723
Dijkrecht van Uitwierde, Biessum en Solwerd, 1755 - 1871
Inleiding
Historie sluiten
723 Dijkrecht van Uitwierde, Biessum en Solwerd, 1755 - 1871
Gedeputeerde Staten gaven in 1660 Johan Clant van Stedum, op dat moment waarschijnlijk eigenaar van het huis Ringenum te Uitwierde, toestemming om de dijken, met het bijbehorende post- en paalwerk, zo spoedig mogelijk te laten repareren op kosten van de ingezetenen van Uitwierde * . Twee jaar later, op 21 februari 1662 resulteerde dit in de oprichting van het dijkrecht van Uitwierde, Biessum en Solwerd, toen de ingelanden van die drie kluften een overeenkomst sloten over het onderhoud.
De overeenkomst van 1662 schreef voor dat het bestuur zou bestaan uit drie dijkrechters, namens elk van de kluften één, en dat de eigenaar van het huis Ringenum zou fungeren als "opperhoofd" en dijkgraaf * . Zij zouden worden bijgestaan door een bode. Het dijkrecht, dat ook wel dijkrecht van Uitwierde en Oldijk werd genoemd, had een omvang van 553 3/4 grazen. Voor het betalen van schot was het verdeeld in twee eden, namelijk: de eed Uitwierde, met 293 3/4 grazen, en de eed Oldijk, met 260 grazen. De landerijen in het dijkrecht waterden af door het Uitwierdermaar naar het Damsterdiep. Het dijkrecht was dus ingelaten onder het Generale Zijlvest der Drie Delfzijlen; het hoefde daarvoor echter niet te betalen.
Het dijkrecht van Uitwierde, Biessum en Solwerd werd opgeheven in 1870 en het grondgebied opgenomen in het ressort van het waterschap Fivelingo * .
Inventaris
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||




Uitwierde, Biessum en Solwerd, dijkrecht van