Uw zoekacties: Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, ...
x1455 Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, 1850 - 1941 ( Groninger Archieven )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

1455 Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, 1850 - 1941 ( Groninger Archieven )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
In de eerste helft van de 19e eeuw werden in Nederland vele plaatselijke geneeskundige verenigingen opgericht. Ook in de stad Groningen ontstonden er enkele. Het oudste hiervan, het Gezelschap van Groningsche Geneeskundigen (GGG) werd op 9 april 1835 opgericht door een aantal vooraanstaande geneeskundigen, waaronder hoogleraren, uit de stad. In de regelmatig gehouden vergaderingen werden velerlei medische onderwerpen behandeld.
Op 1 januari 1846 ontstond daarnaast de Vereeniging van Groninger Genees- en Heelkundigen (VGGH), die eveneens op nascholing was gericht, en waarvan ook minder prominente geneeskundigen deel uitmaakten. Over deze VGGH, die vermoedelijk in de zeventiger jaren van de 19e eeuw is opgeheven, is betrekkelijk weinig bekend.
In 1849 werd de (landelijke) Nederlansche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (NMG) opgericht, voornamelijk als gevolg van een algemeen streven om te komen tot een betere wetgeving op het gebied van de gezondheidszorg. Daarnaast echter zag deze organisatie ook een belangrijke taak voor zich weggelegd op het gebied van medisch wetenschappelijk werk en nascholing. De NMG omvatte vele afdelingen (drie in de provincie Groningen), door welke een landelijk Hoofdbestuur werd gekozen. De afdeling (stad) Groningen kwam op 6 juli 1849 tot stand. Doordat toen de twee bovengenoemde verenigingen al volop actief waren en de leden van de NMG over het algemeen al lid waren van een van deze twee is het begrijpelijk, dat de activiteiten van de afdeling Groningen van de NMG zich voornamelijk beperkten tot onderwerpen van medisch-maatschappelijke aard.
In 1862 maakte de afdeling een crisis door, samenhangend met een geweldig conflict met het Hoofdbestuur. Het ledenaantal liep sterk terug en pas na een opheffing, direct gevolgd door een heroprichting van de afdeling in 1866 nam het weer geleidelijk toe. Ook hierna bleven de werkzaamheden van de afdeling Groningen voornamelijk tot problematiek van medisch-sociale aard beperkt. Dit veranderde in 1882, toen een fusie tussen de afdeling en het GGG leidde tot een afdeling met 42 leden. Hierna was de afdeling op medisch gebied zowel wetenschappelijk als maatschappelijk actief.
In het eerste deel van de 20e eeuw is het ziekenfondswezen een onderwerp geweest, waarmee de NMG en ook de afdeling Groningen zich veel heeft bezig gehouden. In 1900 richtte de afdeling Groningen een "Raad van Eer" op, waaraan geschillen tussen artsen onderling konden worden voorgelegd. In 1905 stelde de NMG voor deze kwesties afdelingsraden in en ging deze Raad van Eer over in de distictsraad van de afdeling Groningen.
In 1907 werd als uiting van onvrede over de gang van zaken binnen de NMG in Groningen een vereniging van praktiserende huisartsen en in 1908 een specialistenvereniging opgericht, los van de NMG. In 1914 trad deze specialistenvereniging toe tot de Algemene Nederlandsche Specialistenvereniging. In 1921 werden bij een reorganisatie van de NMG een huisartsen- en een specialistencommissie opgericht, waarna zowel de huisartsen- als specialistenvereniging een plaats binnen de NMG innamen. Pas in 1946 kwam het tot de vorming van een vereniging met aanzienlijke autonomie van huisartsen en specialisten (LHV resp. LSV) binnen de NMG.
In 1918 speelde de afdeling Groningen een rol bij een conflict tussen specialisten en Hoofdbestuur. In 1923 werd een motie van de afdeling Groningen betreffende organisatie van de NMG door de algemene ledenvergadeing verworpen.
In de oorlog, op 19 december 1941, werd de NMG opgeheven toen de bezetter er toe over wilde gaan alle praktiserende artsen onder te brengen in de artsenkamer, die onder directe invloed van de bezetter zou staan. Het massale verzet van de artsen leidde ertoe, dat deze artsenkamer niet tot stand kwam. Er bleef na deze opheffing een intensief contact tussen de artsen bestaan ("Medisch Contact"). Ook de afdeling Groningen hield op te bestaan, het archief ervan werd ondergebracht in het Gemeentelijk Archief van de stad. Na de oorlog herrees de NMG met de afdelingen en spoedig daarna kwam binnen het kader van de NMG de Landelijke Vereniging van Artsen in Dienstverband tot stand. In 1949 werd de NMG het praedicaat "Koninklijke" verleend: KNMG.
Het distict Groningen van de NMG heeft in de loop van de tijd steeds het gebied van de stad en directe omgeving omvat, maar gebieden als o.a. Hunsingo-Fivelingo, Onderdendam, Oldambt en Westerkwartier vormden soms aparte afdelingen, maar andertijds waren de leden ook in de afdeling (stad) Groningen opgenomen. In 1999 werden de toen in de provincie Groningen bestaande afdelingen (Groningen, Oost-Groningen en Hunsingo-Fivelingo-Westerkwartier) samengevoegd tot een geheel, de afdeling Groningen.
Noot: gegevens over het GGG, de VGGH en de afdeling Groningen van de NMG in de 19e eeuw zijn o.a. te vinden in A.A.Idema "Oud Nieuws" (Groningen 1998, ISBN 90-71994-19-8).
Inventaris
45-80 Verzegelde dossiers
98-99 Convocaties, 1922 - 1941
Kenmerken
Datering:
1850 - 1941
Beschrijving:
Plaatsingslijst van het archief van de afdeling Groningen van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst
Bewerker:
P. van den Broeke en A.A. Idema
Omvang:
3,88 m standaardarchiefberging
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS