Uw zoekacties: Regulateurs van de belasting op het recht van successie, 1814 - 1817
x1888 Regulateurs van de belasting op het recht van successie, 1814 - 1817 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1888 Regulateurs van de belasting op het recht van successie, 1814 - 1817 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
In de provincie Groningen werd de belasting op het recht van successie ingevoerd bij resolutie der Staten d.d. 24 maart 1670. Wijzigingen werden aangebracht 25 maart 1675, 4 december 1679, 23 augustus 1703, 3 juli 1720, 22 januari 1748 en 16 januari 1793. Van deze administratie is niet meer overgebleven dan de weinige begraafboekjes, die tot nu tot de retro-acta van de Burgerlijke Stand behoren *  .
Ter vervanging van deze voorschriften werd met ingang van 1 januari 1806 de ordonnantie van 4 oktober 1805 van kracht, waarbij de belasting op het recht van successie in de Bataafsche Republiek werd geregeld. De tekst is opgenomen in het "Register der notificatien, publicatien enz. in 1805 gearresteerd door Hun Hoogmogende vertegenwoordigende het Bataafsche Gemeenebest". Aan deze ordonnantie werd toegevoegd de "Notificatie van den Secretaris van Staat voor de finantiën der Bataafsche Republiek, gearresteerd den 4den December 1805, behelzende bepalingen ter executie van de Ordonnantie der belasting op het regt van successie, gearresteerd ... den 4den October 1805" alsmede tot de directie over de invordering van de belasting op het regt van successie d.d. 4 October 1805, gearresteerd 4 December 1805 *  . De ordonnantie bleef met enkele kleine wijzigingen van kracht tot en met 31 december 1811. De invoering van de Franse wetgeving maakte haar overbodig.
Het gebied der tegenwoordige provincie Groningen was toen (1806-1811) onderverdeeld in de jurisdictiën: Fivelgo, Gorecht en Sappemeer, groningen, Hunsingo, Oldambt, Westerkwartier, en Westerwolde. In elke jurisdictie was een gequalificeerde tot de directie over de invordering der belasting op het recht van successie werkzaam. Deze had tot taak het bedrag der belasting vast te stellen, opdat dit door de ontvanger kon worden geïnd. De gequalificeerden moesten hun verantwoording afleggen aan de landvorst en met ingang van 1811 (invoering van bestuursorganisaties) aan de prefect.
De gequalificeerden zonden hun administratie per half jaar aan de departementale Raad van Financien ter goedkeuring. Bij de wet van 29 april 1807 werden deze Raden afgeschaft *  .
Nadat, ingevolge de val van Napoleon, de Franse ambtenaren 14 november 1813 de stad Groningen hadden verlaten, werd bij besluit van Souvereine Vorst 23 december 1813, art. 15 en 16, de ordonnantie van 1805 weer zou gelden wat betreft de heffing op de nalatenschappen. Zij werd gecontinueerd voor 1815 bij de wet van 2 december 1814 (Staatsblad, no. 110), voor 1816 bij de wet van 11 februari 1816 (Staatsblad, no. 14), en voor 1817 bij de wet van 28 december 1816 (Staatsblad, no. 69).
Bij de wederinvoering in 1813 was de provincie Groningen onderverdeeld in de arrondissementen Appingedam, omvattende de voormalige jurisdictien Hunsingo, en Fivelgo; Groningen, omvattende de voormalige jurisdictien Gorecht en Sappemeer, Groningen, en Westerkwartier; Winschoten, omvattende de voormalige jurisdictien Oldambt, en Westerwolde.
In elk arrondissement was een ambtenaar belast met de berekening der quotisaties. Hij werd, evenals reeds in 1811 regulateur genoemd.
Als regulateurs tot invordering van de Belasting op het recht van successie in de provincie Groningen werden bij Koninklijkbesluit van 25 juli 1814, nr. 10 benoemd in het kwartier Appingedam F. Plaat, in het kwartier Groningen R.F. de Cock en in het kwartier Winschoten A. Upmeijer.
Men handhaafde de alfabetische tafel van de contracten van huwelijkse voorwaarden. Slechts enkele van deze registers zijn bewaard gebleven. In deze registers is niet vermeld op welk kantoor deze zijn bijgehouden in de periode 1814-1817. Na 1817 werden ze door de rechtsopvolger voortgezet. Ze zijn in deze inventaris wel vermeld, maar niet genummerd.
De archiefbescheiden van de ontvanger-particulier, gezonden aan de regulateur zijn bewaard gebleven. De archiefbescheiden, welke bij de ontvanger-particulier zijn achtergebleven, zijn in de provincie niet bewaard gebleven.
Sedert 1814 werden de halfjaarlijkse verantwoordingen ter controle gezonden aan de directeur- generaal der indirecte belastingen te 's-Gravenhage. Zij bleven berusten op het ministerie van Financiën, verhuisden naar het Algemeen Rijksarchief en werden in 1947 overgedragen aan de Rijksarchieven in de provinciën.
De aangiften van overlijden 1814-1817, uittreksels uit de reeds ten Rijksarchieve aanwezige registers van de Burgerlijke Stand werden door de Algemene Rijksarchivaris overgegeven aan het Centraal Bureau voor Genealogie te 's-Gravenhage.
Een nieuwe regeling, de "Wet tot het heffen eener belasting onder den naam van regt van successie" kwam 27 december 1817 tot stand (Staatsblad, no. 37). Deze wet trad 1 januari 1818 in werking.
De archiefbescheiden werden in 1947 overgebracht van het Algemeen Rijksarchief in 1947 *  . De archiefbescheiden uit de periode 1814-1817 door de heer A. Pathuis geïnventariseerd. Zij werden aangevuld met archiefbescheiden, verworven in 1969 *  . In 2000 werden de samengevoegde archiefbescheiden op grond van het herkomstbeginsel gesplitst in de periode's 1806-1811 en 1814-1817 (zie voor deze eerste periode archiefbloknummer 146, toegangnummer 40). De omvang van de archiefbescheiden bedraagt 3 meter.
De archiefbescheiden zijn openbaar.
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1814 - 1817
Beschrijving:
Inventaris van archiefbescheiden afkomstig van de regulateurs van de belasting op het recht van successie te Appingedam, Groningen en Winschoten
Bewerker:
S. Koorn en H. Kampen
Laatste Publicatie:
2001
Omvang:
3 m standaardarchiefberging
Bijzonderheden:
Voorheen toegangnummer 40, inv.nrs 91-147
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS