Uw zoekacties: Kerspelen Noordbroek en Noordbroeksterhamrik, (1555) 1627 - 1829
x17 Kerspelen Noordbroek en Noordbroeksterhamrik, (1555) 1627 - 1829 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

17 Kerspelen Noordbroek en Noordbroeksterhamrik, (1555) 1627 - 1829 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze archieftoegang
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
In de archieven van de Hervormde Gemeente te Noordbroek zitten in de rubriek "stukken waarvan het verband met de archieven niet is gebleken", inv. nrs. 205-219, een aantal stukken die tot het archief van het kerspel Noordbroek behoren. Het zijn meest stukken van financiële aard. Mr. E. van Loon schrijft in zijn "grondreglement voor de waterschappen" ook over het kerspel Noordbroeksterhamrik (blz. 168-173). In een artikel genaamd "het kerspel Noordbroeksterhamrik en zijn kerspelwegen" beschrijft hij de gescheidenis van het beheer van deze kerspelwegen rond 1858. De archieven van de kerspelen Noordbroek en Noordbroeksterhamrik zijn geïnventariseerd en van een inleiding voorzien door Dr. W.J. Formsma.
Noordbroek ligt in het Oldambt, stond dus vroeger onder de souvereiniteit van de stad Groningen. Het grondgebied van de tegenwoordige gemeente, gedeeltelijk ontstaan door aanwassen in de Dollard, vormde oudtijds het kerspel (karspel) Noordbroek. De inrichting van het bestuur vóór 1664 is moeilijk na te gaan. We weten alleen, dat er in elk der Olambtster kerspelen voor de schouw van wateren, dijken en wegen twee dijkrechters waren, die blijkens een dijkbrief van 1573 *  gekozen of herkozen werden op St. Peter ad Cathedram avond, 21 februari. Andere functionarissen waren de volmachten, de schatbeurder, die op St. Peter ad Cathedram, 22 februari, rekening en verantwoording deed, en sinds de oprichting van het Termunterzijlvest in 1601 de zijlvest. Van hun bevoegdheden en verkiezing is weinig bekend.
Dit schijnt geregeld te zijn in 1622, maar het toen vastgestelde reglement is niet bewaard. Vermoedelijk is het niet al te duidelijk geweest en gaf het daardoor gelegenheid aan de aanzienlijken tot machtsmisbruik, want in de jaren 1657-1664 komen allerlei twisten en processen voor tussen de zogenaamde grote en kleine schatgevers en tussen de bewoners van Noordbroek en Noordbroeksterhamrik c.a., die aanleiding gaven tot een splitsing van het kerspel in Noordbroek en Noordbroeksterhamrik, Korengast en Stootshorn. Hier heeft men dus het eigenaardige geval van een kerspel zonder kerk, want kerkelijk bleven de beide kerspelen verenigd *  . Blijkens het schatregister van 1660 was Noordbroek ruim 1855 deimten groot en Noordbroeksterhamrik c.a. bijna 1516.
Een ander gevolg van die onderlinge twisten was, dat door de schatgevers een nieuw reglement werd opgesteld, dat bijna ongewijzigd door Gecommitteerden uit de Raad van Groningen, voor dat doel aangewezen, werd overgenomen en de 18e juni 1664 door Burgemeesters en Raad goedgekeurd.
Blijkens dat reglement werd elk jaar op 22 februari in de Zuiderschool een rekendag gehouden, waar alle eigenerfden en schatgevers mochten komen, die van het land, dat ze in gebruik hadden, minstens, vijf car. gld. tot de verponding betaalden. Daar deed de schatbeurder rekening en verantwoording. De rekening werd gezet in het "carspels prothocol" en ondertekend door de aanwezigen. Daarna ging men over tot de keuze der verschillende functionarissen. Stemrecht hadden alleen de eigenerfden, die vijf car. gld. tot de verponding betaalden, maar aan de verkiezing van de schatbeurder, het afhoren van de rekening en het vaststellen van nieuwe lasten namen ook de meiers, die vijf car.gld. betaalden, deel.
De keuze geschiedde bij meerderheid van stemmen; de benoemde mocht niet bedanken, maar bij herkiezing wel. De ambtstijd was twee jaar. Deze functionarissen waren aangesteld. Ten eerste schatbeurder, die moest "genoechsaam gequalificeert" moest zijn en voldoende borg kon stellen. Door hem moesten twee registers gehouden worden, een van de provinciale verponding en een van zijlschot en meentelasten. Wanneer belastingen uitgeschreven moesten worden, maakte hij dat bekend aan de volmacht, stelde met hem de omslag vast en liet het dan bekend maken van de preekstoel. Na enige weken kon hij het geld innen en nalatigen beboeten.
Als salaris kreeg hij van elke gulden een brabantse stuiver. Ten tweede de zijlvest, de vertegenwoordiger van het kerspel in het bestuur van het Termunterzijlvest. Tot zijn keuze hadden niet alleen de bovengenoemde eigenerfden recht, maar ook hun gevolmachtigden. Hij moest behoren tot de rijkste eigenerfden. Hij had het opzicht over alle wateren enz. die onderhouden werden door het Termunterzijlvest. Daarvoor was hij vrij van zijlschot van 20 deimten en ook van alle zijlwerken. Hij moest alle gewichtige zaken zijn constituanten op tijd meedelen en de belangen van het kerspel behartigen. Ook de volmacht moest een rijk eigenerfde zijn.
Zijn taak was in het algemeen de belangen van het kerspel te behartigen, zorg dragen b.v. dat het kerspel tot geen onnodige uitgaven verplicht werd en verder o.a. het regelen van de inkwartiering. Hij vertegenwoordigde het kerspel op de bijeenkomsten der volmachten van het Oldambt, maar alleen met last van twee der voornaamsten in ieder kluft, tenzij hij door Burgemeester en Wethouders of drost werd opgeroepen. Had hij daarvoor raad nodig, dan mocht hij uit ieder kluft twee van de voornaamste schatgevers in de Zuiderschool oproepen -niet in de herberg- en met hen beraadslagen.
Zijn bevoegdheid in geldzaken is al vermeld bij de schatbeurder. Voor zijn diensten buiten het kerspel genoot hij vacatiegelden en vrij vervoer. Die wagendiensten gingen in het kerspel rond van de een op de ander. Verder had hij vrijdom van gemeente werken, inkwartiering en wagendiensten. als in lastige gevallen de volmacht de zaken niet alleen kon verrichten, konden de eigenerfden en schatgevers hem op verzoek een of twee adjuncten ter zijde stellen. Ten vierde waren er twee dijkrechters, waarvan de een in het Noorderdeel, de ander in het Zuiderdeel van het kerspel gekozen werd. Zij moesten eigenerfden zijn, die minstens vijf car. gld. tot een verponding betaalden.
Ze hadden de schouw van dijken, dammen, wateringen, wegen enz. die door het kerspel alleen werden onderhouden. Nalatigen mochten ze beboeten. Hun salaris bedroeg 70 car. gld. met de geïncasseerde boeten en hadden vrijdom van alle meentewerken. Ze bleven ook twee jaar in functie en waren niet herkiesbaar, tenminste niet dadelijk. Elk jaar trad de oudste af. Gemeentewerken lieten ze uitvoeren door de schatgevers en bij grote werken, die tot profijt van alle ingezetenen waren, mochten ze de burgers een paar dagen te hulp nemen. Verder was er ook nog een kerspeldienaar die door zijlvest, volmacht en dijkrechters werd aangesteld.
Dit reglement is in het algemeen van kracht gebleven tot de Franse tijd, hoewel Gedeputeerde Staten van Stad en Lande en Burgemeesters en Raad van Groningen zo nu en dan bepalingen maakten, die er niet mee in overeenstemming waren. Zo bijvoorbeeld een plakkaat van Gedeputeerde Staten d.d. 1669 nov 24, waarbij de schatbeurders en collecteurs in de Oldambten werd verboden de kerspelgelden te beheren. Dit werd bevestigd door een ordonnantie van Burgemeesters en Raad d.d. 1669 nov 25, waarbij tevens werd bepaald, dat de ontvangers der meenteschattingen elk jaar ten overstaan van Gecommitteerden uit de Raad rekening en verantwoording moeten doen.
Bovendien werd de algemene bevoegdheid der volmachten opgeheven. Voortaan mochte ze alleen worden aangesteld voor bepaalde doeleinden en met het eindigen van die taak eindigde ook het volmachtschap. De volmachten of anderen die de meenteschattingen inden, mochten geen omslag maken zonder goedkeuring van Burgemeesters en Raad Tot het kiezen der volmachten en collecteurs der meenteschattingen werden nu gerechtigd alle schatgevers, die minstens 12 deimten gebruikten. De stemmen werden verzameld door de predikant of bij zijn afwezigheid door de kerkvoogden.
Door deze ordonnantie werd de controle der stad sterker en dit gebeurde blijkens de inleiding tot de ordonnantie om de ingezetenen te beschermen tegen machtsmisbruik van volmachten en schatbeurders. In hoeverre deze ordonnantie, en in het algemeen ook het reglement, is uitgevoerd, is niet te zeggen. In het rekenboek van Noordbroeksterhamrik komt geen verandering na 1669 en de schatbeurder van de provinciale verpondingen blijft rekening doen van de gemeentelasten, terwijl ook van controle van stadsgecommitteerden niets blijkt.
Helaas ontbreken de rekenboeken van Noordbroek, zodat het voor dit kerspel niet na te gaan is. Wat het volmacht betreft, schijnt de ordonnantie wel uitgevoerd te zijn, tenminste in de 18e eeuw, want herhaaldelijk treffen we dan volmachten aan voor een met name genoemde zaak. In de regel werden dan een of meer van de andere functionarissen daarvoor aangewezen. Dikwijls werden ook meer functies door een persoon waargenomen, tenminste in de 18e eeuw. Zo was b.v. in 1752 een van de dijkrechters tevens schatbeurder. Herhaaldelijk komen ook vrouwen als schatbeurder voor.
Het kerspel Noordbroeksterhamrik c.a. had, voor zover we weten, geen reglement, maar werd ongeveer op dezelfde wijze bestuurd. Lange tijd komen evenwel drie dijkrechters voor. Bovendien bezat het geen afzonderlijke zijlvest, maar die van Noordbroek vertegenwoordigde ook het hamrik en werd ook gedeeltelijk betaald door het hamrik en vermoedelijk ook gekozen. Ook stelden de beide kerspelen samen een collector aan en sinds 1685 hadden ze ook een gemeenschappelijke veldwachter, een rode roede, die daar "schrik" heette en aangesteld werd door predikant en kerkvoogden ten overstaan van de drost. Het geld voor zijn salaris werd opgebracht door alle ingezetenen door middel van de schatbeurder van de drost, die hem om de drie maanden betaalde. Ook in andere opzichten bleven de beide kerspelen min of meer verbonden. De rechtspraak berustte bij de drost te Zuidbroek waarop hoger beroep mogelijk was op het Volle Gericht te Groningen en sinds 1749 op de Hooge Justitiekamer van Stad en Lande. Kwesties betreffende afwatering enz. werden voor zover het onderhoud bij het Termunterzijlvest behoorde, door het bestuur darvan beslist, met ook weer hoger beroep in Groningen.
Ondanks de instelling van plaatselijke besturen en gemeenten in de jaren na 1795 waarbij Noordbroek en Noordbroeksterhamrik een nieuwe eenheid gingen vormen, bleven ze als afzonderlijke kerspelen bestaan; tot hoe lang is niet te zeggen. Waarschijnlijk heeft de gemeente Noordbroek langzamerhand de rechten en plichten der beide kerspelen overgenomen. In 1856 bestonden ze nog (Mr. E. van Loon: Het grondreglement voor de waterschappen in de provincie Groningen 3e stuk). In maart 1856 werd namelijk te Noordbroeksterhamrik een kerspelvergadering gehouden, waar dijkrechters werden gekozen, echter alleen voor de wateringen, niet meer voor de wegen, die het kerspel niet langer wilde onderhouden. Het gemeentebestuur protesteerde hier tegen bij Gedeputeerde Staten en werd in het gelijk gesteld. Het kerspel bleef evenwel weigeren en dit voorbeeld werd gevolgd door het kerspel Noordbroek. Het gevolg was, dat de wegen onbruikbaar werden en gedeeltelijk zelfs voor de publieke dienst gesloten. Tenslotte besloot de Raad 28 april 1859 tot heffing van 10 in plaats van 5 opcenten op de grondbelasting der ongebouwde eigendommen en van de opbrengst zou de gemeente het onderhoud der wegen bekostigen. Daarna horen we niets meer van de beide kerspelen.
Het archief van het kerspel Noordbroek werd bewaard in een kist in de Zuiderschool. De volmacht en de oudste dijkrechter hadden elk een sleutel. Het archief dat zeer onvolledig is, bestaan uit verschilende bestanddelen, want aangezien de volmacht van Noordbroek herhaaldelijk volmacht is geweest van het hele Wold-Oldambt en tevens dikwijls kerkvoogd was, zijn vele stukken in de kerspelkist terechtgekomen, die eigenlijk niet tot het archief van het kerspel behoren. Ook zijn hierin bewaard de stukken, die op de beide kerspelen samen betrekking hadden en verder enkele particuliere stukken van vroegere volmachten.
Het archief van Noordbroeksterhamrik werd ook in een kist bewaard, maar waar is niet na te gaan. In beide archieven is van een vroegere ordening niets te bespeuren. Wel zijn enkele stukken genummerd, maar door onvolledigheid is daaruit niets op te maken. Sommige stukken kunnen zowel tot het archief van Noordbroek als tot dat van het Hamrik behoord hebben. Voor zover ze door innerlijke of uiterlijke kenmerken niet aan het archief van het Hamrik toegewezen konden worden, zijn ze bij het archief van Noordbroek gevoegd, daar dat het rijkst is aan losse stukken.
Aan de archieven konden nog worden toegevoegd enige daaruit in de loop der jaren afgedwaalde stukken, in het bijzonder de ordner D III vermelde stukken van het archief der familie Gockinga. (Inventarissen van Rijks en andere archieven III (1930) blz. 829).
Zie ook de inleiding over de kerspelorganisatie in de inventaris van het archief van het kerspel Aduard (toegangsnummer 4). Deze inventaris werd eerder gedrukt in C. Tromp, De Groningse kerspelarchieven (Groningen 1982).
Kenmerken
Datering:
(1555) 1627 - 1829
Beschrijving:
Inventaris van de archieven van de kerspelen Noordbroek en Noordbroeksterhamrik
Bewerker:
C. Tromp
Laatste Publicatie:
1982
Omvang:
0,72 m standaardarchiefberging
Bijzonderheden:
Zie voor algemene inleiding inventaris kerspel Aduard (Toegangsnummer 4)
Vindplaats:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS