Uw zoekacties: Directrice Strafgevangenis te Appingedam, 1842 - 1922
x2002 Directrice Strafgevangenis te Appingedam, 1842 - 1922 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

2002 Directrice Strafgevangenis te Appingedam, 1842 - 1922 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Deze inventaris maakte oorspronkelijk als afdeling 2 deel uit van: J.J.J. Beek, J. Folkerts, H. de Raad (eindred.), Inventaris van de archieven van de instellingen van het gevangeniswezen in de provincie Groningen (1666) 1670-1961 (1978); Publikaties van het Rijksarchief in Groningen 4 (Groningen, 1988). Het betrof hier de toegang op een fonds. Daarin waren de bestanddelen voorzien van een nummering met een decimale punt. Om praktische redenen is deze toegang nu gesplitst in toegangen op de afzonderlijke archieven. Voor aanhangsel en algemene inleiding behorende bij deze archieven: zie toegangsnr. 83.
Voor 1811 bezat Appingedam een "cachot" in de toren van de hervormde kerk. Deze gevangenis is waarschijnlijk in 1803 gebouwd, toen Appingedam "rechtplaats" werd van de jurisdictie van het Fivelingokwartier. Het cachot fungeerde als tijdelijk verblijf voor gevangenen gedurende de behandeling van hun zaak. Het was een "zeer donker, benauwd, ten uitersten ongezond" vertrek *  . Naar aanleiding van het "Arrêté sur l'organisation des Prisons" werd in 1811 in het stadje, dat hoofdplaats was geworden van het arrondissement Appingedam en zetel van een Rechtbank van Eerste Aanleg, een Huis van Arrest opgericht.
De gevangenis werd gehuisvest in het St. Anthony-gasthuis, dat daartoe van de burgerlijke gemeente werd gehuurd. Men bleef daarnaast gebruik maken van het cachot in de toren en ook horen we van het huren van een "gijselkamer" bij een particulier *  . In 1812 kreeg de cipier zijn benoeming en in 1814 trad een College van Regenten (of er daarvoor een "Conseil" heeft gefunctioneerd is onbekend) in functie *  .
De huisvesting bleek al spoedig onvoldoende. In 1822 uitte het college de wens een nieuwe gevangenis te laten bouwen, gezien de bouwvalligheid van het gasthuis en het ruimtegebrek aldaar (regelmatig vielen gevangenen flauw in de overbevolkte cellen) *  .
Uit een opgave van de gevangenispopulatie *  weten we dat in 1821 in de gevangenis behalve de eigenlijke Huis van Arrest-categorieën, ook personen die wegens wanbedrijven correctionele straffen moesten ondergaan-zelfs van drie tot zes maanden-werden opgenomen. In 1840 bevonden zich geen personen meer in de gevangenis die straffen moesten ondergaan van meer dan drie maanden *  . Wél gebruikelijk was toen het opnemen van gedetineerden die in een Huis van Bewaring hoorden *  . Het Huis van Bewaring voor het kanton Appingedam dat in 1841 verplicht gesteld werd, combineerde men dan ook met het bestaande Huis van Arrest *  .
Bouwkundige aanpassingen waren noodzakelijk. Aanvankelijk dacht men te kunnen volstaan met verbouw van het St. Anthony-gasthuis. Toen dit onpraktisch bleek werd besloten op de oude plaats een geheel nieuwe gevangenis te bouwen. In 1852 werd deze in gebruik genomen. Tijdens de bouw, die in 1849 al was begonnen, werden de gedetineerden gehuisvest in het Groningse Huis van Bewaring en in een aantal gevangenvertrekken in de kazerne van Delfzijl. De nieuwe gevangenis was geheel cellulair ingericht. In de praktijk bleek dit onhandig, omdat niet alle categorieën gedetineerden cellulair opgesloten konden worden. Pas een aantal jaren na de bouw werd een deel van de gevangenis van een etage voorzien, waarin vertrekken voor in gemeenschap op te sluiten gedetineerden werden aangelegd *  . Tot die tijd had men zich wat deze categorie betreft, moeten behelpen met in feite niet geschikte ruimten.
Als gevolg van de opheffing van de Arrondissementsrechtbank Appingedam in 1877 verloor het gesticht zijn bestemming als Huis van Arrest. Het werd nu, per 1 januari 1878, een Strafgevangenis voor veroordeelden tot eenzame (cellulaire) opsluiting, tevens Huis van Bewaring *  . Met ingang van 1 april 1884 werd het overbodig geachte Huis van Bewaring opgeheven *  . Het gesticht bleef cellulaire Strafgevangenis, nu voor vrouwen met straffen tot maximaal één jaar *  . Een directrice werd gestichtshoofd. De in 1886 ingevoerde Gestichtenwet bepaalde dat Appingedam, zij het voorlopig (de bestemming werd opgenomen in de overgangsbepalingen van de wet), als gewone Strafgevangenis (het cellulaire stelsel was nu regel geworden) in gebruik zou blijven *  .
De populatie bleef dezelfde. Het gesticht wist zijn bestaan nog tot 1922 te rekken. Met ingang van 1 november van dat jaar werd het gesloten *  . De nog aanwezige vrouwen werden overgebracht naar de vrouwenafdeling van het Huis van Bewaring(!) te Groningen *  . De archieven van het College van Regenten en van de cipier, sinds 1884 directrice van de gevangenis te Appingedam, zijn na de opheffing van de gevangenis deels overgebracht naar (waarschijnlijk) het Huis van Bewaring te Groningen en later samen met archivalia van dit gesticht in de Van Mesdagkliniek opgeslagen. In 1980 werd dit deel overgebracht naar het Rijksarchief. In 1987 volgde nog een kleine aanvulling. Het resterende gedeelte is op onduidelijke wijze beland bij het Centraal Wervings- en Opleidingsinstituut van het Gevangeniswezen te 's-Gravenhage en werd in 1973 overgebracht naar het Rijksarchief.
Het archief is redelijk compleet. Niet aanwezig zijn de registers van gedetineerden van voor 1842.
Inventaris
Kenmerken
Beschrijving:
Archief Van De Cipier, Sinds 1884 Directrice Van Het Huis Van Arrest Te Appingedam, Sinds 1841 Huis Van Arrest En Bewaring, Sinds 1878 Strafgevangenis En Huis Van Bewaring, Sinds 1884 Strafgevangenis, 1842 - 1922
Bewerker:
J.J.J. Beek, J. Folkerts en H. de Raad
Laatste Publicatie:
1988
Behoort tot collectie:
Rijk
Omvang:
5,2 m standaardarchiefberging
Bijzonderheden:
Deze inventaris maakte oorspronkelijk als afdeling 2 deel uit van: J.J.J. Beek, J. Folkerts, H. de Raad (eindred.), Inventaris van de archieven van de instellingen van het gevangeniswezen in de provincie Groningen (1666) 1670-1961 (1978); Publikaties van het Rijksarchief in Groningen 4 (Groningen, 1988). Zie voor de inleiding, bijlagen en het algemene aanhangsel: Toegangsnummer 83.
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS