1441
Gemeentelijk Gasbedrijf Groningen, 1853 - 1991
Inleiding
1. Historisch overzicht sluiten
1441 Gemeentelijk Gasbedrijf Groningen, 1853 - 1991
De gemeente Groningen stichtte in 1854 de elfde stedelijke gasfabriek in Nederland. Deze fabriek was in de eerste plaats bedoeld om gas te leveren voor de verlichting van de stad. Vanaf 1843 boog het gemeentebestuur zich over plannen om de verouderde olieverlichting (raapolie) te vervangen door gaslampen. Ze benoemde op 5 februari 1845 een commissie om deze plannen te verwezenlijken, maar toen in 1849 bleek dat gasverlichting niet te realiseren viel zag de raad voorlopig af van de aanleg van gasverlichting. Echter op 13 december 1851 kwamen deze plannen opnieuw op tafel en in de maand januari van 1852 werd er een nieuwe commissie van vijf raadsleden benoemd om deze plannen opnieuw te bekijken. Deze poging slaagde want op 1 november 1854 trad de gasfabriek in werking.
De trage gang van zaken om te komen tot een gasfabriek was deels te wijten aan de onduidelijkheid of particulieren of de overheid de exploitatie ter hand zouden moeten nemen en anderzijds de vrees voor de risico's van een buizenstelsel met licht ontbrandbaar gas binnen de vestingstad.
Van stond af aan functioneerde de fabriek uitstekend. Na ruim een jaar produceerde het bedrijf meer gas voor particulieren dan voor de stadsverlichting. Bovendien konden de afvalproducten, cokes en teer verkocht worden. In de loop der jaren nam het gebruik van gas ook toe voor verwarming, warmwater-voorziening en als krachtbron voor machines.In 1897 werden er voor het eerst muntgasmeters ingevoerd. De penningen kon men bij de boekhouder van de gasfabriek kopen. In de winter van 1898/1899 was de maximale dagafgifte vrijwel gelijk aan de maximale productiecapaciteit van de fabriek. Gevolg was dat in 1899 een begin werd gemaakt met de verdubbeling van de produktiecapaciteit. Ook werd het gasnet voortdurend uitgebreid en verbeterd.
In 1890 werd de zorg voor de openbare verlichting opgedragen aan de directeur van de gasfabriek. Ook de zorg voor de petroleumlampen in de buitenwijken, die voor die tijd vielen onder de directeur van gemeentewerken, kwamen onder zijn beheer.
Tussen 1895 en 1900 ging de elektriciteit concurreren met het gas. Het gemeentebestuur besloot toen 'tot exploitatie van een elektrisch centraal station in eigen beheer'. De technische leiding van het elektrisch centraal station werd opgedragen aan de directeur van het gasfabriek. De directeur kreeg toen de titel: 'directeur van de lichtfabrieken van de gemeente Groningen'. Verschil van inzicht tussen directeur en onderdirecteur van de lichtfabrieken deden het gemeentebestuur in 1905 besluiten tot het benoemen van twee directeuren. Eén voor de gasfabriek en één voor het elektriciteitsbededrijf.
Vanaf 1920 begon het gebruik van gaslicht drastisch af te nemen en in 1936 werd de laatste gaslamp gedoofd. Ook werden de gaskracht-machines langzamerhand vervangen door elektrische motoren. Het gebruik van stadsgas voor verwarming, warmwater en koken nam echter toe.
Het gasbedrijf doorstond de Tweede Wereldoorlog goed. In die bijzondere omstandigheden moest het aan het einde van de oorlog turf gebruiken voor de gasproduktie en gecomprimeerd stadsgas leveren voor de aandrijving van voertuigen. Na de oorlog (1950 - 1952) werd er een nieuwe volautomatische watergasinstallatie gebouwd, maar problemen met de levering van bepaalde onderdelen bemoeilijkten aanvankelijk een succesvol gebruik van deze installatie. Bovendien bood de komst van aardgas in 1956 betere perspectieven. Dit gas werd eerst als verrijkingsgas toegevoegd aan het stadsgas.
Ten behoeve van een regelmatige aanvoer van het aardgas werd er een bolgashouder aangekocht in 1960. In hetzelfde jaar lag het laatste kolenschip voor de wal, want in de periode 1961 - 1964 ging het gasbedrijf volledig over op het gebruik van aardgas. Dit betekende voor het bedrijf een ingrijpende verandering. Veel personeel moest afvloeien tengevolge van de beëindiging van de koolgasproduktie. Grote delen van de gasfabriek en de installatie werden gesloopt, kolenbunkers omgebouwd tot werkplaatsen waar huishoudelijke apparaten werd aangepast aan het gebruik van aardgas. De overschakeling van stadsgas op aardgas duurde tot 1965. Aan de productie van stadsgas kwam toen na 112 jaar definitief een einde.
Zo werd het gasbedrijf een distributiebedrijf van puur aardgas waarvan het aantal afnemers in de daarop volgende jaren geweldig toenam onder andere tijdens de oliecrisis van 1973. In 1985 werd het Gemeentelijk Gasbedrijf opgenomen in de fusie van de drie 'Bloemstraatbedrijven' te weten het Gemeentelijk Administratiebedrijf en het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf.
In 1960 werden de eerste stappen ondernomen om het gasnet uit te breiden naar de omliggende gemeenten (Westerkwartier) waarbij de gaslevering vanuit Groningen zou plaatsvinden. Door de ontdekking van het enorme aardgasveld bij Slochteren werd het vrijwel zeker dat de voeding van het Westerkwartier niet meer vanuit Groningen verzorgd behoefde te worden maar dat het gas rechtstreeks via de leiding van het staatsbedrijf (later Gasunie) kon worden getransporteerd.
De "N.V. Gasvoorzieningsbedrijf Westerkwartier" kwam in 1965 tot stand waarin en de voormalige gemeenten Aduard, Grootegast, Grijpskerk, Hoogkerk, Leek, Marum, Oldehove en Zuidhorn deel namen. De gemeente Oldehove trad echter in 1966 weer uit.
In 1972 werd de N.V. in een B.V. omgezet. In 1975 telde dit bedrijf 15.000 aansluitingen. Vanaf 1982 beginnen de besprekingen over de fusering van de drie 'Bloemstraatbedrijven'. In 1985 besloot b. en w. met de fusie in te stemmen en vanaf 1986 werd het nieuwe bedrijf "Energiebedrijf Gemeente Groningen" kortweg "E.G.G. genoemd. Een zeer jeugdige telg van het energiebedrijf van de gemeente Groningen is wel de Centrale Antenne Inrichting (CAI). In 1975 besloot de gemeenteraad tot de oprichting en exploitatie van dit bedrijf. In 1981 begon de CAI met de verkabeling een grootse activiteit, die in 1986 voltooid werd met 72.000 aansluitingen.Nog een ander terrein waarop het gasbedrijf pionierde was het rijden op aardgas waarmee het vanaf 1970 experimenteerde.
In 1991 wordt het gasbedrijf in de gemeente Haren door de gemeente Groningen overgenomen. Het Westerkwartier gaat akkoord met het aanbod tot overname door het E.G.D. in het kader van de herstructurering van de energiesector in ons land. In 1992 wordt door de gemeenteraad tot de verkoop van het E.G.G. besloten aan hetE.G.D.
Plaatsingslijst
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||





Gemeentelijk Gasbedrijf Groningen (GGG), 1906 - 1985