Uw zoekacties: Brugmeesters
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
In Februari 1450 stond de bisschop van Utrecht, Rudolf van Diepholt, voor 2000 overlandsche Rijnsche guldens zijn veerstal alhier in pand aan de stad af *  ; en een 30tal jaren later hebben Schepenen en Raad pogingen in het werk gesteld om van diens opvolger , David van Bourgondie, de vergunning te verkrijgen over dat veer een brug te mogen slaan. In Augustus 1482 werd het gevraagd verlof door den Bisschop verleend nadat 2 schepenen persoonlijk de belangen der stad in Utrecht hadden bepleit *  .
Volgens Moonen's "korte chronijke der stadt Deventer" werd de eerste paal de 22sten Februari 1483 in den grond geslagen en zou de brug nog geen maand later, den 16den Maart d.a.v., voor menschen en vee in gebruik zijn genomen. Heeft Moonen zich kennelijk in het jaar vergist - hij schrijft ten onrechte 1482- ook de juistheid der mededeeling zelve mag in twijfel worden getrokken. Immers, het is moeilijk aan te nemen dat het werk binnen een 30 tal dagen reeds zoover zou zijn gevorderd; en dit te minder indien men bedenkt dat blijkens de bewaard gebleven rekening van den schepen Johan Oesterhuys, die met de bouw van de brug belast was, het geheele werk eerst in 1487 was afgeloopen.
De brug was gelegen ongeveer tegenover de tegenwoordige Graaf van Burenstraat en is in het begin der 17e eeuw gebracht ter plaatse waar zij thans ligt *  . Met haar onderhoud werden telken jare op St Petersoctaaf 2 leden van het stedelijk bestuur belast, aan wie de zorg werd opgedagen voor den aan de overzijde gebouwden toren en kapel en voor den van daar loopenden dijk "to Melckleden" *  .
De oudste dier brugmeesters legden jaarlijks rekening en verant-woording aan Schepenen en Raad af en ontving uit het cameraarschap de gelden, die voor het onderhoud van de brug c.a. benoodigd waren.
Of beide functionarissen door de schepenen, door de raden of door beide colleges samen werden verkozen is niet na te gaan. De oudst bewaard gebleven roosters toch van de jaarlijks door schepenen en raden vervulde ambten vangen eerst aan in 1582 en in dit jaar bestonden de brugmeesters reeds lang niet meer: hunne laatste rekening is over 1521.
Begrijpelijk wordt dit indien men bedenkt dat Geldersche troepen in September 1522 de brug geheel hadden vernield en het vredesverdrag van Gorinchem van de 5den October 1528, waarbij tenslotte een einde aan de Geldersche oorlogen werd gemaakt, uitdrukkelijk bepaalde dat de stad Deventer geen brug over den IJssel zou mogen slaan zoolang Hertog Karel van Gelre leefde. Deze overleed op den 30sten Juni 1538, zoodat eerst toen aan herbouw kon worden gedacht.
Reeds het volgend jaar werd de brug met toestemming van Keizer Karel V hersteld en werd de schepen Harman van der Beke als extraordinaris timmermeester met dit werk belast. Wel wordt hij brugmeester genoemd, doch van de eigenlijke brugmeesters, als van voor 1522, is dan geen sprake meer en de zorg voor het onderhoud van de brug wordt voortaan aan de timmermeesters opgedragen.
Inventaris
Rekeningen van de brugmeester
Kenmerken
Datering:
1494-1521
Omvang:
0,10 m
Opmerkingen:
Zie ook ID 690 en 691
Citeertitel lang:
NL-DvSA, Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek, ID 1400, Brugmeesters, inv.nr. ....
Citeertitel kort:
NL-DvSA, ID 1400, inv.nr. ....
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS