Uw zoekacties: Theologisch-litterarisch gezelschap 'Secor Dabar' te Utrecht
x761 Theologisch-litterarisch gezelschap 'Secor Dabar' te Utrecht ( Het Utrechts Archief )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

761 Theologisch-litterarisch gezelschap 'Secor Dabar' te Utrecht ( Het Utrechts Archief )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
 
 
Inleiding
Uit onvrede met de wijze waarop aan de Universiteit te Utrecht de theologie werd gedoceerd, richtten op 8 oktober 1844 zeven studenten, te weten D. Gildemeester, N.H. de Graaf, H.C.G. Schijvliet, P. A. van Toorenenbergen, J.A. Ruys, L. Tinholt en W. Zegers, een gezelschap op. Het kreeg de naam 'Secor Dabar', hetgeen afkomstig is uit Psalm 119:49 en 'Gedenk het Woord' betekent. Spottenderwijs werd het gezelschap door de andere studenten als 'bidclub' betiteld, of 'chocoladeclub' genoemd, daar men 's avonds bij de vergaderingen chocolademelk nuttigde. *  Geheel in de geest van het Réveil wilde men de wetenschappen beoefenen die 'gevorderd worden tot het voortreffelijk ambt van evangelieprediker. *  De invloed van het Réveil bleek ook hieruit, dat de leden een deel van hun vrije uren pleegden te gebruiken 'tot het opzoeken van ellendigen in hunne woningen om ze naar ziel en lichaam te helpen en ze te brengen tot een leven en tot beoefening van deugden door het waar Christendom gekweekt. *  Dr. Abraham Capadose en mr. Isaäc da Costa waren lichtende voorbeelden voor de jonge studenten. Regelmatig vertoefden de leden te Amersfoort en te Amsterdam om zich onder hun gehoor te scharen. Een deel van de leden richtte niet veel later de bekende zendingsvereniging 'Eltheto' op, waaruit later de NCSV zou groeien.
Het gezelschap Secor Dabar was een particulier gezelschap. Om lid van een particulier gezelschap te worden, moest men ook lid zijn van het Utrechts Studenten Corps zijn. Secor Dabar behoorde tot de meer intieme particuliere gezelschappen. Hier trad een werkelijk gezelschapsleven op de voorgrond *  .
Tot 1859 oefenden de leden zich uitsluiten in de godgeleerde wetenschappen. Men werkte in twee secties, t.w. in een Arabische Sectie, waar de Semitische talen bestudeerd werden, en in een Kerk-Oratorische Sectie, waarin ieder lid minstens eenmaal per jaar een preek moest houden. Omdat de belangstelling voor de Arabische Sectie niet groot bleek te zijn, hief men deze na twee jaar weer op. Naast de Kerk-Oratorische Sectie werd toen een Kamer-Oratorische of Theologische Sectie opgericht. Bij de leden thuis werd vergaderd en het was de bedoeling dat ieder lid minstens eenmaal gedurende zijn lidmaatschap een lezing gehouden moest hebben.
Men studeerde met hart en ziel: exegese en kritiek van Oude en Nieuwe Testament, kerkgeschiedenis, verdedigen van theses, meestal in het klassieke Latijn, en de oratorische oefeningen. 'Wie niet studeert, is niet bekeerd'-dat woord was in hun hart geschreven. * 
Het studiegezelschap Secor Dabar floreerde niet altijd. Van 12 mei 1857 tot 29 september 1858 werden er geen vergaderingen gehouden. Enkele jaren later stelden een paar leden voor het gezelschap te ontbinden. Zij wilden een nieuw gezelschap oprichten, maar dan met weglating van artikel 2 der Statuten, dat handelt over de broederlijke liefde ('Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde, met eer de een den anderen voorgaande', Romeinen 12:10), want naar hun mening was van die broederlijke liefde in de praktijk weinig of niets te merken.
In 1859 kwam men tot de oprichting van een Litterarische Sectie, welke het gezelschap zeer ten goede gekomen is. Studenten die hun propaedeutisch examen nog niet hadden afgelegd, konden toetreden tot deze sectie. In de Litterarische Sectie werden de Hebreeuwse taal en de Klassieke Oudheid bestudeerde.
Studenten die buiten het Gezelschap verbleven, gaven de 'Secorieten' de naam van 'piëtisten' en namen met hen kwalijk dat zij zich van de anderen afzonderden.
Ernstige studie was één der beginselen waaruit Secor leefde. Grieks, Latijn en Hebreeuws werden ijverig beoefend. Toch beleefde men tijdens de vergaderingen vrolijke ogenblikken, waarvan de notulen, maar zeker ook de 'Boete-boeken' getuigden. En dan waren er natuurlijk de uitbundige lustrumvieringen, de installatieplechtigheden en de jaarlijkse rijtochten.
Secor is niet een gezelschap gebleven waaruit alleen rechtzinnige predikanten voortsproten. Ook latere ministers als A.S. Talma en J.R. Slotemaker de Bruïne waren lid van Secor Dabar, evenals de Amsterdamse wijsgeer J.D. Bierens de Haan en, de secretaris-generaal der Algemene Synode van de Hervormde kerk K.H.E. Gravemeyer.
Secor Dabar heeft perioden van bloei gekend en perioden van neergang. In een circulaire uit 1911 wordt meegedeeld dat aan de Utrechtse Hogeschool de laatste jaren steeds minder theologen zijn aangekomen. Het ledental van Secor kromp jaarlijks in. Men voorzag in het jaar 1911 dat slechts acht leden zouden overblijven. Het gezelschap besloot toen tot instelling van het buitengewone lidmaatschap. Corpsleden behorende tot een andere dan de rose faculteit konden nu worden toegelaten. In 1920 werden voorts leden der Litterarische Sectie toegelaten tot de vergaderingen der Theologische Sectie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd besloten tot de oprichting van een sectie onder de naam Gastvergaderingen. Het doel van deze sectie, welke een kortstondig leven beschoren was, behelsde studenten die geen lid van Secor waren, gedurende de oorlogsjaren moreel te ondersteunen. Evangeliserende arbeid had daarin ook een belangrijke plaats.
Het gezelschap bleef na de oorlog voortbestaan, maar door het afnemende aantal theologische studenten die lid waren van het Utrechts Studenten Corps kwijnde Secor Dabar weg. Binnen het U.S.C. was nog een particulier gezelschap waarbinnen theologanten zich hadden verenigd. Met dit Oratorisch-Homilitisch gezelschap 'Elias Anne Borger' werden besprekingen gevoerd om tot samenwerking te komen. Dit liep in 1969 uit op een volledig samengaan. Op 28 februari 1969 vond de officiële laatste algemene vergadering plaats van het Theologisch-Litterarisch gezelschap 'Secor Dabar'.
Het archief
Literatuur
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1844-1969
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van het theologisch-litterarisch gezelschap 'Secor Dabar' te Utrecht 1844-1969
Auteur:
A. Vos
Datering toegang:
1981 / 2002
Openbaarheid:
Volledig openbaar
Rechtstitel:
Opneming in beheer van een particulier, niet in eigendom verkregen
Omvang:
5,58 m zuurvrije dozen
Rubrieken:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS