Uw zoekacties: Hervormde gemeente Westerbroek (1), 1660 - 1975
x323 Hervormde gemeente Westerbroek (1), 1660 - 1975 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

323 Hervormde gemeente Westerbroek (1), 1660 - 1975 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Westerbroek, gelegen in het Gorecht, behoorde oudtijds tot het bisdom Utrecht. Aanvankelijk was het geen zelfstandige parochie maar viel het, evenals het gehele Gorecht onder de parochie van de H. Martinus te Groningen. Alle kerken van het Gorecht moesten nog lang een jaarlijkse schatting betalen aan de Martinikerk te Groningen, als moederkerk. In de eerste jaren van de dertiende eeuw wordt Westerbroek, evenals de omringende dorpen, als afzonderlijke parochie genoemd.
De vroegste vermelding in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe is van 1323 (nr. 276), waarin het klooster Essen en de kerspellieden van een aantal dorpen in het Gorecht, waaonder Broke (Westerbroek) een overeenkomst sluiten met het Winsumer zijlvest over waterlozingen. Voor Broke treden dan op Johannes Kenama en Eggo Willenga.
Ook in 1332 (nr. 330) sluiten de ingelanden van het Wester- en Oosterstadshamrik een overeenkomst met bewoners van Drentherwolde en het Gorecht, over de waterlozing nabij Groenenberg. De afwatering van het vrijkomende water uit de hoger gelegen venen was een grote zorg voor de bewoners.
Broke werd al spoedig Westerbroek genoemd, ter onderscheiding van het oostelijker gelegen Broke, dat Oosterbroek werd geheten. Dit Oosterbroek werd later gesplitst in de kerspelen Noord- en Zuidbroek, die nu weer zijn verenigd in de burgelijke gemeente Oosterbroek
Veel van de venen rond Westerbroek behoorden aan het Benedictijnerklooster Selwerd. Het merendeel van de venen in het Gorecht was echter eigendom van de markegenoten van Westerbroek en Kropswolde. Volgens Feith en De Blécourt zal het kerspel Westerbroek evengroot geweest zijn als de gelijknamige marke. De stad Groningen kocht op 19 mei 1627 van Andries Jacobs enige van de provincie afkomstige voormalige kloostervenen, onder anderen gelegen te Westerbroek. Andries Jacobs had deze venen op 8 mei 1627 gekocht van de Staten van Stad en Lande. Hiermee had de stad haar bezittingen in en om Sappemeer afgerond. Op een gedeelte van de markegronden van Westerbroek is in 1632 het kerspel Sappemeer ontstaan.
Westerbroek behoorde juridisch tot het gericht van Selwerd, waar het Selwerder landrecht gold. Dit landrecht werd in 1652 herzien door een raad van gecommitteerden van de stad Groningen en de volmachten van de dorpen. Het herziene landrecht kwam in 1673 in gebruik. In 1808 werd Westerbroek een burgelijke gemeente, maar in 1811 werd het gevoegd bij de gemeente Hoogezand en sinds 1949 is het een onderdeel van de gemeente Hoogezand-Sappemeer.
De omgeving van Westerbroek was een geliefd vestigingsoord voor de meer welgestelden. Talloze buitenplaatsen zijn er verrezen. Ze zijn bijna alle in de loop van de negentiende en begin twintigste eeuw weer verdwenen. Alleen huize Vaartwijk, waar jarenlang de familie Hesseling woonde, staat er nog. In de dorpskroniek van Vinhuizen, die krantenberichten uit de negentiende eeuw verkort weergeeft, komen veel Westerbroekse buitenplaatsen voor. Zo wordt in 1804 verkocht Jachtwijk met een gestoelte in de kerk. In 1805 de Ellenheerd met veenlanden, de buitenplaats Bullingaheert met hoven, in 1816 Laanhoven op afbraak met driehonderd eiken, in 1816 Vredelust, in 1815, 1832 en tenslotte in 1836 op afbraak Langwijk met een gestoelte in de kerk. In 1823 worden duizend zware eiken verkocht van Schutter aan de trekweg. In 1824 de buitenplaats Veenlust waarvan in 1832 vijftienhonderd eiken en zevenenveertig essen en dennen verkocht werden. Hunenga wordt in 1834 op afbraak verkocht.
In 1841 verwisselt huize Tilburg van eigenaar. Dit huis met uitgestrekte parken en bossen wordt in 1924 op afbraak verkocht, waarna het bos wordt gerooid. In 1874 worden van de buitenplaats Vaartwijk driehonderd zware eiken en iepen, enige essen, beuken en linden verkocht. Huize Meerzicht werd in 1877 verkocht en Vaartwijk in 1883. Hieruit blijkt wel dat Westerbroek rond 1800 een welvarend dorp was met veel buitenplaatsen, die omgeven waren door grote parken en bossen. Met de sloop van de buitenplaatsen en de verdere vervening ontstond een geheel ander beeld.
In het aardrijkskundig woordenboek van Van der Aa van 1849 staat dan ook vermeld, dat de meeste van de vierhonderdzestig inwoners hun bestaan vinden in de baggalerijen "waardoor er groote waterplassen meest naar de zijde van het trekpad zijn ontstaan en hoe langer hoe meer geboren worden, hetgeen een treurig voorkomen aan die streek geeft, en onzen nazaat van allen vasten grond en van diens vruchten zal berooven, want hoezeer de bodem wel laag ligt en moerassig is, zoo hebben toch enkele andere grondbezitters, die door dezen verachtelijken gouddorst niet gedreven werden, getoond hoe vatbaar dezen bodem door verhooging, bemesting en eene goede landhuishoudkundige behandeling is, om goede weilanden te worden en zelfs zekere houtsoorten met voordeel daarop te planten". Een goed beeld van deze toestand geeft de kaart van de gemeente Hoogezand in de gemeenteatlas van Kuyper van 1867. Het gebied tussen het Winschoterdiep en de weg door het dorp is grotendeels water, maar ook tussen het dorp en de Borgweg zijn grote waterplassen.
Op de Avondmaalsbeker van 1706 staat de toenmalige kerk afgebeeld. Een klein rechthoekig schip met een lager recht gesloten koor. Deze kerk bezat geen toren, maar naast de kerk stond een open klokkenstoel. Dit gebouw werd in 1721 vervangen door een nieuwe kerk, een klein langwerpig gebouw met een door pannen gedekt dak. Uit een aantekening in het doopboek blijkt dat op 12 december 1721 gedoopt werd Wipke, dochter van Thyes Berendts en Grietje Geerts, als "het eerste kindt in onse nieuwe kercke". In 1785 werd het bouwen van een nieuwe stenen toren aanbesteed. De bouw werd gegund aan Jan Reinders voor een bedrag van ƒ. 1650,00. In 1889 werd de huidige kerk gebouwd, die op 22 september van dat jaar ingewijd werd door ds. J.J.H. Bange. In dit gebouw staat de 18e eeuwse preekstoel uit de oude kerk en ook de oude herebanken, waarvan twee met panelen uit het midden van de 17e eeuw en twee met zij- en rugstukken uit de eerste helft van de 18e eeuw, verder nog twee eenvoudige en een zeer eenvoudige bank van omstreeks 1700, zoals de voorlopige lijst van monumenten aangeeft.
De bovengenoemde avondmaalsbeker is voorzien van de merken: Groningen, 1706, Thomas Muntingh. De hoogte is 21 cm, de voet 9 cm en de mond 12,5 cm. Ze draagt een drieregelig opschrift: "Tot het gebruick van des Heeren H. Avondmaal in de Gemeinte Jesu Christi tot Westerbroek is uyt kerkenmiddelen in den Jaare 1704 gemaeckt deze kerkenbeeker als de Erw.Dns. Lubbertus Egberts Jr. ouderling, de E. Geswooren Derck Thiesen en de E. Siabbe Jacobs Diaconen waaren in der Tijdt".
In 1832 werd door A.H. van Bergen te Midwolda de oude klok omgegoten. Deze klok heeft een doorsnede van 75 cm. Een drieregelig opschrift luidt: W.O. Geertsema van Sjallema, L.L. Veenma, R.K. Nieborg kerkvoogden / H.W. Haselhoff predikant en S.R. Siertsema, schoolonderwijzer te Westerbroek / omgegoten in den jare 1832, door A.H. van Bergen en zoon te Midwolde.
De Hervormde Gemeente Westerbroek behoort tot de ring Hoogezand van de classis Groningen. Na de hervorming kwam de collatie, evenals bij de andere kerspelen onder de stadsjurisdictie, aan de kerkeraad en de stemgerechtigde lidmaten. Als eerste predikant wordt genoemd Martinus Meyer, die van 1614 tot 1626 te Westerbroek stond. Hij werd opgevolgd door Albertus Frone.
Het archief werd in 1980, door bemiddeling van de heer W. Bosch te Paterswolde, in bewaring gegeven aan het rijksarchief in Groningen. Bij de inventarisatie zijn de richtlijnen van de hervormde kerk in acht genomen.


Inventaris
1. Archief van de kerkenraad
2. Archief van de diaconie
3. Archief van de kerkvoogdij
Index
Kenmerken
Datering:
1660 - 1975
Beschrijving:
Inventaris van de archieven van de hervormde gemeente van Westerbroek
Bewerker:
J. Meinema en J. van der Molen
Laatste Publicatie:
2006
Omvang:
1,2 m standaardarchiefberging
Bijzonderheden:
Betreft herziening van een eerdere versie uit 1982
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS