Uw zoekacties: Raad van Beroep voor de directe belastingen, 1893 - 1957
x39 Raad van Beroep voor de directe belastingen, 1893 - 1957 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

39 Raad van Beroep voor de directe belastingen, 1893 - 1957 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Volgens de wet van 12 juli 1821 bestond het Nederlandse belastingstelsel uit de volgende belastingen:
I. Directe belastingen
1. Grondbelasting
2. Personele belasting
3. Patentrecht
II. Indirecte belasting
4. Zegel-, registratie-, griffie- en hypotheekrechten
5. Successierecht
III. Accijnzen
Zout, gemaal, geslacht, wijn, gedistilleerd, bier, azijn en suiker. In 1832 werd hieraan toegevoegd zeep en in 1834 turf en steenkool.
IV. Belasting op de gouden en zilveren werken
V. In- en uitgaande rechten
In de loop van de 19e eeuw werd de opbouw van dit belastingstelsel op onderdelen herzien. Pas in de jaren 1892-1896 werden er grotere wijzigingen in aangebracht.
Onder Minister van Financiën Pierson werd een gesplitste inkomstenbelasting ingevoerd:
1e de wet van 27 september 1892, Stb. 223, regelende een belasting op de inkomsten uit vermogen (vermogensbelasting).
2e de wet van 2 oktober 1893, Stb. 149, regelende de belasting op bedrijfs- en andere inkomsten (een vervanging van het patentrecht).
Beide wetten traden respectievelijk op 1 mei 1893 en 1 mei 1894 in werking.
De aangeslagene, die bezwaar had tegen de uitspraak van de inspecteur, omtrent de aanslag of tegen de aanslag hem ambtshalve opgelegd, kon in beroep gaan bij de Raad (art. 28 Stb. 223), krachtens het volgend artikel ingesteld. De uitvoering van art. 29 Stb. 223/1892 werd geregeld bij besluit van 13 april 1893/Stb. 75.
De Raad van beroep voor de aanslagen opgelegd in de provincie Groningen werd gevestigd te Groningen. Naderhand werd hij belast met eenzelfde taak voortvloeiende uit de wet van 2 oktober 1893, Stb. 149.
Tengevolge van deze gesplitste inkomstenbelasting moest ook het karakter van de personele belasting worden gewijzigd. De wet tot regeling der personele belasting dateert van 31 december 1896, Stb. 266. De Raad van beroep van deze belasting kwam eveneens te Groningen.
In 1914 kwam de wet op de Inkomstenbelasting 1914 (Stb. 563) tot stand. Deze herziening had gevolgen voor de organisatie van de Raden van beroep. Zij werden ontbonden (art. 33, wet van 19 december 1914/Stb. 564), en daarvoor in de plaats kwamen Raden van beroep voor de directe belastingen. Beide wetten traden op 1 mei 1915 in werking.
De nieuwe Raad van beroep voor de directe belastingen werd voor de provincie Groningen gevestigd te Groningen.
De Raad bestond uit drie leden van wie één benoemd werd door Gedeputeerde Staten, één door de Arrondissementsrechtsbank tot wier rechtsgebied de standplaats van de Raad behoorde en één door de Minister van Financiën. Op dezelfde wijze werd voor ieder lid één plaatsvervanger benoemd (art. 2, wet van 19 december 1914).
De voorzitter van de Raad werd door de Koning(in) benoemd en had alleen een raadgevende stem (art. 3, wet van 19 december 1914).
De secretaris werd uit het midden van de Raad door de leden gekozen (art. 4, wet 19 december 1914).
Met ingang van 1 september 1933 werd het ressort van de Raad uitgebreid met dat van de inspectie Assen. Voor de drie andere Drentse inspecties werd de Raad van beroep in Zwolle verantwoordelijk (Stb. 335).
De Raad van beroep diende als college voor de behandeling van beroepschriften tegen aanslagen van directe belastingen en deed daarin uitspraak.
In tegenstelling tot de procedures bij voormalige Raden van beroep voor vermogens- en personele belasting was er nu tegen de uitspraak van de Raad cassatie mogelijk bij de Hoge Raad.
Een bij de Raad binnengekomen beroepschrift werd ingeschreven in een agenda en vervolgens doorgestuurd naar de ambtenaar, die de uitspraak had gedaan of de aanslag had vastgesteld waartegen het beroepschrift was gericht.
De ambtenaar kon een verweerschrift (vertoogschrift genaamd) opstellen en bij de Raad indienen. Na een mondelinge behandeling volgde de uitspraak.
De belanghebbende kon zich bij deze procedure laten vertegenwoordigen door een gemachtigde (vaak een accountant).
Ingevolgde de Wet Administratieve Rechtspraak Belastingzaken van 17 mei 1956, Stb. 323 (WARB), en gelet op artikel 2 lid 1, letter b AWR (Algemene Wet inzake Rijksbelastingen) namen de Gerechtshoven op
1 maart 1957 de taak over die voorheen was opgedragen aan de Raden van beroep voor de directe belastingen. De zaken waarin de Raad ten tijde van de opheffing geen uitspraak had gedaan zijn door de Belastingkamer van het Gerechtshof te Leeuwarden afgehandeld. Deze zaken hebben in het archief van de Belastingkamer geen nieuw rolnummer gekregen; ze behielden het nummer dat ze door de in- schrijving in de agenda van beroepschriften hadden gekregen. De ingang op dit gedeelte van het Belastingkamerarchief is dan ook de serie agenda's van beroepschriften, inv.nrs. 22-36. De archieven van de Raden van beroep moesten volgens de Wet Administratieve Rechtspraak Belastingzaken, art. 38 lid 5 overgebracht worden naar het Gerechtshof binnen welks ressort de standplaats van de Raad van beroep was gevestigd.
De archiefbescheiden van de Raad van beroep te Groningen werden gedeeltelijk overgebracht naar het Gerechtshof te Leeuwarden. Uit dit gedeelte heeft vernietiging plaatsgevonden volgens de incidentele machtiging tot vernietiging van 22 november 1968 461/868. Dit gedeelte is in 1986 naar het Rijksarchief in de provincie Groningen overgebracht. Het oudste gedeelte is reeds in 1948 overgebracht. Hieruit is door de administratie vrij rigoreus vernietigd.
De omvang van het archief bedraagt 1,70 m'.
Stukken betreffende nog levende personen zijn alleen voor wetenschappelijk onderzoek toegankelijk.
Kenmerken
Datering:
1893 - 1957
Beschrijving:
Inventaris van het archief van de Raad van Beroep voor de directe belastingen in de Inspecties van de provincie Groningen, alsmede in de Inspectie Assen
Bewerker:
S. Koorn en H. de Raad
Laatste Publicatie:
1986
Omvang:
0,2 m registers 1,6 m standaardarchiefberging
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS