, was bij lange na niet voldoende om in het onderhoud van de eigenaren van Ter Heyl te voorzien. Over 30 of 40 jaar zou er geen turf meer zijn om de inwoners van Leek van brandstof te voorzien, voorspelde Reyntjes circa 1840 *  ). In 1844 bezat Ter Heyl nog 300 bunder aan landerijen *  ). In 1852 overleed Borchard Westerholt. Zijn erfgenamen verkochten Ter Heyl en het werd gesloopt.
Aan de inventaris is een beknopte genealogie van de familie Van Dedem toegevoegd en een index op geografische en op persoonsnamen.
Literatuur

Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek 1844.
Drentse Volksalmanak 1891 blz. 211.
Maandblad De Nederlandse Leeuw 1916.
Nederlands Adelboek 15e jaargang 1917.
De Wapenheraut 16e/17e jaargang 1912/1913.
Inventaris
1 Persoonlijk
2 In functie
Kenmerken
Datering:
1786 - 1841
Beschrijving:
Inventaris van het archief van Cornelis Reyntjes te Leek als persoon, als beheerder van de boedel van de familie Van Dedem op huize Ter Heyl onder Leek en als lid van de Commissie tot leniging der door de veenbrand van 11 en 12 juni 1833 ongelukkig geworden ingezetenen van de provincie Groningen
Bewerker:
J. Ellerbroek-Wellinga
Laatste Publicatie:
1981
Omvang:
0,48 m standaardarchiefberging
Vindplaats:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS