Uw zoekacties: Noordelijk Evangelisch Zendingsfeest , 1871 - 1936
x441 Noordelijk Evangelisch Zendingsfeest , 1871 - 1936 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

441 Noordelijk Evangelisch Zendingsfeest , 1871 - 1936 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Enkele 'zendingsvrienden', leden van hervormde, waalse en gereformeerde gemeenten in Groningen, Friesland en Drenthe, vatten in 1871 het plan op voor de drie noordelijke provincies een zendingsfeest te organiseren 'in navolging der feesten in het midden van ons land sedert tal van jaren gevierd' - met name door het Christelijk Nationaal Zendingsfeest sinds 1863 -, die wegens de afstand voor de inwoners van deze provincies moeilijk te bezoeken waren. Op 8 juni 1871 kwamen deze 'zendingsvrienden' onder leiding van ds. E. César Segers, waals predikant te Groningen, voor het eerst te Groningen bijeen. Besproken werd het plan een zendingsfeest in het bos van de Fraeylemaborg te Slochteren te houden. Tijdens deze vergadering is een 'hoofdcommissie', waarin de initiatiefnemers zitting namen, 'geconstitueerd'.
Op de tweede vergadering, op 12 juli 1871, is besloten het eerste zendingsfeest niet te Slochteren, maar op 30 augustus van dat jaar te Assen te houden. De 'hoofdcommissie' wordt in de notulen van deze vergadering genoemd 'de commissie van het zendingsfeest in de noordelijke provinciën'. De notulen van de vergadering van 3 april 1872 spreken echter van de 'hoofdcommissie van het noordelijk evangelisch-zendingsfeest'. Een dagelijks bestuur - aanvankelijk 'spoedcommissie' of 'uitvoerende commissie' geheten -, bestaande uit de voorzitter, de vice-voorzitter, de secretaris en de penningmeester, is 10 juli 1873 ingesteld. De arbeid van deze commissie en een rooster van aftreding werden vastgesteld. De correspondentie 'ad hoc' zou door ieder lid persoonlijk worden gevoerd; na uitgebracht rapport ter vergadering dienden de stukken 'voor de notulen en het archief' aan de secretaris te worden ter hand gesteld.
Bij koninklijk besluit van 14 maart 1876 nr. 31 verkreeg de 'hoofdcommissie' als vereniging goedkeuring van statuten en daarmee rechtspersoonlijkheid. Haar naam werd daarbij vastgelegd als 'Vereeniging ter voorbereiding en leiding van het noordelijk evangelisch zendingsfeest' - altijd kortweg aangeduid als 'Noordelijk Evangelisch Zendingsfeest'.
Het aantal leden van de vereniging wisselde in de loop van de jaren. In 1873 (10 november) is vastgesteld, dat het aantal leden van de 'hoofdcommissie' minstens veertien moest bedragen, de statuten van de vereniging van 1876 spreken van minstens twaalf leden. Als leden werden in 1876 aangemerkt de ondertekenaars van de statuten en zij, die later door dezen met meerderheid van stemmen als zodanig zouden worden gekozen.
In 1887 (3 maart) bepaalde men - 'uitgaande van het beginsel van volkomene gelijkstelling der Nederlandsche Hervormde en Christelijk Gereformeerde Kerk' -, dat de 'hoofdcommissie' steeds uit een gelijk getal leden uit beide kerken zou bestaan, waarbij gezorgd diende te worden, dat het aantal predikanten van weerszijden gelijk was; voordrachten tot benoeming van leden dienden door de leden van die kerk, uit welker leden een kandidaat moest worden gekozen, te worden gedaan. Het volgende jaar (16 februari 1888) besloot men 'voorloopig' het aantal leden van de 'hoofdcommissie' op twaalf te bepalen, ' met dien verstande dat van weerszijde zoo van de herv. als chr. gereform. zijde het aantal predikanten en gewone leden' gelijk zou zijn.
Nadat in 1901 een poging tot wijziging van de statuten was mislukt, zijn bij koninklijk besluit van 15 augustus 1906 nr. 46 de statuten van de vereniging, die nu officieel de naam 'Noordelijk Evangelisch Zendingsfeest' kreeg, opnieuw vastgesteld. Bepaald werd, dat de vereniging uit minstens acht personen diende te bestaan, van wie de helft tot de Nederlandse Hervormde Kerk en de helft tot de Gereformeerde Kerken in Nederland zou behoren.
De onkosten van het eerste zendingsfeest waren bij gebrek aan gelden en inkomsten door de leden van de 'hoofdcommissie' gegarandeerd, 'nemende zij op zich het eventueel te kort pondspondsgewijze te dragen'. Sinds het eerste zendingsfeest bestonden de inkomsten van de vereniging uit de opbrengst van de verkoop van programma's van de zendingsfeesten en van collecten, alsmede uit schenkingen en legaten. Al deze gelden werden aangewend voor het doel, dat de vereniging zich blijkens de statuten van 1876 had gesteld: ' het organiseeren en leiden van zendingsfeesten in Nederland', en dan wel in het bijzonder van het noordelijk evangelisch zendingsfeest. Alleen de opbrengst van de tijdens de zendingsfeesten speciaal voor de zending gehouden collecten was bestemd voor de zending en werd verdeeld onder tevoren door de 'hoofdcommissie' vastgestelde en op de programma's van de zendingsfeesten aangegeven zendingsverenigingen.
Tot en met 1930 is door de vereniging elk jaar in één van de drie noordelijke provincies een zendingsfeest georganiseerd. 'Met het oog op de ongunstige tijdsomstandigheden' vond in 1931 en 1932 geen zendingsfeest plaats; in 1933 werd geprobeerd met een feest in het Asserbos, dat 'wat kleiner van opzet' was, de traditie nieuw leven in te blazen. Deze poging mislukte. Op 4 april 1935 besloten de leden met algemene stemmen de vereniging te ontbinden. De laatste vergadering vond plaats op 10 oktober 1936. Het effectenbezit van de vereniging zou worden verkocht en de opbrengst daarvan verdeeld onder verschillende zendingsverenigingen overeenkomstig de regeling voor de verdeling van de collecten voor de zending tijdens de zendingsfeesten. De roerende goederen van het 'Noordelijk Evangelisch Zendingsfeest' waren toen reeds verkocht en de opbrengst daarvan was op gelijke wijze verdeeld.
Ook de zorg voor het archief kwam ter sprake in de opheffingsvergadering. Gevraagd werd namelijk waar dit zou moeten worden bewaard. De notulen vermelden met betrekking tot deze kwestie slechts: 'Hierover doet de voorzitter een voorstel, dat nader onder het oog zal worden gezien'. Het archief blijkt te zijn terecht gekomen in de archiefbewaarplaats van de Hervormde gemeente te Groningen in de Martinikerk aldaar. Met de archieven van deze gemeente is het archief van het 'Noordelijk Evangelisch Zendingsfeest' in 1956 aan het gemeentearchief van Groningen in bewaring gegeven.
Bijlagen
Bijlage A. Lijst van de leden van de vereniging
Bijlage B. Lijst van georganiseerde zendingsfeesten
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1871 - 1936
Beschrijving:
Inventaris van het archief van de vereniging "Noordelijk Evangelisch Zendingsfeest" te Groningen
Bewerker:
W.K. van der Veen
Laatste Publicatie:
1983
Omvang:
0,2 m standaardarchiefberging
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS