Uw zoekacties: Fonds van hoogleraren , 1843 - 1950
x48 Fonds van hoogleraren , 1843 - 1950 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

48 Fonds van hoogleraren , 1843 - 1950 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze archieftoegang
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Toen in 1843 de rijksgelden voor de prijsvragen en voor de beurzen van veelbelovende, maar onvermogende studenten geheel werden ingetrokken, waren er te Groningen geen fondsen aanwezig om daaruit deze instellingen voortaan te kunnen financieren. Derhalve kwamen enkele "vrienden" van de hogeschool tot de gedachte een fonds te stichten, welks doel zou zijn "geleerdheid" aan te moedigen op een wijze als de hoogleraren nuttige zouden achten. Dit plan werd verwezenlijkt, nog hetzelfde jaar, door de inrichting van het "Fonds van de hoogleeraren te Groningen ter aanmoediging van geleerdheid", waarvoor terstond een reglement werd opgesteld. De grondslag ervan was een kleine som gelds, bijeengebracht uit de in de vergaderingen der professoren valllende boeten enz., het zg. peculium of de rectorskas. Als inkomen zou dit fonds, behalve de renten, krijgen: 1. de in de senaat valllende boeten der hoogleraren; 2. het tiende gedeelte van de inschrijvingsgelden der studenten bij een rector magnificus (kwam tevoren aan het peculium); 3. de door een nieuwbenoemde hoogleraar op de dag dat hij zitting neemt in de senaat bij te dragen som van fl. 20,-; 4. fl. 20,- van iedere hoogleraar van vast tractement of het ontvangen van een legaat of erfenis (niet in de rechte lijn en niet minder bedragende dan fl. 500,-); 5. giften en legaten.
Tot het voeren van de administratie van het fonds moesten de hoogleraren drie uit hun midden benoemen, de latere commissie van beheer, om jaarlijks verslag van de staat van het fonds te doen, alsmede een preadvies uit te brengen over het gebruik van het fonds in het volgende jaar.
Na het houden van de vergadering van de academische senaat op 14 maart 1853 ging men over tot beraadslaging over het fonds van hoogleraren, hetwelk voortaan, zoals thans werd besloten, een bijzondere zaak der hoogleraren en niet van de senaat zou zijn. In dit jaar kwam een nieuw reglement tot stand, terwijl men besloot ook een reglement op de wijze van het begeven der beurzen vast te stellen. De naam van het fonds werd nu "Fonds der hoogleeraren in Groningen ter bevordering van studie aan de hoogeschool". Het nieuwe reglement bevat meer artikelen dan het oude; art. 6 ervan bepaalt dat het "blijvend fonds" niet mag worden aangetast en ieder jaar vermeerderd moet worden met tenminste 10% van de inkomsten van het vorige jaar; art. 7 geeft aanwijzing hoe de inkomsten kunnen worden besteed nl. voor het verlenen van beurzen, het geven van aanmoedigingen en het aankopen van boeken voor de academische boekerij alsmede het verschaffen van materiële hulp voor het onderwijs aan de hoogeschool.
In de vergadering der leden van het fonds van 27 januari 1854 werd het reglement op het begeven van beurzen vastgesteld.
De financiële toestand van het fonds werd bedenkelijk toen bij de invoering van de wet op het H.O. van 1876 niet langer 1/10 van de inschrijvingsgelden bij de rector er aan ten deel viel, terwijl eveneens de rectorskas was afgeschaft. In verband hiermede werd wederom het reglement gewijzigd en in de vergadering van 14 maart 1879 opnieuw vastgesteld. Mede door jaarlijkse bijdragen van fl. 5,- van in het hoger onderwijs belangstellende personen werd nu getracht de kas enigszins te vullen. Intussen had het professorenfonds, evenals vele andere instellingen, inkomsten gekregen uit het legaat van Swinderen (prof. mr. Theodorus van Swinderen overleden 1851), waarvan de giftbrief is gedateerd 22 april 1850.
In de vergadering van 25 december 1892 werd besloten het professorenfonds op te heffen en zijn bezittingen in te brengen in een op te richten Universiteitsfonds. Dit laatste fonds zou behalve over de bovengenoemde gelden, tevens de beschikking krijgen over die van het "Fonds ter ondersteuning van onvermogende studenten aan de Groningsche universiteit", in het leven geroepen door de vereniging van burgemeesters in de provincie Groningen (reglement van dit fonds vastgesteld den 29 Oct. 1878). Echter bleek het de commissie van beheer van het professorenfonds weldra, dat bij deze handeling, het overbrengen van de bezittingen van het professorenfonds naar het universiteitsfonds, de inkomsten uit het van Swinderen-legaat verloren zouden gaan. Tot kering van deze dreiging zag de commissie zich verplicht de leden van het professorenfonds in de vergadering van 10 januari d.o.v. voor te stellen het besluit tot opheffing niet uit te voeren, maar de inkomsten van het fonds, onder bepaalde voorwaarden, aan het universiteitsfonds over te dragen voor het tijdvak gedurende hetwelk het professorenfonds zou bestaan. Hiertoe werd besloten; het professorenfonds kwam weer tot leven; zijn taak bestaat thans evenwel slechts in het jaarlijks financieel steunen van het Universiteitsfonds.
Inventaris
1. Fonds van hoogleraren
2. Commissie van beheer
Kenmerken
Datering:
1843 - 1950
Beschrijving:
Inventaris der archieven van den senaat, de faculteiten en het college van curatoren der Groningsche universiteit: Fonds van hoogleraren
Bewerker:
H.M. Mensonides en A.T. Schuitema Meyer
Laatste Publicatie:
1947
Omvang:
0,13 m standaardarchiefberging
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS