Uw zoekacties: Straatmeesters
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Er waren 2 straatmeesters, waarvan oorspronkelijk telken jare op St Petersoctaaf 1 door de schepenen uit hun midden en 1 door de raden uit hun midden werd gekozen werd. Sedert 1592, toen het aantal raden inmiddels van 12 tot 4 was teruggebracht, wezen de schepenen jaarlijks een der 8 oudsten hunner als straatmeester aan en verkozen de raden als zoodanig of een raad of een van 4 jongste schepenen. Deze regel,volgens welke dus 1 straatmeester uit de 8 oudste en 1 uit de 8 jongste leden van de stedelijke regeering gekozen werd, is later vastgelegd in het stadrecht van 1642 en tot het einde der republiek blijven bestaan *  . Van St Petersoctaaf 1608 af is de geheele keur in overeenstemming met dit voorschrift gebracht zoodat sedert dien de 8 oudste schepenen eenerzijds en de 4 jongste schepenen met de 4 raden anderzijds een der beide straatmeesters uit hun midden aanwezen.
De straatmeesters hadden de zorg voor het onderhoud der binnen de muren gelegen straten. Zij kochten daartoe de benoodigde steenen, keselingen en zand, lieten de straten maken, de gaten daarin herstellen en betaalden de arbeidsloonen uit. De uitgaven voor een en ander werden gedurende de 15e en 16e eeuw bestreden uit de gelden die zij jaarlijks ontvingen van den cameraar, een enkele maal vermeerderd uit de opgelegde boeten of uit de verkoop van overgebleven steenen. Sedert 1595 bestonden hunne vaste inkomsten uit 2 g gld per week die hun werden afgedragen door den pachter van den bieraccijns wn van 1696 af gebracht werden op 291 gld en 4 stuivers. Na 1744 is deze vaste inkomst van den straatmeester wegens de geringere opbrengst der accijnsen allengs verminderd geworden totdat hem van 1759 af wederom jaarlijks het zooeven genoemde bedrag, nu niet meer uit den bieraccijns maar uit het cameraarschap, als ordinaris ontvangst werd toegelegd.
Daarnaast komen in de rekeningen der 18e eeuw meermalen bedragen voor van eigenaren van huisperceelen, gelegen aan de in dat jaar herstelde straten. Schepenen en Raad hadden namelijk in September 1729 eene commissie "tot het embelleren van dese stad" ingesteld en op haar voorstel in hunne vergadering van 1 October 1732 besloten om telken jare 1 of 2 straten " op een egalen voet" te laten bestraten, te beginnen met de Polstraat en de Assenstraat. En in aansluiting hiermede hebben zij den 25sten Juni van het volgend jaar vastgesteld, dat de benoodigde materialen door de stad doch het arbeidsloon, berekend naar het roedental, door de eigenaren der aanliggende huisperceelen zou moeten worden betaald.
De rekeningen werden oorspronkelijk afgelegd door beide straatmeesters, doch reeds inde 15e eeuw en later, met uitzondering van 1499 en 1505, alleen door de oudste hunner. Werden zij in den beginne afgehoord door Schepenen en Raad, in pleno Senatu, sinds den aanvang der 17e eeuw nam de inmiddels opgerichte Rekenkamer de straatmeestersrekeningen op. In de vergadering van 30 augustus 1597 waren plannen beraamd tot instelling van een rekenkamer, die de rekeningen der stadsrendanten vooraf meer nauwkeurig zou kunnen nagaan. Immers het lezen in pleno senatu leverde feitelijk geen genoegzame controle op. Het heeft echter nog enkele jaren geduurd alvorens de instelling van een rekenkamer definitief haar beslag kreeg. Voor het eerst geschiedde dit in 1602 met de rekening van Everhardt Traessen over 1597.
Onder de straatmeesters stond de door Schepenen en Raad aangstelde straatmaker, een soort voorwerker, die slechts op hun bevel of alleen of met arbeiders aan de straten mocht werken *  en zelf voor het gereedschap en het onderhoud daarvan moest zorg dragen *  .
Inventaris
Rekeningen van de straatmeester
Kenmerken
Datering:
1414-1794
Omvang:
1,10 m
Opmerkingen:
Zie ook ID 690 en 691
Citeertitel lang:
NL-DvSA, Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek, ID 1404, Straatmeesters, inv.nr. ....
Citeertitel kort:
NL-DvSA, ID 1404, inv.nr. ....
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS